Reportage

Ook 76 jaar na de oorlog rust er nog een taboe op ‘foute’ ouders

Tweede Wereldoorlog Kinderen en kleinkinderen van ‘foute’ Nederlanders ontmoetten zaterdag prinses Beatrix. Na decennia van schaamte en stilzwijgen, voelde dat als erkenning.

Prinses Beatrix (midden) ontmoette deze zaterdag kinderen en kleinkinderen van Nederlanders die in de oorlog ‘fout’ waren.
Prinses Beatrix (midden) ontmoette deze zaterdag kinderen en kleinkinderen van Nederlanders die in de oorlog ‘fout’ waren. Foto Robin Utrecht/ANP

Iemand in de groep, vertelt Herman Schouten (77), durft niet het graf van zijn ouders te bezoeken. En in de eerste week van mei, wanneer Nederland zijn oorlogsdoden herdenkt en de vrijheid viert, zijn er anderen die bewust met vakantie gaan, zegt hij. Kinderen van ‘foute’ ouders, ouders die in de Tweede Wereldoorlog de kant van de bezetter kozen. Kleinkinderen die nu pas ontdekken dat opa of oma lid was van de NSB, een oom SS’er was of een andere oom bij de Hitlerjeugd zat. En niet weten of, en dan hoe, ze daarover moeten praten.

Ze schamen zich. Zijn – 76 jaar na afloop van de oorlog – nog altijd bang voor afwijzing door de buren, door collega’s of vrienden. Een aantal van hen wil niet in de krant, of niet met de volledige naam. Ze voelen zich schuldig over de keuze die hun ouders maakten.

Dat deze zaterdag prinses Beatrix in Den Haag naar hun verhalen komt luisteren, emotioneert. Ze voelen het als erkenning. Als koningin zei Beatrix in haar kersttoespraak van 1994 al, en voor het eerst namens de regering, dat de bezettingstijd niet meer moet worden bekeken vanuit ‘goed’ en ‘slecht’, dat de menselijke verhoudingen complexer zijn dan dat.

Dat blijkt ook uit de verhalen van de nazaten, verenigd in de Stichting Werkgroep Herkenning die hen ondersteunt, op deze ochtend. Soms koos vader of grootvader de kant van de bezetter door actief NSB-lid te worden. De fascistische partij, die samenwerkte met de Duitse bezetter, had op haar hoogtepunt in 1941 meer dan 100.000 leden. Anderen, zoals de grootvader van een van de aanwezigen, collaboreerden door in Duitse dienst te gaan. Of kregen een relatie met een Duitse soldaat, de ‘moffenmeiden’.

Lees over het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging: Iedereen oorlogsslachtoffer

145 terdoodveroordeelden

In het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging in het Nationaal Archief ligt informatie over zo’n 400.000 Nederlanders die tijdens de oorlog collaboreerden of daar na de oorlog van werden verdacht. Steeds meer nazaten vragen inzage. In ruim 14.000 gevallen kwam het tot een rechtszaak, 145 mensen zijn ter dood veroordeeld.

Hun kinderen belandden soms in een interneringskamp, waar ze tot ‘goede’ Nederlanders moesten worden omgevormd. Rosanne Buis van de Werkgroep Herkenning vertelt hoe haar moeder, 13 toen de oorlog begon, daar ernstig werd mishandeld en getraumatiseerd raakte. „Ze was een zwijgzame vrouw en deelde geen emoties. Ik heb dat overgenomen.”

Ze zegt: „Ik heb geleerd om erover te praten. Op moment dat je geschiedenis verzwijgt, kun je het niet verwerken.”

Lees ook: Integratie van NSB-gezinnen liet veel te wensen over

Verborgen verhalen

Greg Nottrot (38) maakte de voorstelling Graven die in bijzijn van prinses Beatrix wordt vertoond. Zijn oma, nu 99, was als 25-jarige verloofd met een Duitse luitenant die omkwam, en was – net als haar vader – lid van de NSB. „Als de dementie de deurtjes niet had geopend”, was het geheim misschien nooit onthuld, vertelt Nottrot.

Maar „ze prevelde ongewild een naam die ze 70 jaar niet had genoemd: Heinrich” en „tijdens het leeghalen van het ouderlijk huis vond mijn tante een doos met liefdesbrieven”. Hij leest er, onder begeleiding van pianomuziek, een aantal voor. „Hoe kon dit verhaal, in een huis vol mensen, verborgen blijven?” In de zaal wordt geknikt: het verleden drukt in sommige families nog altijd zo zwaar, dat er niet over werd én wordt gesproken.

Aanwezigen luisteren naar een toespraak tijdens de bijeenkomst. Foto Robin Utrecht/ANP

Sommigen kennen hun familiegeschiedenis al hun hele leven. Marijke was vijf toen haar vader in april 1945 gevangen werd gezet; hij was „een jodenjager” leerde ze later. Of hij er spijt van had, heeft ze nooit geweten. Vlak voor zijn dood „zei hij van wel, maar of het echt was of om met mij in het reine te komen...”

Haar jeugd was vreselijk, vertelt ze. Iedereen in de straat wist wat hij had gedaan. Zij werd erop aangesproken. Zij werd door de juf in de klas oorlogsmisdadiger genoemd.

Het enige wat Marcel Kemp wist van zijn vader was dat hij een Duitse soldaat was. Lees hier over zijn zoektocht: Een onbekende soldaat verwekte hem in ’43. Een levenslange zoektocht volgde

Herman Schouten was tien, vertelt hij. Ook hij zegt: „We werden door de hele buurt gehaat.” Hij vroeg zijn vader of hij ging stemmen. Maar diens stemrecht was hem ontnomen door zijn lidmaatschap van de NSB. Zijn moeder was nog tot 1956 stateloos.

„Toen ik verkering kreeg, zeiden mensen tegen haar: ‘is dat dié Schouten?’” Zijn echtgenote staat naast hem. Is zij wel eens op het verleden van haar schoonouders aangesproken? Strijdlustig zegt ze: „Dat hadden ze eens moeten probéren.”

Herkenning

Bij de Werkgroep Herkenning „hoeven we elkaar niets uit te leggen”, zegt Alex Dekker (50), leraar in het voortgezet onderwijs. Zijn grootvader, een Duitse soldaat, liet in 1944 zijn grootmoeder zwanger achter. „Tot zijn negentiende vertelde ze mijn vader dat hij ooit zou terugkeren.”

Prinses Beatrix (links) in gesprek met mensen tijdens de bijeenkomst. Foto Robin Utrecht/ANP

Dekker zegt: „De oorlog is nog niet voorbij.” Hij merkte het de laatste keer dat Nederland tegen Duitsland voetbalde. „Dan wordt er tegen mij gezegd: als je maar niet voor Duitsland juicht, dan ben je ‘fout’.”

In de klas merkt hij het ook. Leerlingen „associëren Duitsland met nazisme en nemen de retoriek over”, zegt hij. Hij vertelt in de groep hoe een invalkracht zag hoe leerlingen de Hitlergroet brachten toen ze de Duitse vlag in een lokaal zagen. Hij is leraar Duits, zegt bijna verontschuldigend: „Omdat het een leuk vak is”.

Lees het verhaal van een NSB-lid: Al die jaren was ik een buitenstaander