Het Brabantse dorp Terheijden maakt de aardgasvrije plannen wél waar

Traaise warmte Waar veel plannen voor aardgasvrije wijken de afgelopen jaren amper van de grond kwamen, schakelt Terheijden vanaf komend jaar over op een nieuw warmtenet. Ook de bewoner die „niet zo bezig” is met klimaat, doet mee.

Cees Snellens (80), inwoner van Terheijden, gaat van het aardgas af. „De meesten hier deden mee, en dat stond me toch wel aan.”
Cees Snellens (80), inwoner van Terheijden, gaat van het aardgas af. „De meesten hier deden mee, en dat stond me toch wel aan.” Foto Merlin Daleman

In het huis van gepensioneerd metselaar Cees Snellens (80) is veel zoals vroeger. Het Perzisch tapijt op de vloer, de donkere houten kast. De rij poppen die zijn vrouw verzamelde tijdens hun vakanties. Van het huis kent hij elke steen. Hij heeft het in de jaren tachtig zelf gebouwd, in de avonduren.

Komend jaar verandert er iets aan zijn huis aan de Thomashof in Terheijden. Snellens gaat van het aardgas af, en dat vindt hij prima. Dan komt zijn verwarming niet meer van de cv-ketel, maar koopt hij duurzame warmte bij de nieuwe, eigen energiemaatschappij van het dorp. „De meesten hier deden mee, en dat stond me toch wel aan.”

Het dorp bij Breda werkt sinds 2017 aan een plan dat in Nederland haast uniek is. Een groep bewoners, verenigd in het Traais Energie Collectief (TEC), werkt samen met de in het dorp geboren energie-ondernemer Pim de Ridder aan een collectieve groene energievoorziening voor het dorp. Met een warmtenet zonder fossiele brandstoffen, een eigen windmolen en een zonnepark.

NRC volgde ruim twee jaar lang de vorderingen in Terheijden. In de hete zomer van 2019 begon het graafwerk om in de eerste straten in het dorpscentrum de leidingen te leggen voor het nieuwe warmtenet. De initiatiefnemers verwachtten dat de eerste bewoners binnen een jaar zouden worden aangesloten.

Dat bleek te optimistisch. Het wordt 2022, is nu de planning. Maar ondernemer Pim de Ridder en het collectief TEC hebben nog geen van hun plannen opgegeven. Het hele groene energieproject is in uitvoering zoals het bedacht is, en met financiële steun uit het dorp. Van de huishoudens in het centrum die langs het warmtenet in aanbouw liggen, heeft 55 procent inmiddels een contract gesloten met het nieuwe collectieve energiebedrijf TREM, de Traaise Energie Maatschappij.

Bewoners en bedrijven uit Terheijden investeerden daarnaast vorig jaar ruim een half miljoen euro door obligaties te kopen voor de energieplannen. Het is een aanzienlijk bedrag voor een dorp van zesduizend mensen, en TREM overweegt volgend jaar een tweede uitgifte.

Vertrouwen

Het contrast met de meeste andere pionierende aardgasvrije wijken is groot. In 2018 haalden 27 gemeenten, waaronder Drimmelen waarin Terheijden ligt, de eerste miljoenensubsidies binnen van het ministerie van Binnenlandse Zaken om ‘van het gas af’ te gaan. Begin dit jaar inventariseerde NRC dat slechts in tien van die 27 ‘proeftuinprojecten’ duidelijkheid bestond over een plan van aanpak. Ook waren slechts in tien gemeenten al werkzaamheden begonnen.

Lees ook over een andere aardgasvrije wijk: Niet iedereen in het Rotterdamse ‘Botu’ omarmt stadsverwarming.

Vorige maand schreef het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning dat het planmatig aardgasvrij maken van woonwijken, zoals in 2019 door het kabinet werd afgesproken, de verwachtingen niet waarmaakt. Er is „slechts beperkt voortgang geboekt”, aldus het PBL.

Maar in Terheijden lukt het dus wel. Waarom? Niet omdat de dorpsbewoners zo begaan zijn met duurzaamheid – Drimmelen stemt in het politieke midden. Maar in gesprekken met bewoners valt één ding op: ze hebben vertrouwen in de initiatiefnemers.

Zoals oud-metselaar Snellens in de Thomashof. Hij is „niet zo bezig” met het klimaat, zegt hij zelf. Maar hij raakte de afgelopen jaren wel stapje voor stapje overtuigd van het groene plan. Hij ging naar bewonersavonden, later kwam een medewerker van TREM bij hem thuis om te bepalen hoe alles moest worden aangelegd. „Ik kreeg goede voorlichting, het zag er goed uit.” En hij sprak met z’n buren. „Hier doen ze allemaal mee.”

Het nieuwe energiebedrijf merkte de afgelopen maanden dat de honderddertig eerste klanten niet willekeurig over het dorp verdeeld zijn. Er zijn groepjes waar bewoners huis aan huis meedoen met het warmtenet. De Thomashof is zo’n plek, vertelde TREM aan NRC. Dertien huizen liggen er aan een pleintje. Ze zijn eind jaren tachtig gebouwd op vrije kavels, allemaal verschillend. De meeste bewoners wonen er al sinds het begin, en zijn nu zestig-plus. De warmteleidingen liggen sinds juli in de straat.

Bouwplaats in Terheijden waar nieuwbouwwijk De Weelde verschijnt, die ook aan het warmtenet komt te liggen.

Foto Merlin Daleman

Van onszelf

„Het is onze eigen club”, zegt bouwkundige Johan van Oosterhout (64) over het energiecollectief. „Ik ken die mensen, ze zijn enthousiast.”

Net als Snellens tekende hij een contract voor ‘Traaise warmte’. Ook hij is positief over de bewonersavonden. „Het is met een biertje en een bakje koffie. We konden alle domme vragen stellen.”

Van Oosterhout en zijn vrouw zijn begaan met duurzaamheid. Ze trekken ’s winters een extra vest aan, en over twee weken worden hun zonnepanelen geleverd. „Wij doen mee voor het grote verhaal, dat Nederland ‘van het gas af’ gaat. Maar ook omdat het iets van onszelf is.”

Twee derde van de Nederlanders is bezorgd over de gevolgen van klimaatverandering in hun eigen leven, en wil zo snel mogelijk actie, blijkt uit recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Maar veel burgers hebben ook het gevoel dat maatregelen „worden opgedrongen”, en maken zich zorgen over de gevolgen voor hun portemonnee.

Ook bij aardgasvrij wonen voelen bewoners zich niet genoeg betrokken, bleek uit een enquête in zeven pionierende ‘aardgasvrije’ wijken.

Dat is een risico voor de klimaatplannen. Ontevreden bewoners zullen zich eerder verzetten tegen lokale wind- en zonneparken en warmtenetten. En bij een warmtenet komt de financiële haalbaarheid in gevaar, want zo’n net wordt alleen rendabel als een flinke meerderheid van de bewoners klant wil worden.

Dus proberen professionele duurzaamheidsmensen lessen te trekken uit het pionierswerk in Terheijden. „Het uitzonderlijke aan Terheijden is dat er een verhaal verteld wordt”, zegt antropoloog Ragnhild Scheifes, die veel advieswerk doet voor groene burgerinitiatieven. In opdracht van ondernemer Pim de Ridder, de provincie Noord-Brabant en netwerkbedrijf Enexis deed ze anderhalf jaar veldwerk in Terheijden. „Het is het verhaal van ‘gezamenlijk de schouders eronder’, dat past bij de geschiedenis van het dorp. En er is gezelligheid en professionaliteit. ”

Gepensioneerde mannen

Een lokaal warmtebedrijf opzetten is complex. Scheifes ziet in het land enthousiaste burgers die niet verder komen, of bedrijven die lokaal geen voet aan de grond krijgen. „Bedrijven zeggen dat ze samenwerken met een energiecoöperatie, maar vaak blijkt dat een clubje van vijf gepensioneerde mannen”, zegt Scheifes. „Die mannen weten alles van techniek, maar weinig van communicatie. En de sleutelfiguren uit de gemeenschap, de mensen uit het dorp of de wijk die iedereen kent, zitten er vaak niet bij.”

Dat De Ridder in Terheijden opgroeide, geeft hem bijna vanzelf krediet in het dorp. Maar Scheifes is ervan overtuigd dat bewonerscollectieven elders ook een gezamenlijk verhaal kunnen vinden. In Oudewater in het Groene Hart, waar ze zelf een project begeleidt, werken drie lokale boeren actief mee. Boeren die van oudsher gewend zijn aan het veranderende landschap, pakken nu de bodemdaling en de energietransitie aan. „Op dat verhaal sloegen zijzelf aan.”

In Terheijden, zegt de antropoloog, is niet iedereen overtuigd door de groene plannen. Ook daar is wantrouwen, zijn er sceptici – en niet per se minder dan elders. Bij de rondgang door de Thomashof vertellen enkele bewoners dat zij in tegenstelling tot hun buren niet, of nog niet, meedoen. Geen van hen wil meewerken aan dit artikel.

Maar de grote middengroep die niet lang stil wil staan bij zoiets abstracts als een warmtenet, is wel gevoelig voor het „eerlijke verhaal” uit het dorp, denkt Scheifes. De 3.000 euro subsidie per huishouden die vanuit het Proeftuinenproject van Binnenlandse Zaken ter beschikking kwam, doet de rest.

Financieel neutraal

Oud-militair Werner Ceelen (75), die met zijn vrouw Tineke in een ruim en licht huis aan de Thomashof woont, heeft kritiek op de nationale plannen voor aardgasvrij wonen. „Het had allemaal niet zo overhaast gehoeven, gas is er nog genoeg op aarde.”

Ceelen heeft „geen enkele interesse” om geld uit te geven aan het nieuwe warmtenet, zegt hij. „Iedereen kan wel roepen dat je huis meer waard wordt, maar dat vind ik allemaal niet zo interessant. Het klinkt misschien wat egoïstisch, maar het enige wat wij nog belangrijk vinden, is een leuke oude dag. Maar ik wilde me niet uitzonderen van de rest.”

„Van de mensen hier aan het pleintje”, verduidelijkt zijn vrouw.

En het was financieel best aantrekkelijk, zegt ze. De energiecoöperatie heeft alles doorgerekend: de subsidie dekt al hun aansluitkosten.

Hij: „Je hebt toch de ellende van het graven. Als dan alleen voor ons huis de straat weer open moet… Het was financieel neutraal, dat staat zwart of wit. Dus dan doen we gewoon mee.”

Johan van Oosterhout (64) en zijn vrouw „doen mee voor het grote verhaal, dat Nederland ‘van het gas af’ gaat. Maar ook omdat het iets van onszelf is”.

Foto Merlin Daleman