Reportage

Als het veen weer nat wordt en gaat groeien, kan het de wereld helpen

Natuur Hans Joosten onderzoekt in Duitsland hoe het klimaat en de biodiversiteit kunnen verbeteren door veengebieden nat te maken.

Hans Joosten in een uitkijktoren in een veengebied bij Greifswald, in het oosten van Duitsland. Hieronder een afgerasterd onderzoeksperceel.
Hans Joosten in een uitkijktoren in een veengebied bij Greifswald, in het oosten van Duitsland. Hieronder een afgerasterd onderzoeksperceel. Foto’s Fabian Sommer

Langs een dijk aan de Oostzee buigt riet met de wind mee. De zee heeft hier een belangrijke taak. Het zeewater dat tegen de stengels kabbelt, voorkomt dat hier CO2 de lucht in gaat. De veenbodem droogleggen heeft grote gevolgen. Dat is te zien aan de andere kant van de dijk, waar het water niet meer komt.

Daar grazen beige koeien in een eentonig grasland. Het droge veen – resten van vergane planten – onder de hoeven van de dieren wordt afgebroken. Daardoor komt CO2 vrij. Heel veel CO2. Ook zakt de bodem in. Het ecosysteem is verstoord: het rietmoeras is verdwenen. Oorspronkelijke bewoners van venen komen niet snel terug, bleek uit een vorige maand gepubliceerd internationaal onderzoek.

Een grote grijze man met lange jas en laarzen loopt over de dijk. Hans Joosten is Brabander, maar woont en werkt al 25 jaar hier in het Oost-Duitse Greifswald, waar hij hoogleraar veenkunde en paleo-ecologie is. „Hier fiets ik elke ochtend naartoe om te zwemmen. Ik dobber in het water terwijl de zwaluwen, zwanen en zeearenden over mij heen vliegen”, vertelt hij met een brede lach.

Joosten ontving vorige maand de Duitse milieuprijs. Met een team van 70 onderzoekers bestudeert hij aan het Greifswald Moor Centrum het herstel en duurzaam gebruik van veen binnen en buiten Europa.

Inmiddels zijn honderdduizenden hectaren veen in Europa opnieuw onder water gezet. En ook buiten Europa, zoals in Indonesië. Maar we zijn er nog lang niet, zegt Joosten. Wereldwijd moet al het veen nat om de klimaatdoelen te halen. In Europa is 1 procent van het veen hervernat, volgens Joosten. „Duitsland moet 50.000 hectare per jaar onder water zetten om alles in 2050 hervernat te hebben. Nu halen ze net 2.000. In Nederland moeten onder andere grote delen van Friesland, Overijssel, Utrecht en Noord- en Zuid-Holland hervernat worden.” Ruim 80 procent is drooggelegd voor landbouw. Dat maakt het ingewikkeld: „De ministeries van landbouw willen dat we alleen natuurgebieden hervernatten, maar daar zitten de problemen niet. Die zitten bij de landbouw.”

Foto Fabian Sommer

Buizen van plexiglas

Joosten wijst naar een aantal antennes en buizen die uit de grond komen aan weerszijden van de dijk. Twee meetpunten. „Dertig jaar geleden is hier een dijk weggehaald, waardoor een deel van het veen weer regelmatig door de zee overstroomd wordt.” Zo ontstonden hier drie situaties. Een deel lag al buiten de dijk. Een ontwaterd deel was intensief gebruikt gras en akkerland, maar ligt nu opnieuw buiten de dijk. Én een deel was ooit nat maar is nog steeds droog. De perfecte plek om te onderzoeken wat droogte en hervernatten met het veen en het milieu doet.

Joosten stapt het veen op. Verderop is een rechthoek van zo’n 10 bij 35 meter afgezet, om de meetapparatuur heen. De buizen in de grond zijn van plexiglas. „We kunnen er een scanner in steken en die kan foto’s van de wortels maken.” Mossen groeien omhoog en sterven aan de onderkant af. Een deel van het organische materiaal blijft in de vochtige bodem opgeslagen. „Net als augurken in een pot.” Maar een belangrijk deel van de venen groeit niet boven maar onder de grond, vanuit de afstervende wortels van planten die in ouder veen wortelen. „Die venen groeien omhoog door omlaag te groeien, dat begrijpen we nog niet helemaal.” Dat gebeurt bij een droger of warmer klimaat. Daarom wordt ook bijgehouden welke temperatuur de bodem heeft, of het regent en welke grassen en mossen op het veen groeien. Ook wordt onderzocht hoeveel en welke broeikasgassen vrijkomen.

De universiteit van Greifswald verzamelde sinds de jaren 90 voor verschillende projecten door heel Europa informatie over de effecten van hervernatting. Al deze data gooide Joostens onderzoeksgroep op een hoop voor het onderzoek naar biodiversiteit. Hervernatte venen werden vergeleken met venen in de buurt die nooit zijn drooggelegd.

Tienduizend jaar

Daaruit bleek dat de biodiversiteit na hervernatting nergens vergelijkbaar was met de oorspronkelijke venen. „Logisch”, zegt Joosten. Het veen is in tienduizend jaar ontstaan. „Dan moet je niet verwachten dat het in enkele tientallen jaren is hersteld.”

Snelle groeiers als de lisdodde, met de dikke bruine ‘sigaren’, en rietgras krijgen na hervernatting vaak de overhand. Een erfenis van de landbouw, waardoor veel voedingsstoffen in de bodem kwamen. Van nature is veen juist voedingsarm. „Snelle groeiers winnen het door lichtconcurrentie van soorten die op een arme bodem goed gedijen.”

Vergelijk het met een gekookt ei, dat wordt ook nooit weer hoe het was

Ook is het veen door drooglegging veel compacter geworden en chemisch veranderd, waardoor het minder water vasthoudt. „Je kunt het vergelijken met een gekookt ei, dat wordt ook nooit weer hoe het was.” Er moet nieuw veen komen, een langzaam proces.

Foto Fabian Sommer

Luid gekwetter. Een stuk of acht zwanen vliegen over. Het hervernatte veen met moslaag waarop we lopen veert licht mee. Het is herfst, zeeasters zijn net uitgebloeid. Joosten plukt een klein plantje met dikke bladeren en stopt het in zijn mond. Wat hij eet? „Runderschijt.” Én hij proeft zout. Vergelijkbaar met zeekraal. Het plantje heeft zich aangepast aan de natte zoute omgeving. Dat ziet hij Joosten aan de dikke bladeren. „Een spurrie denk ik, spergularia.”

Terug op de dijk vertelt Joosten waarom hervernatten zin heeft. Het landschap dat weer buiten de dijk ligt is misschien niet zoals het ooit was, maar de plantengroei is al een stuk rijker dan op akkerland. In andere hervernatte venen zijn bijvoorbeeld het kleinst waterhoen en de witvleugelstern terug. „Die waren daar 100 jaar uitgestorven.”

Bodemdieren en bacteriën

Met meer geduld zal het overschot aan voedingsstoffen uit het veen verdwijnen, waardoor meer planten en dieren terug kunnen komen. „Dat komt doordat de kringloop bij levende venen onderbroken is”, zegt Joosten. Normaal komen voedingsstoffen die door planten worden opgenomen weer vrij als de plant dood is en wordt afgebroken door bodemdieren en bacteriën. In een levend veen worden plantenresten niet volledig afgebroken, maar stapelen zich op als veen. Zo wordt de bodem steeds armer. En wordt CO2 vastgelegd. Na drooglegging komt dit juist weer in de atmosfeer. „Wereldwijd zo’n 4 procent van de emissies.”

Ook stopt de bodem van een hervernat veen met dalen. Ontwaterde venen zakken een centimeter per jaar. „West-Nederland zakt al duizend jaar. Het land begon 5 meter boven de zeespiegel en ligt er nu 5 meter onder. Sommige gebieden kunnen nog 20 meter verder zakken.”

Lees ook: Methaan is een grillig broeikasgas uit koe, sloot en vuilnisbelt