Opinie

Vaccineren? Zo makkelijk laat de achterstandswijk zich niet overhalen

Vaccinatie De vaccinatiegraad in achterstandswijken is laag. Dat is niet zo gek. Juist deze inwoners hebben de gesel van de calculerende overheid het hardst gevoeld, ziet .
Illustratie Marit Dekker

Wanneer de ‘parallelle’ samenleving ter sprake komt, en dat is niet geheel toevallig meestal rond verkiezingstijd, dan gaat het veelal over het gebrek aan integratie in bepaalde wijken van de grote steden. Vaak komt het erop neer dat die wijken bewoond worden door burgers met afwijkende culturele normen en waarden, waar de arbeidsparticipatie laag is en bijstandsafhankelijkheid hoog, met bijbehorende sociale problematiek. In de retoriek klinkt het alsof al die problemen door een deel van de bewoners moedwillig in stand worden gehouden, een manier om duidelijk te maken dat de overheid niets te verwijten valt.

De parallelle samenleving, dat zijn zij.

Maar die wijken liggen niet in een ver land waar ze dingen anders doen. En het zijn ook geen wijken waar laatdunkend over gesproken kan worden alsof het geïsoleerde enclaves zijn die gemeden kunnen worden. Het zijn toch echt Nederlandse buurten en in een dichtbevolkt land als het onze is in ieder geval van een fysieke ‘parallelle’ samenleving geen sprake. En in een pandemie wordt dat maar al te duidelijk.

Achterstandswijken kennen een lage vaccinatiegraad en vormen nu grote besmettingshaarden. In een stad als Rotterdam – laten we ons hier beperken tot de stad die ik toevallig goed ken – zijn de prikcijfers in sommige wijken schrikbarend laag, met percentages die net zo laag zijn als in plaatsen als Staphorst, of zelfs lager, maar dan met veel meer inwoners. Rotterdam staat al decennia bekend als de gemeente die vele verkeerde lijstjes aanvoert, en ook op de coronakaarten kleurt het de rode tinten van de legenda.

Bij zulke afwijkende cijfers is er de neiging te denken dat het komt door hardnekkige culturele verschillen. Maar wie met wijkbewoners praat, zoals lokale huisartsen en GGD-medewerkers onvermoeibaar doen, hoort zelden diepe overtuigingen tegen vaccinaties. Zoiets als het geloof in Gods voorzienigheid, het argument dat vaccinweigeraars in de Biblebelt aanhalen, wordt in islamitische kringen doorgaans niet weggestreept tegen preventieve geneeskunde. Het principiële vrijheidsargument zul je ook niet gauw horen. Wel verhalen over jongeren die hun ouders van een vaccin weerhouden omdat zij op sociale media wilde complottheorieën hebben opgepikt.

Lees ook deze reportage: Op de zaterdagmarkt in Rotterdam nemen huisartsen de angst voor vaccins weg

Een trieste constatering: waar eerste generatie-migranten voorheen bijna een blind vertrouwen hadden in de medische wetenschap, vanwege hun referentiekader van een gebrekkige of afwezige gezondheidszorg in eigen land, zijn het de migrantenkinderen die al googelend zelf de arts uithangen en hun ouders overtuigen om juist wantrouwend te zijn. Ouders die al kampen met meer dan alleen ‘normale’ ouderdomskwaaltjes en zich een ‘sceptische’ houding niet kunnen permitteren. Velen kennen de binnenkant van de ziekenhuismuren maar al te goed. De medicijnenkast thuis zit vol pillen waarvan ze de namen niet kennen, laat staan de bijsluiter lezen.

In migrantengemeenschappen is praten over ziekte vaak nog taboe, het k-woord blijft onuitgesproken en Covid is slechts een van de vele ziektes die voor eventuele gezondheidsschade kan zorgen. Potentieel dodelijk, zeker, maar ook met de dood wordt soms lichtzinnig omgegaan.

Vieze stadslucht en junkfood

Nee, het zijn niet louter cultuurverschillen die het wantrouwen en cynisme voeden bij wat de overheid „moeilijk te bereiken groepen” noemt. Het is in de kern veel tragischer. Achter de vele portiekdeuren, niet zelden zonder naambordjes, schuilt veel leed. In zulke volksbuurten hangen gezondheidsklachten samen met vieze stadslucht, beschimmelde muren en plafonds, junkfood en financiële stress. Uitpuilende brievenbussen geven aan dat bewoners post associëren met slecht nieuws. En als ze al post uit de bus halen, dan verdwijnen de overheidsbrieven veelal ongeopend in de prullenbak. Niet omdat deze burgers een diepgevoeld wantrouwen koesteren tegen de overheid, het is eerder omgekeerd: ze vrezen de achterdocht van een nietsontziende overheid.

Lees ook: Als ze haar oude straat ziet in Rotterdam-West, schrikt Nelleke Noordervliet. ‘Zo klein, zo verwaarloosd’

Dit is het deel van de bevolking dat de gesel van de calculerende en ‘no nonsense’ overheid de afgelopen decennia het hardst heeft gevoeld. Pech is een keuze, afhankelijkheid van de verzorgingsstaat staat gelijk aan ‘profiteren’, werd de communis opinio. Vandaar dat er met een kanon op potentiële fraudeurs werd geschoten – potentieel, want in deze wijken zijn de algoritmes ingezet om te bepalen of iemand bij voorbaat verdacht is. Een huisarts merkte onlangs in Trouw op dat besmettingshaard Rotterdam-Zuid niet geheel toevallig een brandhaard was van de Toeslagenaffaire.

Dit zijn ook niet geheel toevallig de Rotterdamse wijken waar straatvuil prikken voor je uitkering werd ingevoerd, lage inkomens van woningen werden geweerd, en waar het concept voedselbanken is ontstaan. Verhalen van mensen die noodgedwongen zwart werken om de ontoereikende uitkering aan te vullen zijn talrijk; boodschappen van familieleden ontvangen is uit den boze en ‘wit’ bijverdienen loont niet.

En nu heeft diezelfde overheid het over ‘samen’ het virus onder controle krijgen en wordt het vaccinatieprogramma gepresenteerd als een enorme gunst. Eindelijk iets gratis. Maar ook gratuit. Zo makkelijk worden deze mensen niet overgehaald. Niet meer in ieder geval.

Dit is het verhaal van de parallelle samenleving. Je wint er geen verkiezingen mee. Maar het is wellicht nuttig bij de pandemiebestrijding.