Recensie

Recensie Theater

Scherpzinnige Van Kuijk ontleedt de excuusjes die verandering in de weg staan

Cabaret Jasper van Kuijk heeft een jaar in Zweden gewoond en is terug met een serieuze boodschap. Op meeslepende wijze grapt en vertelt hij over de menselijke onmacht om te veranderen.

Jasper van Kuijk in Tot hier en niet verder.
Jasper van Kuijk in Tot hier en niet verder. Foto Jaap Reedijk

In Tot hier en niet verder staat Jasper van Kuijk (45) op het podium samen met zijn nog onuitgepakte verhuisdozen. Net terug van een sabbatical in Zweden zag hij niet direct de noodzaak om ze te legen. Met een greep in een doos toont hij een wirwar aan stekkers en snoeren van afgedankte apparaten en Van Kuijk grapt over de menselijke neiging om zinloze voorwerpen uit een heel mensenleven achter zich aan te slepen.

De omgang tussen mens en consumentenproducten is een geliefd onderwerp van Van Kuijk, zowel in het theater als op de universiteit, waar hij over dit onderwerp doceert. In zijn zesde voorstelling toont de cabaretier zich een geanimeerd verteller, waarbij zijn komische anekdotes over bijvoorbeeld de onhandige vormgeving van parkeerpalen in dienst staan van een grotere kwestie: mensen beseffen wel dat hun leefwijze moet veranderen, alleen blijkt het vaak gemakkelijker om door te gaan met hoe ze het altijd hebben gedaan.

Dan verzinnen ze excuusjes, die Van Kuijk scherpzinnig ontleedt. Zo hoort hij vaak dat Greta Thunberg „ergens wel een punt heeft, maar dat ze het alleen zo irritant zégt”. Volgens Van Kuijk dient zo’n redenatie enkel om jezelf te ontheffen van een gedragsverandering. Zelf blijkt hij ook niet perfect, zo heeft hij zijn jonge zoontje nodig om zich eraan te herinneren dat hij best wat meer vliegschaamte mag hebben.

Van Kuijk meent dat het hypocrisie is die vaak spelbreker is bij pogingen onze vervuilende leefwijze te veranderen. Zo willen we best verduurzamen, maar als we Jesse Klaver betrappen op een niet-groene keuze wordt dat snel gebruikt als reden om zelf alle duurzame ambities weer te laten varen. Deze handelswijze gebruiken we selectief, want na een hypocriete keuze van Rutte zeggen we dan weer niet: „Dan hoeven we ook geen hypotheekrenteaftrek meer.”

Zulke redeneringen vormen zijn kracht. Een pianoliedje klinkt daarentegen wat plichtmatig en als hij een keer een platte grap maakt, werkt dit minder goed: een sympathieke vader met jonge kinderen hoor je liever niet met een raar stemmetje praten over ‘tieten’ en ‘jetsers’.

Van Kuijk verkondigt op opgewekte wijze een bij vlagen sombere boodschap. Mensen zijn bang voor verandering omdat ze alleen zien wat er te verliezen valt. Gelukkig verliest Van Kuijk de moed niet: de wereld hoeft ook weer niet meteen vanavond te worden veranderd.