Recensie

Recensie Theater

Tussen glamour en verval aan boord van ‘Titanic’

Musical Bij de musical Titanic wordt, in bombastische nummers, het lot van het beroemde passagiersschip en haar opvarenden bezongen. Niet alle effecten op het toneel zijn even geslaagd, maar als het zinken begint, maakt dat indruk.

Een scène uit de musical Titanic.
Een scène uit de musical Titanic. Foto Roy Beusker

Bij de première van Titanic krijg je wel een idee hoe het klinkt als een schip wordt opgeslokt door de oceaan. Het geluid in podium Kunstlinie is soms zo slecht dat de stemmen en instrumenten samenballen tot een loeiharde, onverstaanbare tsunami van geluid. Dat is toch niet het vocale geweld waarop je hoopt bij zo’n dramatische musical. Gelukkig gaat de productie op tournee – net als de eerste Nederlandse Titanic, die Stage Entertainment in 2001 op de planken bracht.

De voorstelling vertelt een ander verhaal dan de bekende Hollywood-film met dezelfde titel. Het gaat óók over het beroemde passagiersschip dat in 1912 zonk op weg naar New York, maar zoomt in op verschillende bemanningsleden en passagiers. Je leert hen allemaal een beetje kennen, tegen de achtergrond van een stringent verschil tussen de klassen aan boord en een gedeelde ‘American Dream’. Daar wordt de worsteling van de scheepsarchitect doorheen gestikt, door René van Kooten mooi gespeeld op het grensvlak tussen dromer en een hyperrationeel man. Hij ziet met lede ogen aan hoe ‘zijn’ Titanic tot het uiterste wordt gedreven op haar eerste reis.

De oorspronkelijke Broadway-musical werd in 1997 bekroond met allerlei prijzen, vooral ook voor de muziek. Componist Maury Yeston schreef een imposante soundtrack, waarbij de strijkers flink mogen aanzwellen in een ode aan het schip als ‘poëtisch wonder’ of als een arme stoker (formidabele rol van Brecht van Arnhem) zijn lot bezingt. Tussen al dit bombast zorgen Wieneke Remmers, Marcel Visscher en Dennis Willekens voor de welkome luchtige toetsen in komische scènes. Bijvoorbeeld als de tweede klas-reiziger (Remmers) maar pogingen blijft doen om in contact te komen met de beroemdheden in de eerste klas.

Lees ook de recensie van The Rocky Horror Show

Het decor is een stuk abstracter dan in 2001, toen er onder meer een dwarsdoorsnede van het schip op de bühne stond. Nu pronkt er een enorme trap over de gehele breedte van het toneel. Daarvan kunnen delen worden opengeklapt om bijvoorbeeld de brug van het schip na te bootsen. Dit is een effectief ontwerp en als er – onder luid gekraak – een balk losschiet om het beginnende verval te simuleren, maakt dat indruk. Helaas zijn er ook minder geslaagde effecten, zoals een orkestje dat luchtviool staat te spelen en een bureau dat aan een kabel de coulissen in wordt gesleurd. Aan dat soort momenten stoor je je niet in voorstellingen met een vette knipoog, waarin producent De Graaf & Cornelissen excelleert, zoals recent The Rocky Horror Show. Maar bij een musical met zoveel glamour aan boord, zet het je weer met beide benen op de vaste wal.