Heeft de Amerikaanse methode van ‘schaduwlobbyen’ Den Haag bereikt?

Deze week: hoe lobbyisten de discussie over regulering van techreuzen in de Haagse achterkamers wisten te sturen.

Ofwel: heeft de Amerikaanse methode van schaduwlobbyen nu ook Den Haag bereikt?

Logisch dat de coronacrisis, de formatie en de BV Ophef van FVD bijna alle media-aandacht wegkapen. Toch komen in de Haagse achterafzaaltjes soms zaken aan het licht die meer gevolgen voor het openbare leven kunnen hebben dan die hele coronacrisis bij elkaar.

Twee weken terug, 3 november, kwam de Kamercommissie voor Digitale Zaken bijeen voor procedureoverleg. Present waren drie Kamerleden (VVD, D66, PVV) en de commissievoorzitter, Renske Leijten (SP).

PVV’er Danai van Weerdenburg nam het woord. Zij vroeg aandacht voor „de zorgen van het bedrijfsleven” over wat NRC eerder ‘de belangrijkste Brusselse wetgeving in tijden’ noemde: de poging van de EU de marktmacht van techreuzen als Google en Facebook in te dammen en consumenten beter tegen Big Tech te wapenen.

De Haagse discussie hierover werd dit najaar gevoed door een veelheid van lobbyisten. Voor techreuzen staat er geld en macht op het spel. De plannen, een jaar geleden bekendgemaakt, moeten in 2023 van kracht worden.

Big Tech werkt in Den Haag vooral met mensen afkomstig uit de politiek. Toch waren het geen bekende namen die het Haagse debat de laatste maanden naar hun hand zetten. Dit waren twee brancheorganisaties, NLdigital, dat de meeste platformbedrijven vertegenwoordigt (ook de techreuzen), en de Dutch Startup Association, die zich inzet voor startende bedrijven op de techmarkt.

Zij brachten in oktober een rapport uit van een onderzoeksbureau verbonden aan de Erasmusuniversiteit, waaruit zou blijken, aldus hun persbericht, dat er „grote zorgen” bestaan bij Nederlandse „startups en scale-ups” (techbedrijven die willen groeien) over de Europese plannen.

In een eigen overzicht van de Kamer over die plannen, eind oktober, stond een link naar dit persbericht. En het verzoek van PVV’er Van Weerdenburg om NLdigital en de Dutch Startup Association hierover te horen, was de kers op de taart voor de twee: zo gebeurde het dat de Kamer vorige week de loper uitrolde voor critici van de Europese plannen.

In Den Haag lagen dus niet langer de techreuzen onder de vuur – maar de Europese Commissie.

Een opmerkelijk lobbysucces – helemaal toen later duidelijk werd dat het persbericht een nogal losse relatie met het rapport onderhield, en je ook pijnlijke vragen over het rapport zelf bleek te kunnen stellen.

Je hebt in de Amerikaanse lobbywereld een beruchte techniek – noem het schaduwlobbyen. Een groot bedrijf is tegen een overheidsplan. Maar om het eigen imago te beschermen keert het bedrijf zich niet openlijk tegen het plan. Wel ondermijnt het dit plan door het op te nemen voor een andere vermeende benadeelde: het midden- en kleinbedrijf.

De techniek wordt beschreven in een goed gedocumenteerd rapport, Big Tech's web of influence in the EU, over de lobby van de techindustrie tegen de plannen van de Europese Commissie. Het werd deze zomer uitgebracht door twee Brusselse waakhonden, Corporate Europe Observatory en LobbyControl.

Dat hier hoog spel wordt gespeeld is geen surprise. De democratie, de cultuur, de economie – techreuzen hebben dominante invloed gekregen op de maatschappelijke ordening in de hele wereld en verdienen daar groot geld mee, ook omdat regulering uitbleef.

Nu de EU haar plannen lijkt door te zetten, maakt het Europese rapport duidelijk waarom de techindustrie ook haar Haagse activiteiten opvoert: „Het lobbygevecht verplaatst zich (-) naar de Europese hoofdsteden.”

Want hoe meer kritiek uit de hoofdsteden, hoe groter de kans dat de EU haar plannen alsnog moet uitstellen of afzwakken. Geen land wordt overgeslagen. Toen in Estland de minister van Justitie de reactie op de Europese plannen voorbereidde, leerde een lokaal Wob-verzoek dat zij zevenmaal lobbyisten op bezoek kreeg, volgens het rapport bijna allemaal van Google, Amazon, Facebook en Apple.

Maar vooral de details over de Europese schaduwlobby zijn fascinerend – omdat ze frappante gelijkenis met de Haagse gang van zaken vertonen.

Zo lekte oktober 2020, vlak voordat de Europese Commissie haar plannen prijsgaf, de lobbystrategie van Google uit via het Franse Le Point. Google wilde „het politieke narratief (-) opnieuw definiëren”, Google zou de EU-plannen voortaan beoordelen als goedbedoeld beleid met „onbedoelde gevolgen”.

En zie: het Nederlandse ‘Erasmus’-onderzoek uit oktober, ingebracht door brancheorganisaties uit de techwereld, gebruikte precies dezelfde woorden. Voornaamste conclusie: de Europese plannen hielden geen rekening met „onbedoelde negatieve gevolgen”.

Dit draaide om zogenoemde „startups en scale-ups”, en dat kwam ook al bekend voor. Uit het Europese rapport van de lobbywaakhonden bleek dat de techreuzen in hun lobby waarschuwen dat „startups en het midden- en kleinbedrijf” door de Europese plannen dreigen te verdwijnen van de digitale markt. Het paste in de schaduwlobby van de techreuzen: de Europese plannen bekritiseren onder het mom van „bescherming van het midden- en kleinbedrijf”.

Ook signaleerde het Europese rapport van de waakhonden dat in de EU bijzondere brancheorganisaties van startups zijn ontstaan: ze worden gefinancierd door techreuzen en hebben dezelfde kritiek op regelgeving als Big Tech.

En zie: ook de Dutch Startup Association is blijkens een toenmalig persbericht in 2017 mede met geld van Google opgericht, op de website staat Google nog steeds als partner, terwijl de kritiek van de Nederlandse startuporganisatie op de Europese plannen vrijwel hetzelfde is als die van Google.

Ik heb de brancheorganisaties deze week gevraagd hoe zij tegen de gelijkenissen aankijken, en dit ook neergelegd bij ambtenaren en Kamerleden.

Bij brancheorganisaties NLdigital en Dutch Startup Association beaamden ze de gelijkenissen maar spraken ze elke opzet tegen. Een hoge ambtenaar zei dat hij „niet meer” gelooft „in toeval”. In de Kamer was vooral D66-Kamerlid Lisa van Ginneken sceptisch: „Grote techbedrijven die de barmhartige Samaritaan uithangen, dan moet je opletten natuurlijk.”

Er kwam iets bij. De kop van het persbericht waarmee de twee brancheorganisaties in oktober de aandacht van de Kamer trokken – startups zouden „grote zorgen” hebben over de Europese regels – was op geen enkele manier terug te vinden in het ‘Erasmus’-rapport waarover het persbericht ging.

Sterker: in dat rapport worden zeven (beginnende) ondernemers sprekend opgevoerd, waarvan er zes overwegend tot zeer positief over de Europese plannen zijn.

Dus ik vroeg NLdigital of het persbericht correct was. Het antwoord: je kunt nieuwe regels willen maar er ook bezorgd over zijn. En: een kop moet opvallen, dat is gelukt.

Zo leerde je van deze kleine geschiedenis dat je ook in tijden van grote politiek (formatie, crisis) moet blijven opletten hoe het debat over minder zichtbare thema’s zich ontwikkelt.

En wat er ook aan opviel: hoe gemakkelijk het is om een flinterdunne theorie als harde werkelijkheid in Haagse hoofden te krijgen. Want in alle gesprekken die ik ambtelijk, politiek, in de branches en met lobbyisten hierover voerde, viel me op dat het klaarblijkelijk een uitgemaakte zaak is dat startups niet dwarsgezeten mogen worden door regels.

Nu is startup een aanstellerig woord voor de beginnende ondernemer – de avonturier, de uitvinder, de handelaar. Mensen die ergens instappen en geen seconde nadenken over hoe de regels in 2023 zullen zijn.

Dit laatste doen alleen arrivés, bedrijven die bang zijn geworden voor de disruptie die ze zelf ooit predikten.