Opinie

Flirts met ‘tribunalen’ en ‘uw tijd komt nog wel’ moet een halt worden toegeroepen

Democratie

Commentaar

Was de uithaal „Uw tijd komt nog wel, er komen tribunalen” door het Kamerlid Pepijn van Houwelingen (FVD) deze week een doorsnee voorbeeld van de al jaren voortgaande verruwing in de omgangsvormen in het parlement? En dus niet per se opvallend. Of moet dit anders worden opgevat?

Laat Forum, gesteund door PVV, met het herhaaldelijke refereren aan ‘tribunalen’ zien dat het de rechtsorde niet meer erkent? En streeft het naar een parallelle staat waarin politieke tegenstanders niet zozeer tegengesproken, maar vooral berecht dienen te worden? Dan moeten aankondigingen van ‘tribunalen’ gezien worden als een belofte van een slotafrekening. En dus als een prerevolutionaire uiting – een impliciete aankondiging de democratische rechtsstaat tenminste te willen verlaten. Zo’n uitlating is er dan een van vijandschap. Volstrekt buiten de orde in een parlement dat is gebouwd op wederzijds respect, de erkenning van elkaars recht van spreken en het gedeelde vermogen compromissen te sluiten.

Probleem is alleen dat we niet écht weten wat de aankondiging van ‘tribunalen’ mag betekenen. De dienstdoende Kamervoorzitter Ockje Tellegen (VVD) kwam niet verder dan dat ze het er ‘niet fraaier op vond worden’. Na enig geharrewar ontkende de spreker wie dan ook te hebben willen bedreigen. En het debat werd hervat of er weinig aan de hand was.

Pas in de nasleep werd duidelijk dat hier meer was gebeurd. Dit bleek een symbolisch moment, net één verstopte verwijzing naar, of verborgen flirt met, duistere tijden te veel. De verwijzing naar ‘tribunalen’ hield voor velen in en buiten de Kamer een gevoel van reëel naderend onheil in. Werd hier bijltjesdag beloofd („uw tijd komt nog wel”) en de democratische rechtsstaat alvast vervangen door oorlogstribunalen? Kon zoiets nog passen in een normaal parlementair debat?

Het was achteraf beter geweest als de Kamervoorzitter het moment had aangegrepen om het betreffende FVD-Kamerlid ad rem om toelichting te vragen. Wat heeft u met uw collega eigenlijk voor, welke tribunalen heeft u in gedachten, welke misdrijven van ‘globalisten’ ziet u dan voor zich, welke tijd ‘komt nog wel’ en wat voor tijd is dat dan?

Dat zou deze partij de kans hebben geboden ‘uit de kast’ te komen, als de extreem-rechtse beweging die ze steeds meer is geworden. Het reglement van de Kamer bevat ook een duidelijke maatstaf waaraan de voorzitter de antwoorden had kunnen toetsen. Respect voor collega’s en ‘de waardigheid van de Kamer’. Vooral het begrip ‘waardigheid’ vraagt erom te worden ingevuld en in stelling gebracht. De Kamervoorzitter had haar handhavende rol magistratelijk kunnen opvatten door de spreker na ondervraging eventueel te schorsen of te waarschuwen. Dan was er tenminste iets van een streep getrokken.

Nu kwam er een dag later een brief naar de leden die de uitlating achteraf ‘ontoelaatbaar’ noemde en aankondigde over dergelijke uitingen met elkaar ‘in gesprek’ te willen gaan. Samen op zoek naar de ‘rode lijn’ dus, terwijl van de voorzitter zélf gevraagd kan worden het voortouw te nemen. Het beeld is er nu één van machteloosheid; onvermogen om de koe bij de horens te vatten, die toch al een paar jaar in de wei voor onrust zorgt.

Rond FVD en PVV bestaan al langer twijfels over hun democratische gezindheid. Van Wilders’ verwijzing naar het ‘nepparlement’ tot aan diens eerder gehoorde pleidooien voor tribunalen. Wilders denkt daarbij aan de veroordeling van de ‘verantwoordelijken voor open grenzen’, die zo de vraag naar asiel, de groei van islam en het ‘kapotmaken van Nederland’ zouden hebben bevorderd. FVD lijkt met de ‘tribunaal’-verwijzing aansluiting te zoeken bij radicale corona-activisten die menen dat de pandemie een leugen is, waarvoor de verantwoordelijken vervolgd en berecht moeten worden. Althans dat blijkt uit een tamelijk huiveringwekkend overzicht in NRC. FVD grossiert de laatste tijd in metaforen met de Tweede Wereldoorlog. Ongevaccineerden zouden daarin de rol van ‘de Joden’ vervullen, die immers óók een aparte status kregen. ‘Tribunalen’ in die context zijn dan een verwijzing naar de speciale rechtbanken die de geallieerden in Neurenberg en Tokio oprichtten om oorlogsmisdadigers gelegitimeerd op te kunnen hangen of lang op te sluiten.

Maar zoals gezegd, het blijft gissen. Er was deze week een onvoorbereide voorzitter te zien, een Kamerlid dat ver buiten de orde was en ermee wegkwam, FVD en PVV die de pluriforme parlementaire democratie ondergraven – in een democratische rechtsstaat die sterk genoeg was om ertegen te kunnen. Nóg wel.