Reportage

Op pad met de volkstelling: ‘Mijn kinderen zijn Russisch hoor!’

Volkstelling Met een landelijke census probeert Rusland de bevolkingskrimp in kaart te brengen. Maar de slordige uitvoering is slecht nieuws voor etnische minderheden.

Goelfia en Rami Zaripov „Tatarstan is mijn vaderland, mijn nummer 1.”
Goelfia en Rami Zaripov „Tatarstan is mijn vaderland, mijn nummer 1.” Foto’s Andrej Borodulin

‘Hallooo!”, met een brede lach zwaait Jelena Oerbankina de deur van haar appartement open. Het bezoek van Goezelia Petrova midden op de dag komt onverwacht, maar de vrouw – en de journalist in haar kielzog – zijn van harte welkom in haar frisse woning, boven in een flatgebouw in een buitenwijk van de Tataarse hoofdstad Kazan. De grote ramen bieden een weids uitzicht over de met eerste sneeuw bedekte bossen.

De vrouwen kennen elkaar. Goezelia Petrova is juf Tataars op de naastgelegen school, waar Jelena’s drie kinderen Fadej (7) Jelisej (15) en Jelizaweta (18) naartoe gaan. Maar vandaag is Petrova in een andere hoedanigheid gekomen. Ze is een van de ruim 300.0000 volkstellers die afgelopen weken in heel Rusland langs de huizen trokken om de inwoners te tellen. Haar werk is onderdeel van de landelijke volkstelling, een tienjaarlijks demografisch monsterproject dat de omvang van de bevolking in kaart moet brengen.

Terwijl haar drie kinderen door het huis springen – de kleine Fadej op gele crocs, Jelisej in keurig schoolkostuum en Jelizaweta met rode lippen en roze haren – neemt moeder Jelena plaats op de sofa naast een immense televisie. Namens haarzelf, haar echtgenoot en kinderen vult ze de vragenlijst op Petrova’s tablet in. De lijst vraagt naar basisgegevens, maar stelt ook gedetailleerde vragen over scholing, achtergrond, leefomstandigheden en nationaliteit. Die laatste vraag is belangrijk in Tatarstan: de autonome republiek is een smeltkroes van maar liefst 115 verschillende etnische groepen.

„Mijn kinderen zijn Russisch hoor! En ik ook. En we spreken Russisch. Schrijf dat maar op”, zegt Oerbankina beslist. De vrouw behoort weliswaar half tot de Mordwienen, een Finoegrisch volk met zo’n 800.000 leden dat overwegend in de deelrepubliek Mordovië woont, maar ze staat sinds jaar en dag als Russische geregistreerd. De Mordovische taal spreekt ze niet, al hoorde ze het veel als kind. Wel spreekt ze een beetje Tataars, naast Russisch de officiële taal in de republiek, en een van de 137 staatstalen van Rusland. Haar echtgenoot behoort tot de Tsjoevasjen, een Turks-Siberisch-christelijke minderheid van anderhalf miljoen mensen.

„Laat mijn man maar niet horen dat ik de kinderen als Russisch heb opgegeven, hij zou willen dat ze als Tsjoevasjen geregistreerd werden.” Maar Oerbankina maakt het niet uit „of iemand Tataars, Tsjoevasj, Mari of iets anders is”, haar kinderen kregen klinkende oud-Russische namen. Dan stuurt ze Jelisej naar de elektrische piano in de slaapkamer, waar de tiener een klassiek muziekstuk inzet dat naadloos overgaat in een Tataarse volksdans. Zijn smalle vingers flitsen over de toetsen.

Rivaliserende volkeren

Niet iedereen in Rusland denkt zo luchtig over etniciteit als Jelena Oerbankina. Volkstellingen zorgen al decennia voor spanningen tussen bevolkingsgroepen. Bijvoorbeeld tussen de getalsmatig sterkere Tataren en hun buren de Basjkieren, een veel kleiner en armer volk uit de aangrenzende deelrepubliek Basjkirië. De twee moslimvolkeren hebben een vergelijkbare herkomst en taal, maar strijden al sinds de late Sovjetjaren over vragen rond identiteit, bevolkingsomvang en geschiedenis. Ze zijn zo nauw verbonden, dat Basjkieren zich nog wel eens vergissen in hun etniciteit en zich opgeven als Tataars. Of daartoe overgehaald worden door de rijkere Tataren, zoals de geruchten gaan. Om dat te voorkomen, annuleerde de regering van Basjkirië in aanloop naar de census zelfs optredens van Tataarse volkszangers.

Maar ook voor de Russische autoriteiten is de volkstelling cruciaal. Gestage bevolkingskrimp is een van de grootste binnenlandse problemen die de Russische president Poetin al twintig jaar het hoofd probeert te bieden. Het bevolkingscijfer lag bij de laatste census in 2010 met nog geen 143 miljoen inwoners ruim twee miljoen lager dan bij Poetins aantreden. En hoewel hij talloze programma’s in het leven riep om Russen te stimuleren meer kinderen te krijgen, is de bevolking het afgelopen decennium verder gekrompen. Een daling die naar verwachting nog tien jaar zal aanhouden.

Lees ook: ‘Na de staatsgreep van 1991 geloofde ik nog in de toekomst van mijn land, Rusland zou democratisch worden’

Een van de redenen is het kelderende geboortecijfer in de roerige jaren negentig, toen de staatseconomie moest transformeren en veel Russen hun spaargeld kwijtraakten. Daardoor zijn er nu minder vrouwen in de vruchtbare leeftijd, die óók minder kinderen krijgen.

Weliswaar zorgde de annexatie van de Krim in 2014 een kleine groeispurt, doordat de Russische bevolking in één klap twee miljoen mensen rijker werd, maar ook die kon de neergang niet verhullen. Des te dramatischer is de impact van de pandemie afgelopen jaar. Hoewel de autoriteiten het werkelijke dodental maskeren, heeft het virus volgens onafhankelijke bronnen al bijna aan één miljoen Russen het leven gekost. Niet alleen een humanitaire, maar ook een demografische ramp.

Om het tij te keren lanceerde de overheid een nieuw actieplan tot 2025, met daarin maatregelen voor meer kinderbijslag, een reductie van babysterfte, betere kinderopvang en de uitgifte van grond aan gezinnen met drie of meer kinderen. Ook de volksgezondheid, vooral het terugdringen van alcohol- en tabakconsumptie, is een speerpunt. De volkstelling is van belang om te peilen welke regio’s leeglopen, welke volkeren uitsterven, en welke voorzieningen waar nodig zijn.

Volksteller Goezelia Petrova.
Foto’s Andrej Borodulin
Jelisej achter de piano
Foto’s Andrej Borodulin
Volksteller Goezelia Petrova en Jelisej achter de piano.
Foto’s Andrej Borodulin

Russificering

Van overmatig alcoholgebruik heeft de burgemeester van Novyj Kyrlaj geen last. Het dorp van 873 inwoners, een uur rijden ten noorden van Kazan, is etnisch Tataars en dus moslim. De burgemeester is deze middag speciaal uitgerukt om zijn dorp voor de Nederlandse lezer in het zonnetje te zetten.

Hoewel de burgemeester precies weet wie er in zijn dorp wonen („twee Oezbeken, twee Russen, zes Mari, de rest Tataars”), zijn ook hier bevolkingstellers actief. Een van hen is Moersjida Chasjimova. In het schemerduister en de miezerregen stapt ze over de Groene Straat, een onverharde modderweg die grenst aan het voetbalveld. Bij het houten huis van Rami (53) en Goelfia (55) Zaripov houdt ze stil. Terwijl haar echtgenoot zich verstopt voor het bezoek, ontvangt de schuchtere Goelfia, in paarse winterjas en op wollen sokken, in het halletje. Na het beantwoorden van de vragenlijst wil ze het bezoek wel even binnenlaten.

„Vroeger toen ik nog werkte, sprak ik wel wat Russisch, nu bijna alleen nog maar Tataars”, vertelt Rami Zaripov aan de keukentafel. De Russische klanken haperen in zijn keel. Het echtpaar voelt zich Tataars en moslim en is trots op die afkomst. „Mijn opa heeft 25 jaar in het leger van de tsaar gediend. Hij had een wit paard. Welke tsaar dat was? Geen idee.”

Zelf diende Rami twee jaar in Kazachstan, daarna keerde hij terug naar zijn geboortedorp om nooit meer weg te gaan. In de Sovjetjaren werkte hij als tractorbestuurder en zij als melkster op de kolchoz, religie was verboden. „Vroeger wilde iedereen Russisch praten. We schaamden ons voor ons accent en Russen dachten dat we buitenlanders waren. Nu schaam ik me niet meer. Tatarstan is mijn vaderland, mijn nummer 1.” Toch voelen ze zich als groep nog steeds achtergesteld.

Hoewel minderheden een stuk zelfverzekerder zijn en meer vrijheid hebben dan in de Sovjettijd, maken etnische groepen zich zorgen over de voortschrijdende russificering. Rusland mag in naam een federatie zijn, in werkelijkheid ligt alle macht in Moskou, Daar maken Russen de dienst uit, worden de budgetten verdeeld en smoren de veiligheidsdiensten ieder spoor van verzet of separatisme in de kiem. Volgens activisten is het beleid van Moskou gericht op het homogeniseren van de bevolking. Dat wordt bevorderd door de afkalving van taalonderwijs, repressie van etnisch activisme en het inperken van autonomie van volkeren.

De vier miljoen trotse Tataren voeren al jaren strijd tegen dat „imperialistische” beleid uit Moskou. Vorige maand tekende president Poetin een decreet dat de titel van regionaal ‘president’ afschaft voor leiders van autonome republieken. Als een van de weinige regionale leiders kwam de Tataarse president Roestam Minnichanov in opstand tegen de maatregel. Moskou zette hem direct voor het blok: óf de titel eruit, óf Minnichanov zelf.

Hoogst onbetrouwbare cijfers

In dat verstikkende klimaat is de volkstelling dit jaar extra belangrijk voor minderheden. Met hoe meer zij zijn, hoe moeilijker het immers wordt voor Moskou om hun belangen te negeren. Pijnlijk is daarom de kritiek van onafhankelijke deskundigen op de slordige manier waarop Rosstat, het centrale statistiekbureau van Rusland, de vanwege de pandemie meermaals uitgestelde census organiseert.

„De volkstelling is een ramp. Ten eerste wat betreft de timing, op het hoogtepunt van de pandemie. Ten tweede is er veel te weinig aandacht voor, waardoor heel weinig mensen meedoen. En ten derde is de bereidheid van burgers om informatie te delen met onbekenden sinds de laatste census sterk afgenomen”, zei de onafhankelijke demograaf Aleksej Raksja onlangs in een radioprogramma. Als misstanden ziet Raksja het feit dat Rosstat in verschillende regio’s zelf de vragen invult, er grote aantallen niet of juist dubbel getelde inwoners zijn en het feit dat de volkstellers betaald krijgen per geteld adres. Dat burgers, zoals Jelena Oerbankina in Kazan, persoonlijke informatie namens familieleden in mogen vullen, krijgt eveneens hevige kritiek.

De slordigheid heeft verstrekkende gevolgen: de komende tien jaar zit Rusland aan hoogst onbetrouwbare cijfers vast. Dat bleek al toen Rosstat vorige week bekendmaakte dat „ruim 100 procent” van de bevolking is geteld. Het kwam de instantie op hoongelach te staan. Rosstat moest door het stof, de onderdirecteur werd bijna ontslagen. Raksja: „Deze census heeft met werkelijke mensen niets te maken.”