Opinie

Uitgebuite migrant is niet geholpen met stapel van rapporten

Inspectie SZW

Commentaar

Welgeteld één onderzoek naar mogelijke uitbuiting van arbeidsmigranten. Daarop is de teller bij de Inspectie SZW, belast met de controle op arbeidsuitbuiting, dit jaar blijven steken. Vorig jaar, toen al een dieptepunt, stond de teller op vier onderzoeken. En dat terwijl het aantal meldingen van arbeidsuitbuiting in slachthuizen, distributiecentra en kassen de afgelopen jaren alleen maar is toegenomen.

De arbeidsmigrant in Nederland staat er nagenoeg alleen voor, zoveel is duidelijk. Binnengehaald met vaak mooie woorden over salaris, huisvesting en arbeidstijden, verdwijnt menigeen al snel uit het beeld van de openbaarheid. De praktijk is rauw: met teveel opgesloten in kleine en veel te dure huisjes op vakantieparken, in alle vroegte vervoerd met geblindeerde busjes naar kas of slachthuis, en beroerd en soms helemaal niet betaald. De verhalen zijn, helaas, genoegzaam bekend. De politiek kijkt weg, de instanties die uitbuiting moeten bestrijden falen.

De weg voor deze slachtoffers naar een klachtenloket (vakbond, inspectie, justitie) wordt niet snel gevonden, vaak vanwege de bureaucratische complexiteit van het Nederlandse stelsel hiervoor, danwel uit angst de baan en daarmee het schamele beetje inkomen helemaal te verliezen. De onderbezetting van het justitieel apparaat en de inspecties maken de pakkans voor de uitbuiters uiterst klein. En als ze al gepakt worden, komen ze er vaak vanaf met een boete in plaats van met vervolging voor uitbuiting en mensenhandel.

De Inspectie SZW pleit er nu voor arbeidsuitbuiting als apart delict op te nemen in het Wetboek van Strafrecht. Nu is arbeidsuitbuiting volgens de wet een vorm van mensenhandel. Het probleem is dat een uitbuiter lastig te vervolgen is als mensenhandelaar, omdat het misdrijf daarvoor specifieke elementen moet bevatten zoals dwang, het slachtoffer moet geworven zijn, vervoer of huisvesting geregeld, slechte werkomstandigheden, financieel voordeel voor de baas. Arbeidsuitbuiting zoals de Inspectie die vaak tegenkomt, voldoet zelden aan alle elementen.

Hoe goedbedoeld het pleidooi van de Inspectie ook is, een aanpassing van de wet kost tijd. En die is er niet. Daarbij is het ook de zoveelste ambtelijke reactie op het probleem. Eerder al werd geconstateerd dat het toezicht onder meerdere instanties valt en die delen niet altijd informatie met elkaar. Vorig jaar oktober kwam het ‘Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten’ met een trits aanbevelingen, zoals het advies een jaarlijkse rapportage over de situatie van arbeidsmigranten te maken. Prima, maar wederom een papieren exercitie.

De bestrijding van arbeidsuitbuiting is verzand in een strijd tussen de instituties. De Rekenkamer verwijt de Inspectie te weinig te doen met de extra miljoenen die ze sinds 2018 krijgt. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel beklaagt zich over het geringe aantal zaken dat wordt aangebracht. En de Inspectie op haar beurt geeft het wetboek van strafrecht nu de schuld.

Natuurlijk moet gekeken worden of de gereedschapskist die de Inspectie ter beschikking staat de juiste middelen bevat. En natuurlijk moet de Inspectie de extra miljoenen efficiënt inzetten tegen uitbuiting. Betere samenwerking tussen controlerende en opsporende instanties? Graag, vanaf nu.

Het is om moedeloos van te worden, vooral omdat de arbeidsmigrant die wordt uitgebuit helemaal niets opschiet met dit bureaucratisch potje zwartepieten. Genoeg gedraald, kortom. Zet alle middelen in om de uitbuiting van deze uiterst kwetsbare groep zo goed mogelijk te bestrijden. Op een manier die een beschaafd land als Nederland waardig is.