Opinie

Duo-advocaat kan toets van de rechtsstaat niet doorstaan

Justitie Een ‘verklikker-raadsman’, zoals minister Dekker die voorstelt, botst met de vertrouwensrelatie tussen verdachte en advocaat, schrijft .
Foto Lex van Lieshout/HH

Met een aantal draconische maatregelen wenst demissionair minister voor Rechts-bescherming, Sander Dekker (VVD), de ondermijning van de rechtsstaat tegen te gaan. Een van die maatregelen houdt in dat advocaten in duo-verband voor een verdachte van zware criminaliteit moeten werken. Dus onder meer met zijn tweeën zo’n potentieel zware crimineel in de streng beveiligde penitentiaire inrichting te Vught – de EBI – bezoeken. In wezen houdt deze beoogde maatregel in dat een van die twee advocaten voor politieagent en verklikker moet spelen, zodra hij bemerkt dat zijn duo-maat/-advocaat over de schreef gaat of dreigt te gaan.

Het is altijd ontnuchterend te moeten vaststellen dat degene die zich het meest bekreunt om ondermijning van de rechtstaat daar zelf driftig zijn steentje toe bijdraagt, zoals minister Dekker. Want tot die rechtsstaat behoort de in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Verdrag van New York inzake Burgerrechten en Politieke rechten neergelegde recht op vrije advocaatkeuze. In deze mensenrechtenverdragen is dit als volgt geformuleerd: iedereen tegen wie vervolging is ingesteld heeft het recht „zich zelf te verdedigen of daarbij de bijstand te hebben van een raadsman naar eigen keuze” . Let wel: het zijn niet zomaar vodjes papier, maar verdragen inzake mensenrechten over een eerlijk proces. En dat probeert meneer Dekker nu de nek om te draaien.

Volgens Straatsburgse jurisprudentie is het recht van de verdachte zijn eigen verdediger te kiezen echter geen absoluut recht. Hij is daarbij immers gebonden aan de bepalingen die in het betrokken rechtsstelsel gelden ten aanzien van de vraag wie als verdediger in een proces mag optreden. In ons recht zijn dat hier te lande op het tableau van de Neder¬landse Orde van Advocaten ingeschreven advocaten. Daarom kon ook wijlen Peter R. de Vries slechts als ‘vertrouwenspersoon’ van de kroongetuige in de zaak tegen Ridouan Taghi en niet formeel als diens raadsman functioneren.

Pflichtverteidiger

Uit dezelfde Straatsburgse jurisprudentie, en wel met name uit de uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaken Ensslin, Baader en Raspe jegens de Bondsrepubliek Duitsland, blijkt dat het systeem van de zogeheten Pflichtverteidiger (een door de rechtbank aangewezen advocaat) in een problematische verhouding tot het rechtsstaatprincipe staat. Een verdachte wordt namelijk opgezadeld met een advocaat die hij niet wenst.

Die kant moeten we zeker niet op, niet in de laatste plaats omdat dit Duitse systeem in ons land op veel verzet en onbegrip is gestuit. Voor een adequate verdediging is een vertrouwensrelatie tussen verdachte en zijn raadsman vereist. Een ‘verklikker-raadsman’ ontbeert een zodanige relatie. Die vertrouwensrelatie brengt mee dat niet alleen sprake moet kunnen zijn van een onbelemmerde uitwisseling van gedachten over hoe de verdediging er procedureel moet uitzien en welke verweren al dan niet dienen te worden gevoerd. Ook persoonlijke ontboezemingen van de verdachte dienen vrijelijk zonder vrees voor repercussies te kunnen worden geuit.

Pottenkijker

Naast dit soort fundamentele bezwaren tegen een ‘duo-raadsman’ zijn er ook talrijke praktische bezwaren denkbaar. Dubbele kosten van rechtsbijstand, dubbele dossiervorming, en dubbele planningsproblemen voor zittingen en getuigenverhoren, om maar een paar op te noemen.

Dat een verklikker-raadsman bij het EHRM op bezwaren zal stuiten volgt ten slotte uit het vereiste dat volgens de rechtspraak van het hof in de zaak van het bedrijf Artico tegen Italië sprake moet zijn van „werkelijke bijstand” oftewel effectieve bijstand. Louter een pottenkijker en/of verlengstuk van de politionele overheid valt daar uiteraard niet onder.

Minister Dekker doet er dus goed aan het idee of de proefballon van duo-bijstand te laten varen en zijn kostbare tijd te besteden aan maatregelen die de toets van de rechtsstaat kunnen doorstaan.