Opinie

Makkelijk scoren: inhakken op het Europese Hof

In Europa

Het lijkt wel alsof heel Europa het tegenwoordig aan de stok heeft met het Europese Hof van Justitie – u weet wel, die ‘ongekozen elitaire rechters’ in Luxemburg, die uit pure machtswellust nationale wetten die het echte volk heeft opgesteld de nek omdraaien.

Dat het toch iets genuanceerder ligt, kunnen we zien aan een uiterst curieus geval: de electorale strapatsen van de Franse centrumrechtse presidentskandidaat Michel Barnier. Vorig jaar, toen hij als Europees Brexitonderhandelaar een deal met de Britten sloot, mocht hij op deze plek nog „in een lijstje”. Niet alleen wist hij alle 27 lidstaten op één lijn te houden, ook dwong hij de Britten te accepteren dat Noord-Ierland onder het Europese Hof blijft vallen, omdat het in de Europese interne markt blijft. Dat geldt voor alle spelers op de markt, ook Zwitserland, dat evenmin lid is van de EU. De Britten kregen er geen speld tussen. En tekenden.

Maar nu zit Barnier weer in de nationale politiek. En als je als rechts, Frans politicus wilt scoren, moet je kennelijk drie dingen doen: tekeergaan tegen migratie, de glorieuze Franse geschiedenis en identiteit bewieroken en flink op Europa, en liefst het Hof, inhakken. Barniers spindoctors hebben hier de perfecte drieklapper van gemaakt. De godganse dag hoor je de man zeggen dat niet het Europese Hof maar Franse rechtbanken het laatste woord moeten hebben over een nationaal onderwerp als migratie en asiel. En ziet: mensen vreten het. Volgens peilingen is Barnier, die zich op Twitter als ‘patriote et européen’ afficheert, intussen de meest ‘presidentiële’ centrumrechtse kanshebber van allemaal.

Barnier heeft een ongelooflijke klont boter op zijn hoofd als hij het Europese Hof aanvalt

Gelukkig voor hem zijn veel Fransen allang vergeten dat hij midden jaren negentig, als minister van Europese Zaken, eigenhandig Europese minimumeisen voor migratie en asiel in het Europese Verdrag van Amsterdam wist te krijgen. Landen richtten de Schengenzone op. Controles aan de binnengrenzen werden opgeheven. Frankrijk verloor, zoals andere Schengenlanden, deels de controle over migratie en asiel. Die controle zou voortaan, collectief, aan de Schengen-buitengrenzen worden gedaan. Door Spanje, Italië, enzovoort. Daarom onderhandelde Barnier als minister met zijn Europese collega’s over gezamenlijke minimumeisen voor migratie en asiel – zodat Frans beleid zoveel mogelijk Europees beleid werd. Dat belandde in het Verdrag van Amsterdam, dat in 1997 werd ondertekend en in 1999 in werking trad.

Maar bij alle afspraken die Europese landen samen maken – over markt, klimaat of rechtsstaat – moet er een onafhankelijke instantie zijn, boven de partijen, die zich uitspreekt over geschillen. Die uitleg kan geven als de afspraken vaag of dubbelzinnig zijn. Of kan optreden als een land de afspraken aan zijn laars lapt. Daarom hebben de lidstaten het Europese Hof opgericht: om te zorgen dat hún eigen afspraken – Europese wetten, die zij met het Europees parlement maken – naar behoren worden uitgevoerd. Bij het Lissabonverdrag (2009), de opvolger van ‘Amsterdam’, hebben alle regeringsleiders een expliciete verklaring getekend dat Europees recht voorrang heeft boven nationaal recht. Ook Polen. Ook Hongarije. Ook Frankrijk.

Wat het Europese Hof doet, is naar deze Europese wetten kijken als daar een probleem of geschil over is tussen lidstaten, Europese instellingen of burgers, en op basis daarvan uitspraak doen. Soms zijn landen ongelukkig met de uitkomst. Dan moeten ze niet het Hof bekritiseren, maar hun eigen wetten. Met andere wetten krijg je andere uitspraken. Barnier heeft, kortom, een ongelooflijke klont boter op zijn hoofd als hij het Europese Hof aanvalt. De consequentie is natuurlijk dat Frankrijk uit Schengen zou moeten. Maar dat wil hij niet. Hij was tweemaal Eurocommissaris. ‘Deed’ Brexit. Natuurlijk weet hij dit allemaal.

Weinigen slagen erin om de huichelarij van nationale politici over Europa zo levendig te personifiëren als Michel Barnier. Dat eerder ingelijste portret van hem mag in de prullenbak.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.