Opinie

Fotograaf JR geeft mensen een heel groot gezicht, dus vergeet die suffe glimlach en laat je kennen

Net als Banksy eist de Franse fotograaf JR de wereld op als zijn atelier en museum. Overal ter wereld spot hij met ludieke interventies met de macht. In het Groninger Museum staat Joyce Roodnat versteld van zijn vergankelijke, swingende kunst.

Joyce Roodnat

Can art change the world? heette het boek dat de eerste grote expositie begeleidde van de fotokunstenaar die zich JR noemt. ‘Kan kunst de wereld veranderen?’ Retorische vraag. Antwoord: ‘Ja.’ En JR is ermee bezig.

JR vond een camera in de métro, bracht die niet naar ‘gevonden voorwerpen’ maar pikte ’m in. Hij ging foto’s maken van zijn graffiti-vrienden-in-actie in de Parijse banlieue waar hij geboren is. Zo begon het. Inmiddels erkent zijn fotografische creativiteit geen grenzen. Speels en cool eist hij, net als zijn graffiti-collega Banksy, de wereld op als zijn atelier en als zijn museum. In migrantenwijken, sloppen en favela’s spot hij met zijn ludieke interventies met de macht en geeft hij de massa letterlijk een gezicht. Een heel groot gezicht: in de buurten waar hij fotografeert, plakt hij op gevels, daken, trappen en muren enorme afdrukken van de portretten die hij daar maakt (vergeet die suffe standaardglimlach, trek een gezicht, laat je kennen). Op de achterdeur van een auto zit er een, op de flank van een bus rijdt het voorbij.

Women Are Heroes Brazilië: Benedita Florenio Monteira, Rio de Janeiro, 2008 – enkele dagen na het plakken.

Zijn werk werd wereldnieuws toen hij in Mexico Trumps grensmuur relativeerde door er een gigantische foto van een peuter te plaatsen, alsof die eroverheen keek. JR’s werk is vergankelijk, de foto’s verslijten en zijn weg. Zijn kunst is voor wie ter plekke was, de locale bevolking dus. Voor de buitenstaanders die er niet bij waren, is het gissen. En versteld staan, merk ik in het Groninger Museum. Daar opende de meesterlijke expositie JR – Chronicles, met video’s en muurgrote afbeeldingen van wat hij maakte, van India tot Jeruzalem tot Rio de Janeiro. En met zijn ‘fresco’s’: uit honderden mensportretten samengestelde beelden die een stad of buurt of macht karakteriseren. Ze ogen swingend en actueel, maar inderdaad, ze doen met al het gewoel van hoofden en houdingen denken aan middeleeuwse fresco’s.

Nog vol van JR’s beelden ga ik naar Middelstum, voor een blind date met Jur Bekooy van de Stichting Oude Groninger Kerken. Hij mailde me: jij had plezier in de middeleeuwse duivels in Italië? Nou, die hebben we hier in de Hippolytuskerk ook, kom maar kijken. En nu mag ik zomaar de steiger op, die er staat omdat de schilderingen in de plafondgewelven worden hersteld van de aardgasbevingsschade. Daar lig ik, dichtbij de Groningse duivels, smakelijk geschilderde vleermuis-ventjes die de blote zondaars te grazen nemen. Die zondaars kruipen bij elkaar, maar ze zijn geen grijze massa, hun gezichten maken hen tot individu.

Ik denk weer aan JR. In essentie doen hij en de 16de-eeuwse Groninger schilder hetzelfde. Ze maken een révérence naar de kunst als een uitgestoken hand naar mensen die de moeite nemen om zich aan te laten spreken – die mensen zien zichzelf. Zelden letterlijk, wel als wezens van de wereld. Die kan een hel zijn maar dankzij het werk van kunstenaars als JR en zijn middeleeuwse collega is hij opwindend zat.