Opinie

Rellen in een grimmig land dat wacht op het eerste slachtoffer

Openbare orde

Commentaar

Rotterdam, Leeuwarden, Den Haag, Stein, Roermond, Urk, Bunschoten, Spakenburg, Katwijk, Roosendaal, Groningen en Roermond. In al deze steden en dorpen was het afgelopen weekend op straat goed mis, met Rotterdam als dieptepunt. Daar werd een vreedzame demonstratie gekaapt door mensen die uit waren op een confrontatie. Die volgde dan ook, met de politie aanvankelijk in het nauw. Wat resulteerde in gewonden door politiekogels.

Zo’n heftige escalatie komt zelden tot nooit voor – net zo makkelijk waren er dit weekend doden gevallen onder passanten, agenten, demonstranten of relschoppers. Daarmee zou een grens zijn overschreden die bijna te moeilijk is om onder ogen te zien. Dreigen met dodelijk geweld is inmiddels zó algemeen geworden in het publieke domein dat de vrees dat het ook gebeurt tastbaar is. Het is bijna niet meer of het zal gebeuren, maar wanneer – en wie het zal treffen.

De situatie in Nederland is grimmig, een gevolg van polarisatie over de pandemie, de vertrouwenscrisis burger-overheid, een aarzelend demissionair kabinet dat fors ingrijpt in vrijheden maar moeite heeft met proportie en timing. En ook niet enorm uitblinkt in effectiviteit of doortastendheid.

Dan zijn er de nijpende tekorten in ziekenhuizen. IC-arts Diederik Gommers meent dat ‘het leger’ het zorgpersoneel straks moet komen beschermen. Doorgaans is het leger aanroepen een teken van radeloosheid: meer retoriek dan praktisch vernuft. Maar het draagt wel bij aan een sfeer van angst en onzekerheid. De politie verwacht dan ook een onrustige week.

Het hele weekend was er sprake van rellen, vuurwerk gooien, vernielingen, vechten met de politie, brandstichting. Dat resulteerde in gewonde politiemensen, tientallen aanhoudingen en grote schadeposten. Bij het begin van de avondklok was er al eens sprake van een vergelijkbare golf van straatgeweld. Mogelijk is deze uitbarsting een reactie op de verscherpte corona-maatregelen: beperkte horeca-openingstijden, geen stadionbezoek, verdere vaccinatiedrang met een vooruitzicht op 2G. Ofwel het verder inperken van vrijheidsrechten.

Tel er het vuurwerkverbod van vrijdag bij op, dat het kabinet eerst niet zou hebben gewild, maar de burgemeesters wel. En de onrust, wellicht frustratie over een mogelijke lockdown in de nabije toekomst. Vooral het gestuntel met het vuurwerkverbod wekt irritatie. Eerst niet, dan wel – dat wekt ten minste de indruk dat er niet goed over is nagedacht. En dus van willekeur, pijnlijk voor degenen voor wie dit belangrijk is.

Het geweld dit weekend was totaal laakbaar – dat er veel minderjarige jeugd deelnam is meer dan zorgelijk. Van ouders mag in zo’n periode verwacht worden dat ze hun minderjarige jeugd zélf een avondklok opleggen. De situatie op straat is te gevaarlijk, de politie te zeer bedreigd door coalities van gewelddadige geradicaliseerde burgers, voetbalhooligans, reljeugd en ongesorteerde meelopers. De taak van de politie is dempen, de-escaleren, ingrijpen en aanhouden indien nodig. Publieke steun daarvoor is breed aanwezig. De politie moet nu die ruimte krijgen, ook van bestuurders. Die staan zelf voor de zware taak de gezondheidscrisis te bedwingen, mogelijk met nog scherpere maatregelen. Te hopen valt dat die helder zullen zijn, eenvoudig en voor iedereen te begrijpen.

En vooral: op iedereen zoveel mogelijk gelijk van toepassing. Zodat het gekrakeel van hen die zich toevallig onevenredig getroffen voelen zich niet zo makkelijk meer vertaalt in onacceptabel straatoproer.