Bij de vierjarigen rollen de woorden ‘lockdown’ en ‘quarantaine’ er al vloeiend uit

Kleuters Kleuters van nu waren drie of vier jaar toen de eerste lockdown begon. Wat is het effect daarvan op hun leven? Worden achterstanden snel ingehaald of zal de schade blijvend zijn?

De vier- en vijfjarigen die nu in groep 1 of 2 zitten, hebben door de coronacrisis een relatief groot deel van hun leven thuis doorgebracht, zoals hier de kleuters van basisschool De Kleine Wereld in Nijmegen.
De vier- en vijfjarigen die nu in groep 1 of 2 zitten, hebben door de coronacrisis een relatief groot deel van hun leven thuis doorgebracht, zoals hier de kleuters van basisschool De Kleine Wereld in Nijmegen. Foto Dieuwertje Bravenboer

‘Je mag geen druiven uit mijn broodtrommel pakken”, zegt Djady tegen Romy. „Dan krijg je corona.” De vriendinnen zijn vijf jaar – „bijna zes!” – en zitten in de kleutergroep van basisschool De Kleine Wereld in Nijmegen.

Wat weten ze nog meer van corona, vraagt juf Sandra Seising.

Djady: „Dat we thuis moesten blijven.”

Romy: „Je mocht niet buiten spelen.”

Djady: „En niet naar school.”

Romy: „Ik vind corona niet zo leuk.”

De vier- en vijfjarigen die nu in groep 1 of 2 zitten, hebben door de coronacrisis een relatief groot deel van hun leven thuis doorgebracht in plaats van op school of in de kinderopvang. Ze kregen ‘les’ achter een computerscherm, opa’s en oma’s waren maandenlang uit beeld en spelen met andere kinderen was er voor sommigen niet meer bij. Is er een corona-effect bij jonge kinderen? En wat is de invloed daarvan op hun leven?

De kleuters van De Kleine Wereld gedragen zich niet heel anders dan de kleuters die voor corona in hun klas zaten, zeggen leerkrachten Sandra Seising en Kim Huizer. Er zijn wel subtiele verschillen. Kleine dingen die niet onmiddellijk opvallen en die vooral laten zien hoe normáál corona is voor jonge kinderen. Hun taal is anders, zegt Seising. „Lockdown, vaccinatie, quarantaine. Best moeilijke woorden voor een kind van vier, maar ze rollen er probleemloos uit.”

Huizer: „Een kind sprak na de lockdown alleen nog een mengelmoes van Arabisch, Engels en Nederlands. Bij hem moesten we helemaal opnieuw beginnen.”

Een ander kind zat een jaar bij haar vader in Afrika, omdat ze door de lockdowns niet terug kon naar haar moeder in Nijmegen. Zij sprak daarna geen woord Nederlands. Seising: „Maar als je ziet hoe het nu met haar gaat… Ze halen het razendsnel in.”

En dan zijn er de nieuwe routines: ouders die afscheid nemen bij het hek, kleuters die uit zichzelf hun handen wassen. Huizer: „Alsof ze nooit anders hebben gedaan.”

Tijdens de lockdowns hadden Huizer en Seising elke dag contact met hun klas. „Afstandsonderwijs is lastig met kleine kinderen”, zegt Seising. „Maar we waren dagelijks online om even samen een liedje te zingen of te kletsen.”

Kleuters zijn sinds corona minder goed in bewegen. Motorisch zijn ze minder vaardig en ze kunnen minder goed balanceren

„We bleven elkaar zien, dat is cruciaal geweest”, zegt Huizer.

„Sommige kleuters werden tijdens de lockdown vier en zagen hun klasgenootjes pas maanden later voor het eerst in het echt”, zegt Seising. „Die waren zó blij om weer te kunnen spelen, maar moesten erg wennen.”

Ze waren „een beetje schichtig”, zegt Huizer. „Dat was snel over. We merken nu vooral dat de groep saamhoriger is.”

„Ze zijn zorgzamer”, zegt Seising. „Daaraan merk je dat het indruk heeft gemaakt.”

Gezichten met mondkapjes

De gevolgen van corona voor kinderen zijn tot nu toe vooral bij oudere leerlingen onderzocht. Die onderzoeken laten zien dat bijna alle leerlingen in meer of mindere mate leervertraging hebben opgelopen door de lockdowns. De schade is ongelijk verdeeld: kinderen met laagopgeleide ouders liepen grotere leerachterstanden op dan hun klasgenoten met hoogopgeleide ouders.

Lees ook: Leerachterstanden door lockdowns op vmbo veel groter dan op het vwo

Als het gaat om de sociaal-emotionele gevolgen van de lockdowns geldt ruwweg: hoe ouder het kind, hoe groter de schade. Vooral tieners en jongeren hebben flink geleden onder de lockdowns, laten verschillende onderzoeken zien. Ze waren gemiddeld eenzamer en somberder dan voor corona.

Hadden baby’s, peuters en kleuters daar ook last van? En is hun ontwikkeling ook vertraagd? Daar is veel minder over bekend. Kleuters worden nauwelijks getoetst en zijn niet goed in staat over hun gevoelens te praten en een gebeurtenis als corona te overzien. Nóg jongere kinderen kunnen dat al helemaal niet, terwijl ook hun levens soms radicaal veranderden.

Neem baby’s: de crèche ging dicht en op straat zagen ze vanuit hun wandelwagen alleen nog gezichten met mondkapjes.

Chantal Kemner, hoogleraar biologische ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Utrecht, doet onderzoek naar de sociale ontwikkeling van baby’s. Ze bestudeert onder andere hoe baby’s emoties leren herkennen. Dat gaat razendsnel: een baby van een paar maanden leert door naar de aparte onderdelen van gezichten te kijken: mond, ogen, wenkbrauwen. Door dit heel vaak te oefenen ziet hij later in letterlijk één oogopslag of iemand boos is of verdrietig. Tijdens de lockdowns zagen baby’s gemiddeld veel minder mensen en hadden ze dus minder „oefenmateriaal”, zegt Kemner.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Pechvogels

Ze verwacht dat ‘coronababy’s’ daardoor minder goed zijn in het herkennen van gezichtsuitdrukkingen. Dat kan gevolgen hebben voor hun ontwikkeling. Kemner: „Als je meer tijd nodig hebt om te zien hoe iemand zich voelt, is contact maken minder gemakkelijk en ingewikkelder. Maar of de baby’s van nu daardoor later minder goed contact maken, weten we niet. We hebben dit nog nooit meegemaakt. De coronacrisis is in dat opzicht uniek.”

Oké, je kunt jonge kinderen zelf niet goed vragen naar hun ervaring en ontwikkeling, maar hun leerkrachten en ouders wél. Verschillende onderzoekers hebben dat de afgelopen maanden gedaan. Zo vroeg de Onderwijsinspectie, in een breder onderzoek naar de gevolgen van corona voor het onderwijs, wat schoolleiders en leerkrachten na de schoolsluitingen zagen bij hun jongste leerlingen. Conclusie: er is gemiddeld sprake van minder ontwikkelingsgroei bij de kleuters. Ook zien ze „negatieve gevolgen voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling, gedrag en taalontwikkeling”.

Let wel: gemiddeld. Ook hier zijn de verschillen groot: de ene kleuter kwam huppelend de lockdown door met liefdevolle ouders en genoeg aandacht, terwijl de ander het beduidend minder trof. Waarbij sommigen zelfs vaker werden verwaarloosd en mishandeld, zoals onderzoek van de Universiteit Leiden eerder dit jaar liet zien.

Madelon Hendricx-Riem, universitair docent pedagogische wetenschappen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, onderzocht het opvoedgedrag van ouders tijdens de lockdown. Samen met onderzoekers van de Rotterdamse Erasmus Universiteit liet ze vaders en moeders met een peuter van drie in april en mei 2020 vragenlijsten invullen. De uitkomsten vergeleek ze met soortgelijk onderzoek van voor corona. Wat bleek: ouders schudden hun peuter vaker door elkaar en scholden ze vaker uit dan voor de pandemie. „We weten dat mensen zich bij dit soort zelfrapportages vaak iets beter voordoen”, zegt Hendricx-Riem. „In de praktijk is het misschien ietsje erger.”

Haar verklaring voor de toename: „Stress, psychische klachten en verandering van werksituaties zijn de belangrijkste voorspellers voor hardhandig opvoedgedrag tijdens de lockdown, bleek uit ons onderzoek. In de lockdowns kwam het allemaal samen. Ouders moesten thuiswerken en dat combineren met de zorg van een driejarige.”

Een beetje stress is goed

De toename kan tijdelijk zijn, denkt Hendricx-Riem. „Als de omstandigheden beter worden en de stress afneemt, zal het opvoedgedrag van ouders waarschijnlijk ook weer verbeteren. Al is dat niet zeker. We hebben inmiddels een vervolgmeting gedaan naar deze groep, maar die data zijn nog niet geanalyseerd.”

Het lijkt erop dat leer- achterstanden snel worden ingehaald, maar hoe zit het met de sociaal- emotionele schade?

De Utrechtse onderzoekers Anneloes van Baar, hoogleraar pedagogische wetenschappen, en Willemijn van Eldik, kinder- en jeugdpsycholoog, hebben net de eerste resultaten binnen van een internationaal onderzoek onder ouders van kinderen tussen één en zes jaar. Hun dataverzameling startte in november 2020 en liep door tot juni dit jaar. Ze vroegen ouders naar hun stemming en naar het gedrag van hun kind. Hoe vaak was het kind boos of verdrietig? Had het last van driftbuien of slaapproblemen?

Ruim 2.700 Nederlandse ouders vulden de vragenlijsten in. Uit de eerste analyses blijkt dat jonge kinderen iets somberder zijn en zich daardoor meer terugtrekken dan normaal, zegt Van Baar. „Het gaat om een stijging van 5 procent. Dat valt ons eerlijk gezegd mee, gezien de enorme verandering in het leven van jonge kinderen.”

Van Eldik: „We weten nog niet precies wat dit laat zien. Ouders waren veel meer thuis met de kinderen: misschien hebben zij gewoon meer gezien van hun kinderen.”

Van Baar: „Het is de kip-ei-vraag: is het kind treurig omdat de ouder treurig is, of andersom?” Voor veel kinderen was het toch ook prettig dat hun ouders meer thuis waren? Meer tijd, geen haast om op tijd op school en werk te zijn?

Klopt, zegt Van Eldik. „Sommige ouders vonden het fijn om meer tijd met elkaar door te brengen, anderen zagen vooral belemmeringen en hadden juist meer last van stress. We zien dat hoe ouders de impact van de pandemie ervaren, samenhangt met hoe het met de kinderen gaat.”

Foto Dieuwertje Bravenboer

Van Baar: „De manier waarop ouders met een probleem omgaan beïnvloedt de dynamiek in het gezin en bepaalt hoe kinderen ergens tegenaan kijken. Hun stress heeft invloed op kinderen. We weten uit de literatuur dat een beetje stress goed kan zijn, als voorbereiding op het echte leven. Maar het moet niet te lang duren.”

En dan is er nog het fysieke aspect: veel kinderen zaten ineens de hele dag thuis vanwege de lockdowns. Resultaat: ze werden, net als veel volwassenen, zwaarder. Volgens onderzoek van de Universiteit Maastricht uit februari van dit jaar aten kinderen minder gezond, sliepen ze slechter en bewogen ze minder.

De gevolgen daarvan werden in kaart gebracht door Amika Singh, senior onderzoeker bij het Mulier Instituut, dat zich richt op het onderzoek van sport en beweging. Singh en haar collega’s vergeleken de motorische vaardigheden van kinderen voor en na de lockdowns. Hun conclusie: vooral kleuters zijn sinds corona minder goed in bewegen. Ze zijn motorisch minder vaardig. Ze kunnen bijvoorbeeld minder goed balanceren. Dat juist de jongste leerlingen slechter zijn gaan bewegen, komt mogelijk omdat zij voornamelijk „bewegend leren”, zegt Singh. „Op die leeftijd zitten ze op school nauwelijks stil. Ze lopen en rennen de hele dag: van de poppenhoek, naar de bouwhoek, naar de zandbak. Ze zijn voortdurend aan het klimmen, rennen, duwen en vallen. Daardoor leer je balanceren: letterlijk met vallen en opstaan.”

Door de lockdowns viel dat weg, zegt Singh. Al zijn ook hier de verschillen tussen kinderen goed zichtbaar. „Er zijn ouders die alle vrijheid hebben gehad om met hun kinderen naar buiten te gaan en ze lekker te laten rennen. Maar kinderen op driehoog achter konden dat niet. Sommige ouders hielden hun kinderen binnen uit angst voor corona.” Dat had mogelijk consequenties voor hun motorische ontwikkeling, zegt Singh. „Tot een jaar of acht bouwen kinderen een arsenaal aan beweegvaardigheden op. Als je dat niet oefent, ben je minder vaardig in bewegen waardoor je sporten later vaak minder leuk vindt.” Valt zo’n motorische achterstand te repareren? „Dat hoop ik”, zegt Singh. „Kinderen zijn flexibel, als je gericht oefent kun je veel herstellen.”

Foto: Dieuwertje Bravenboer

Krokodillenzalf

„Corona gaat niet weg”, zegt Romy gedecideerd.

„Het is er nog, hè”, zucht juf Sandra. „We moeten nog steeds heel vaak handen wassen.”

Romy: „En niet uit elkaars beker drinken.”

Djady: „Dat mag ook niet als je een koortslip hebt.”

Romy: „Behalve als je er een pleister of een zalfje op doet.”

Djady: „Ik heb krokodillenzalf!”

Wat het effect van de coronapandemie op de lange termijn zal zijn, is gissen, zeggen onderzoekers en leerkrachten. Het lijkt erop dat leerachterstanden snel worden ingehaald, maar hoe het zit met sociaal-emotionele schade is nog niet duidelijk. „We zitten er nog middenin”, zeggen kleuterjuffen Huizer en Seising.

Wat ze wel weten: kleine kinderen zijn enorm flexibel en weerbaar. Huizer – 26 jaar ervaring met kleuters: „Ik verwacht niet dat ze een trauma overhouden aan de lockdowns, maar dan moeten de randvoorwaarden wel goed zijn. Als het thuis niet goed gaat, hakt het er harder in.”

Foto: Dieuwertje Bravenboer

„Het helpt als je met ze praat over wat er is gebeurd en wat dat betekent”, zegt Seising – zestien jaar ervaring met peuters en kleuters. „Voor kleuters is corona iets heel groots en niet te overzien. Ze denken dat het voor altijd is.”

Kleuters overschatten de gevolgen van corona, zegt ook Willemijn van Eldik van de Universiteit Utrecht. „Ze kunnen het ervaren als iets permanents en de risico’s overschatten.”

„Zij denken: ‘Opa is naar buiten gelopen, dus nu gaat-ie dood’”, knikt Anneloes van Baar.

Van Eldik: „Toen ze hun vriendjes niet mochten zien, dachten ze dat ze nóóit meer mochten spelen. Je kunt je voorstellen dat dat tot meer angst leidt.”

Verreweg de meeste kinderen kunnen hier goed doorheen komen, zegt Van Baar. „De ‘maar’ zit ’m in de omstandigheden. Als er lange tijd een negatieve stemming is geweest binnen het gezin… Tja… dat vormt een kind.”