Recensie

Recensie Beeldende kunst

Aboriginalkunst, een NAVO-icoon en een afscheid

Beeldende kunst Uit de vele tentoonstellingen die in galeries te zien zijn, maakt NRC elke twee weken een selectie.

Untitled – Warlimpirrnga Tjapaltjarri.
Untitled – Warlimpirrnga Tjapaltjarri. Foto Gallerie Smith Davidson

Toen de stippen verdwenen kwamen er lijnen

Het is begin jaren zeventig als de tekenleraar Geoffrey Bardon acrylverf en hardboard meeneemt naar de Australische nederzetting Papunya. Grote groepen Aboriginals waren een decennium eerder in deze woestijnachtige regio rondom Alice Springs geplaatst omdat ze soms honderden kilometers verderop grasland ‘bezet’ hadden gehouden. Het werd bovendien de hoogste tijd dat ze zouden assimileren, en daar was het woestijngebied zeer geschikt voor, bedachten de toenmalige machthebbers.

De kinderen, waarvoor Bardon de tekenspullen had meegenomen, hebben echter weinig interesse in zijn spullen, terwijl oudere mannen de spullen zeer geschikt achten om hun ontstaansgeschiedenissen te verbeelden. Wat niet meer op rots of in zand werd getekend, kon nu vastgelegd worden op hardboard (en later op schildersdoeken). De oorsprongsverhalen worden een succes en de eerste Aboriginal schilderonderneming, Papunya Tula Artists, is een feit; de rest is geschiedenis.

Galerie Smith Davidson in Amsterdam laat in de overzichtstentoonstelling Papunya 50 Years, 1971 – 2021 die geschiedenis zien. Dus hangt er van Don Ellis Tjapanangka (ca. 1925-1976) het op hardboard geschilderde Boy’s Story uit 1971. Van bovenaf zie je onder meer welke afdruk de mens achterlaat als hij ergens heeft gezeten. Het blijkt een soort hoefijzer te zijn. Het verschil tussen dit traditionele werk, zoals we meestal van Aboriginalkunst kennen, en het latere werk is dat wat met vogelperspectief en stippellijnen begint, steeds abstracter wordt. De stippen verdwijnen, en zelfs de aardekleuren en het zwart zijn niet meteen meer direct herleidbaar. Het is vast niet voor niets dat de recentste werken, die van Warlimpirrnga Tjapaltjarri (1958), ‘Untitled’ heten.

Papunya 50 Years is een soort kunstgeschiedenis in vogelvlucht, waarbij de verhalen niet alleen steeds abstracter worden, maar waarbij ook blijkt dat het eigenlijk weinig uitmaakt of een man of een vrouw een werk heeft geschilderd. Waar aanvankelijk alleen mannen kunst maakten in Papunya, kwamen er steeds meer vrouwen vrouwen bij en is er nu een fifty-fifty situatie. Kom daar maar eens om, en sla dan ‘Ngaminya’ van Yinarupa Nangala vooral niet over.

Caleidoscopisch portret van een NAVO-icoon

Filmstill uit To Unveil a Star (2021) van Juul Hondius. Courtesy AKINCI / Juul Hondius

„Het ligt eraan wie je met de vijand bedoelt… als je de Russen bedoelt, die heb ik hier nog niet gezien.” Een Nederlandse militair die door de NAVO in Litouwen is gestationeerd, om „te laten zien dat wij er zijn”, is slechts een van de vele personages die kunstenaar/fotograaf Juul Hondius opvoert in zijn fictie-documentaire To Unveil a Star (2021), een 54-minuten lange zoektocht naar de betekenis van het gigantische roestige stalen sculptuur bij het NAVO-hoofdkantoor in Brussel. Hondius schetst een caleidoscopisch portret van het beeld dat al vijftig jaar via televisies miljoenen huiskamers bereikt heeft. Hij gebruikt onder meer archiefbeelden van NAVO-bijeenkomsten en -toespraken en persoonlijke familiefilmpjes van demonstraties tegen kernwapens. Ook spreekt hij NAVO-medewerkers en de kunstenaar die geen erkenning kreeg. Daartussendoor monteert Hondius beelden van meikevers die uit de grond rondom het beeld omhoog kruipen. Is het beeld „de glorificatie van Westerse overheersing”, „een baken van veiligheid”, of een „symbool voor de bereidheid om anderen te vernietigen”? Waarschijnlijk allemaal tegelijk.

Niets is in de film wat het lijkt. Een deel van de gesprekken is in scène gezet, opgevoerd door acteurs. Andere delen zijn wél met echte personen opgenomen. Zo meandert de film tussen feit en fictie, tussen het persoonlijk en geopolitiek, tussen bombastisch en ingetogen.

Het spel met feit en fictie is verwarrend, je weet telkens niet waar je precies naar kijkt, maar tegelijkertijd geeft Hondius je wel het idee dat hij je een waarachtig portret van het beeld toont. „Wij veranderen, als de wereld verandert”, zegt de NAVO-generaal. Het stalen beeld blijft hetzelfde, maar is ook telkens anders.

De natuurbeelden van meikevers (in sommige gebieden een plaag die hele bossen doet sterven) zijn meesterlijk: ze staan onder meer metafoor voor de stil toekijkende aarde, een andere tijdslaag, de ‘geo-’ in ‘geopolitiek’. Op een gegeven moment opent een meikever zijn pantser, om op te stijgen vanaf de schouwer van een militair in uniform. Fenomenaal.

Veel te ontdekken op afscheid van tijdelijk gebouw

De installatie (ECK-OH) van Sophie Wright.

Dat is het lot van kunstinstellingen met tijdelijke locaties: ooit, vaak sneller dan ze willen, moeten ze hun pand uit. Dat is nu het geval met Laurel Project Space: zij moeten na twee jaar hun tijdelijke behuizing aan de Kamerlingh Onneslaan in Amsterdam verlaten. Dat valt ze zwaar en dat is te begrijpen: de prachtige voormalige telefooncentrale bood ruimte, sfeer en eigenheid, precies wat je graag hebt als kunstenaarsinitiatief. En dus heeft Laurel een afscheidstentoonstelling gemaakt voor hun gebouw. Die heet Architecture of Goodbye: an Ode to Posterity en doet precies waar ze bij Laurel goed in zijn: het tonen van kunstwerken die met elkaar, en met de ruimte, een bijzondere eigen spanning scheppen.

Veel werken op de tentoonstelling leggen de nadruk op afwezigheid en onzichtbaarheid. De indrukwekkendste installatie is die van Á. Birna Björnsdóttir; zij zette sensoren in de ruimte die reageren op de beweging (onder andere van de toeschouwers) en elektromagnetische straling. De melancholieke, klaaglijke elektronische geluiden die dat oplevert, worden door grote geluidsboxen over de verdiepingen verspreidt, waardoor het hele pand door dezelfde bewegingen wordt verbonden.

Ook de andere bijdragen zijn opvallend efemeer en historisch, alsof de kunstenaars het podium voor deze laatste gelegenheid met nadruk aan het gebouw willen laten. Het mooiste is wat dat betreft de installatie (ECK-OH) van Sophie Wright, die is gebaseerd op de dode vleermuis die ooit in het gebouw werd gevonden. Wright maakt er een prachtig geluidswerk van, waarbij de sonargeluiden van vleermuizen worden gecombineerd met geluiden uit het verleden, een mobiele telefoon die telkens opnieuw een sms met de tekst „Unfortunately, we have to announce that the end is in sight” ontvangt en, zowaar, een gefilmde vleermuis, die zich ergens in een gat boven het plafond schuilhoudt.

Architecture of Goodbye is zo een tentoonstelling waarin je voortdurend nieuwe dingen ontdekt, en die ruim boven de specifieke locatie uitstijgt – verlating, verlies, herinnering. Zodat je uiteindelijk vooral hoopt dat Laurel snel een nieuwe plek krijgt, die ze opnieuw met beelden en herinneringen kunnen vullen.