Opinie

Overal waar wij komen doen we kwaad. Wij?

Marjoleine de Vos

De foto van die bewoners van het Amazonewoud die met pijl en boog gewapend het vliegtuigje aanvielen dat over ze heen vloog en van waaruit die foto genomen werd. Die mensen leiden een leven dat op zichzelf staat, ze hebben de rest van de wereld niet nodig en daar komt dan zo’n vliegtuigje aan. Ze hebben geen behoefte aan indringers en je kunt niet anders dan denken: ze hebben gelijk.

Wij brengen kwaad.

Hetzelfde dacht ik op de tentoonstelling Kirchner en Nolde. Expressionisme. Kolonialisme, in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Er hangen veel (geweldige!) schilderijen en tekeningen van hen waaruit blijkt dat ze gefascineerd waren door kunstvoorwerpen uit Afrika en uit Nieuw-Guinea, waar Nolde ook heen reisde om zelf te kijken naar hoe de mensen leefden en naar wat ze maakten. De tentoonstelling legt nadrukkelijk het verband met het koloniale systeem. Ik ging er eerlijk gezegd heen zonder veel zin in die boodschap, omdat ik zoiets dacht als: ja, ze waren onderdeel van hun tijd, maar ze hadden tenminste belangstelling, wat nut om ze nu te gaan verwijten dat ze... enz.

Maar zo was het eigenlijk niet. Je zag schilderijen van kunstenaars van de Brücke-beweging (waar Kirchner en Nolde toe behoorden) en ook originele kunstvoorwerpen van buiten Europa. Een kunsthistoricus uit Benin zei op een video: stel je voor dat er mensen uit een ander werelddeel naar Europa waren gekomen in de zeventiende eeuw en daar eeuwenlang grootscheeps de kunst hadden weggehaald? Wat zou Europa dan zijn? Hij somde wat namen op van grote kunstenaars die dan alleen elders te zien zouden zijn, iedereen kan ze zelf verzinnen. Een Europa van grote, lege vertrekken. En ik dacht aan hoe kwaad ik altijd word van die Elgin Marbles in Londen (de naam alleen al), de uit Athene geroofde friezen van het Parthenon. Terug daarmee!

Er hing een grote foto van twee mannen met tropenhelmen op die voor een geheel afgebrand complex zaten, op de voorgrond zag je nog zo’n beeld liggen als hier op de tentoonstelling te zien was. Ze hadden net opstandige inboorlingen verslagen, of hoe ze het ook precies genoemd zullen hebben. Overal waar wij komen doen we kwaad, dacht ik verontwaardigd.

Wij.

Wonderlijk woordje.

Wie bedoel je ermee? In zijn boek Sapiens beweert Yuval Noah Harari dat homo sapiens overal waar ze komt schade veroorzaakt (hé, dan vind ik ineens zijn gebruik van het vrouwelijk voornaamwoord voor de mens niet zo leuk). Ik bedoelde geloof ik: wij Europeanen. Wij die altijd menen dat exploitatie van natuurlijke grondstoffen goed is, dat mensen die ooit vredig leefden er beter aan zouden doen om kokosnoten te plukken en cacaobonen te verbouwen. Voor ons. Moi?

Wanneer bedoel je dan wel ‘wij’? Je behoort als vanzelf tot zóveel groepen, of je wilt of niet. Denk aan de neiging van Nederlander om Nederlanders in het buitenland te vermijden.

Net zo goed als ik boze dingen denk over ‘ons’, denk ik ook heel vaak: spreek voor jezelf. Ik zit niet op internet te schelden, ik ben niet verslaafd aan Facebook, ik kijk niet de hele dag op mijn telefoon zoals ik almaar lees dat ‘we’ doen. Ik eet ook niet aan een stuk door varkensvlees maar ik zeg wel dat ‘we’ dit jaar nog altijd niet minder vlees zijn gaan eten. Omdat het kinderachtig is om te zeggen: ik niet? Nee, omdat het kinderachtig is om je steeds alleen maar voor jezelf verantwoordelijk te voelen. En misplaatst. En omdat schipperen er nu eenmaal bij hoort, bij eh: ons.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.