Maria João Pires: „In de muziek mis ik ruimte voor falen, daarbuiten voor dwarsdenken.”

Foto Felix Broede

Interview

Maria João Pires: ‘Perfectie en jeugd zijn niet zaligmakend’

Interview | Maria João Pires, pianist Voor het eerst in tien jaar geeft meesterpianiste Maria João Pires (77) zondag weer een solorecital in het Concertgebouw. „De piano is voor mij een monster. Maar ik vecht er niet meer tegen.”

Waar te beginnen? In weinig opzichten is de Portugese pianiste Maria João Pires vergelijkbaar met andere wereldberoemde pianisten. Goed, ze maakte tientallen cd’s. Toerde (en toert) de wereld rond. Wordt geroemd om haar poëtische interpretaties van Chopin, haar welsprekende Schubert, heldere Mozart. Maar welke andere meesterpianist is ook nog moeder van zes kinderen, van wie twee geadopteerd? Werd opgevoed door een boeddhistische grootvader en verslond zelf het oeuvre van Krishnamurti? Ging failliet aan de droom van een muziekpedagogische ecofarm? Draagt platte schoenen en stekelhaar omdat ze zich dan prettiger voelt?

Haar afwijkende levensloop maakt het lastig te bedenken welke vragen je haar zou willen stellen. Andere vragen in elk geval. Maria João Pires (77) is deze week in Zwitserland – naast Portugal haar tweede thuisland – waar ze logeert bij een van haar vier dochters. ’s Ochtends heeft ze een van haar dagelijkse wandelingen gemaakt, nu is er tijd voor een telefoongesprek – met blaffende honden en fluitende familie op de achtergrond.

U bent een verklaard stilteliefhebber. Waar zoekt u die?

„Stilte is waar ideeën ontstaan, waar je je bewust wordt van jezelf, van wat goed gaat en van wat niet, wat je wilt veranderen, enzovoorts. Stilte voedt reflectie. Het is voor mij niet alleen een externe omstandigheid, je kunt stilte ook in jezelf creëren.

„Ik doe er alles aan. Meditatie, wandelingen, minstens een uur in het groen zijn… Omdat ik zowel in Portugal als Zwitserland op een boerderij woon, gaat dat relatief eenvoudig. Als ik reis pas ik me aan, dan zoek ik de rust in mezelf. Dat is geen verdienste hoor, ik voel het als een primaire behoefte. De vrede met mijn eigen bestaan hangt er ook vanaf.”

U bent 77. Uw (vaak geplande) afscheid van het podium is steeds ‘mislukt’. Wat houdt u gaande?

„Het is dubbel. Ik houd niet van het podium, maar ik heb wel behoefte aan de afwisseling, de interactie. Ik heb nooit een alternatief gevonden dat me hetzelfde gevoel van ontwikkeling geeft als concerten. En dan doel ik niet op mijn ontwikkeling als pianist, want ik word ouder en speel slechter dan ooit. Ik verlies uitdrukkingsmogelijkheden, technische capaciteiten. Dat stoort me niet hoor, ik word er hooguit soms een beetje verdrietig van. Maar gelukkig doe je, juist ook wanneer je ouder wordt, nog nieuwe inzichten op, juist ook tijdens concerten. En die inzichten geven me dan toch het gevoel dat ik in staat ben zo’n stuk te spelen. Dat is het doel, denk ik. Jezelf in staat achten. Niet als ‘interpreet’ van de muziek, maar als iemand die weet, die snapt wat de componist heeft bedoeld.”

Een gemeende ode aan rijpheid: zeldzaam.

„Ja. Ja, van harte! Het stoort me dat perfectie en jeugd worden gezien als zaligmakend. Ik ben er zelf vaak genoeg aan ten prooi gevallen. Dan had ik een black-out of speelde een verkeerde vingerzetting en werd bevangen door extreme schaamte. Terwijl ik eigenlijk vind dat zo’n vergissing niks betekent. Eén foutje, nou én?

„Het is mijn belangrijkste doel in deze levensfase zonder angst mijn eigen verhaal te vertellen, in en buiten de muziek. Maar ik zeg eerlijk: het is moeilijk. In de muziek mis ik ruimte voor falen, daarbuiten voor dwarsdenken. Terwijl ik zelf vind dat ons mens-zijn daar juist om gaat. Wat is er mooier dan omkaderd vrij zijn? Ik zeg bewust omkaderd, want ik houd geen pleidooi voor egocentrisme: er zijn altijd beperkingen aan je vrijheid, en die maken het juist interessant. Ook als musicus: je creativiteit beweegt zich binnen het frame van de partituur. Maar het uitleven van die vrijheid, daarvoor waren er zeker betere tijden dan de huidige. We leven in een wereld die meer waarde hecht aan het materiële dan aan het spirituele. De meeste mensen hebben nog weinig voeling met hun natuurlijke bron; het speelse, natuurlijke, fantasievolle. Ze mijden zichzelf, in wezen. Dat bedrukt me. En velen met mij, denk ik. Dit is geen lichte, geen vrolijke tijd.”

Ik word ouder en speel slechter dan ooit. Dat stoort me niet hoor, ik word er hooguit soms een beetje verdrietig van

Wanneer voelt u zich wél licht en vrolijk?

„Wanneer ik met mijn familie ben, en wanneer ik sociaal werk doe. Zingen met kinderen bijvoorbeeld, dat maakt me ontzettend gelukkig. Maar niet alles kan tegelijk. Zeker niet op mijn leeftijd. Als je de tachtig nadert, moet je voor alles meer tijd nemen. Ook voor jezelf. Ik voel me gezond en daar investeer ik in: vroeg naar bed, oefeningen doen, gezond eten. Nog twee jaar wil ik concerten geven, daarna niet meer. Dan hoop ik weer tijd te hebben voor sociaal werk. Mijn eigen kinderen zijn volwassen, maar ik heb ook nog negen kleinkinderen. Als ik geen concerten meer geef zijn familie en maatschappelijke activiteiten wel goed te combineren, denk ik.”

Ik heb nooit begrepen hoe u naast een wereldcarrière die kinderen grootbracht.

„Hotels, zalen, reizen, uitgeput zijn en weer opnieuw beginnen. Het was onmogelijk, zeker na het overlijden van mijn moeder, die eerst veel bijsprong. Ik ben een paar jaar volledig afgeknapt op het podiumbestaan. Achteraf zie ik: ik was gewoon op.”

Als ik uw spel beluister, denk ik vaak ‘waarom piano’? U zingt als u speelt. Was een ‘klank-makend’ instrument als viool of cello niet passender geweest?

„Natuurlijk, ik houd ook helemaal niet van de moderne piano. Maar toen ik 3 jaar was, was er niks anders. Mijn favorieten zijn de opties die u noemt: instrumenten die zingen en de menselijke stem. Alleen heb ik daar geen talent voor. Toen ik 35 was heb ik nog wel geprobeerd cello te leren spelen, maar dat was frustrerend. Eer je technisch zo goed bent dat je ook maar iets kunt uitdrukken, ben je jaren verder. Terwijl je als jong kind die technische dingen spelenderwijs allemaal leert. Dus zoek ik op de piano naar een zingende klank. Maar het blijft een ongeschikt instrument voor me. Mijn kleine handen leverden ook altijd problemen op. De piano is voor mij een monster. Maar ik vecht er niet meer tegen.”

Een volgend leven als zangeres dan?

„Nee, in een volgend leven sta ik zéker niet meer op een podium. Maar amateurzangeres: graag.”

U begeleidt veel jonge musici. Dat is maatwerk. Of zijn er algemene lessen die u ze leert?

„‘Lessen leren’, die formulering staat me tegen. Een goede les kun je niet geven of kopen. Ik wil een atmosfeer creëren waarin ik me op één level bevind bent met de leerling, en we samen in de muziek antwoorden kunnen zoeken en vinden. We zijn in gesprek met de componist, die ons over de eeuwen heen zijn inspiratie aandraagt.

„Verder onderstreep ik altijd: blijf weg van het gevoel dat muziek een wedstrijd is. Als je denkt dat een concours je carrière verder helpt, prima, ik zal je zelfs helpen. Maar als je het mij vraagt? Wegwezen. Ontwikkel je zonder wedstrijdelement. Het maakt zoveel kapot, je kunt niet én muzisch zijn, en een strijder. Als leerlingen dan toch per se willen, zeg ik: speel alsof je thuis bent.”

Wat de meesten niet lukt, zoals je ziet als je naar bijvoorbeeld het Elisabeth Concours in Brussel kijkt. Stress, zweet…

„Natuurlijk, want je doet mee om te winnen. Ik zeg dan: wie geen prijs wint, dat is de gelukkige. En wie wint, verliest zijn ziel.

„Een leven in muziek moet worden gevormd door de mensen die je ontmoet, en waar zíj je brengen. Tot mijn 40ste was het woord carrière me niet eens bekend. Het ging me puur om spelen met goede orkesten en interessante dirigenten in mooie zalen. Een geluk, weet ik nu.”

Een vergissing, een verkeerde vingerzetting, betekent niks. Eén foutje, nou én?

Over carrières gesproken: ik kocht net uw complete solo-opnames, 20 cd’s voor 53 euro. Wat is daar misgegaan?

„Geld is niet mijn sterke punt. Ik heb niet íéts fout gedaan op dat terrein, maar alles, heel jammer haha. Mijn zoon helpt me nu alsnog zakelijker te worden.”

Heeft u in uw repertoire-voorkeuren ‘fases’ gekend, componisten die u nu wel, vroeger niet graag speelde?

„Mozart. Als kind speelde ik de sonates. Daarna een tijd niet, omdat tijdens mijn studie in Duitsland Beethoven gold als de enige meester. Tot ik een keer werd uitgenodigd voor een Mozart-concert, en herontdekte hoe fijn ik het vond die muziek te spelen, magisch gewoonweg. Toen heb ik snel alles van Mozart opgenomen. Daarna raakte ik de liefde weer kwijt. En nu vind ik Mozart opnieuw heerlijk. Waar we het eerder over hadden: ik vind nieuwe wegen. Dat vervult me.”

U speelt zondag o.a. Beethovens laatste pianosonate, op. 111. Gaat dat ook beter als je oud bent?

„Grappig, juist dat werk wilde ik als 16-jarige al dolgraag spelen: het is groots. Maar mijn leraar verbood me er voor mijn 50ste aan te beginnen. Dat maakte me toen boos en wanhopig, maar ik heb me er wel aan gehouden. Vervolgens werd ik 50, en had ik het veel te druk. Toen ik 70 werd, dacht ik: nu of nooit. En nu ben ik 77 en voelt het nog steeds erg alsof ik er nog niet klaar mee ben. En dat zal ik ook nooit zijn.”

Maria João Pires, recital, 28 nov, Concertgebouw Amsterdam (uitverkocht). Inl: concertgebouw.nl Maria João Pires - Complete Solo Recordings. Inl: dodax.nl en mariajoaopires.com