Opinie

Laat kunstmatige intelligentie niet op z’n beloop

Digitalisering Den Haag rept nauwelijks over kunstmatige intelligentie. Terwijl er allerlei waarden op het spel staan, schrijven en .
Programma voor 3D gezichtsherkenning
Programma voor 3D gezichtsherkenning Ian Waldie/Getty Images

Nederland kijkt uit naar een regeerakkoord en een nieuw kabinet en maakt zich intussen op voor de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022. Maar het is de vraag of digitalisering en de inzet van slimme systemen (kunstmatige intelligentie) onderwerp van gesprek zijn. En dat is opvallend. Talloze gemeenten rollen immers ambitieuze plannen uit voor smart cities. Camera’s op stadspleinen en lokale industrieterreinen worden steeds slimmer; sommige zijn al voorzien van gezichtsherkenning.

Digitalisering heeft een enorme invloed op de samenleving, maar staat politiek niet hoog op de agenda. Zelfs de Toeslagenaffaire heeft er niet toe geleid dat men in Den Haag wakker lijkt te liggen van systemen die het voor het zeggen hebben, in plaats van mensen. En ook als het gaat om kansen en risico’s van digitalisering voor het verdienvermogen van ons land blijft het politiek opvallend stil.

Er zijn wel positieve signalen. Zo werkt de Tweede Kamer inmiddels met een Vaste Commissie voor Digitale Zaken. En informateur Hamer sprak tijdens haar verkenningen met diverse vertegenwoordigers van de digitale sector. Toch, er is meer nodig. Meer nog dan bij eerdere digitale technologieën staan er nu allerlei waarden op het spel. Het is tijd dat overheid en regering ernst maken met het sturen op de aankomende, fundamentele veranderingen.

Vorige week presenteerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), waar wij voorzitter en projectcoördinator AI zijn, daarom een rapport over de invloed van artificial intelligence (AI) op de samenleving. Centraal in ons advies is het idee dat AI een systeemtechnologie is, te vergelijken met elektriciteit, de verbrandingsmotor en de computer. Het betekent dat een dergelijk type technologie een langdurige en grootschalige invloed op economie en samenleving zal hebben en daarmee op dit moment nog niet te voorziene effecten.

Hoe kan de regering dan toch zorg dragen dat AI op een goede manier in de samenleving wordt ingebed? Daarvoor onderscheiden wij vijf maatschappelijke opgaven.

Allereerst moet de overheid meer werk maken van een realistische beeldvorming over AI. Die is veelal vertekend door misplaatste angsten en overspannen verwachtingen. AI is geen kwaadaardige robot – en ook niet de oplossing voor alles. Een realistische beeldvorming helpt teleurstellingen te voorkomen en kan ervoor zorgen dat burgers de goede kanten van de technologie durven te omarmen. Algoritmeregisters bijvoorbeeld, kunnen het brede publiek inzage geven in AI-gebruik, daarmee het debat over AI stimuleren en toewerken naar realistische verwachtingen.

Ten tweede betekent goed gebruik van AI dat we verder moeten kijken dan alleen de technologie zelf. Om de auto bijvoorbeeld veilig te laten rijden, waren destijds aanpassingen in de omgeving nodig. Denk aan (snel)wegen, bewegwijzering, keuringen. Zo vereist ook AI veranderingen op de werkvloer, in de vaardigheden van werknemers en de bredere technische omgeving om deze ‘te kunnen lezen’.

Op dergelijke aanpassingen moet dus evenzeer worden ingezet. Immers, anders kan en zal de technologie in de praktijk onvoldoende werken. Daarbij geldt: niet alles kan tegelijk. Er moeten dus prioriteiten worden gesteld. Het is daarom belangrijk dat Nederland nu inzet op een eigen ‘AI-identiteit’, bijvoorbeeld op terreinen waar we een mondiale economische positie te verdedigen hebben, zoals logistiek en landbouw. Maar ook op terreinen waar grote maatschappelijke belangen zijn, zoals zorg, onderwijs en duurzaamheid.

Lux et Libertas Lees ook dit hoofdredactioneel commentaar: AI vraagt om overkoepelende toekomstvisie

Maatschappelijk tegenspel

De derde en vierde opgave die wij onderscheiden, draait om de noodzaak van beter maatschappelijk tegenspel en een meer strategische visie op de noodzakelijke regulering toe. Meer tegenspel is nodig om te voorkomen dat de belangen van grote bedrijven dominant zijn bij de ontwikkeling van AI en sommige bevolkingsgroepen worden uitgesloten. Een meer strategische visie op regulering moet voorkomen dat wetgeving voor AI nogal reactief, ad hoc en specifiek voor een kwestie is. Een wetgevingsagenda voor de digitale leefwereld is bovendien nodig om te verhinderen dat de gevaren van massasurveillance en machtsconcentratie bij een beperkt aantal techbedrijven de positieve bijdrage van AI gaan overschaduwen.

De internationale positie van Nederland is, ten slotte, in het geding. Als vijfde opgave geeft de WRR de regering daarom mee om ook in een wereld waarin AI steeds belangrijker wordt, het verdienvermogen en de veiligheid van ons land te garanderen. AI-innovatie is een instrument in handen van gevaarlijke spelers.

Er moet ook aandacht zijn voor de belangrijke keuzes die momenteel op het terrein van standaardisatie worden gemaakt. Wie eerdere systeemtechnologieën in gedachten neemt, beseft hoe cruciaal standaarden zijn. En daarmee het belang van het kunnen uitoefenen van invloed op de keuze voor een bepaalde standaard. Nederland moet in samenwerking met andere Europese landen AI-toepassingen en een goede infrastructuur voor AI ontwikkelen en zich inzetten voor wereldwijde regels en standaarden vanuit wat wij een geïntegreerde ‘AI-diplomatie’ noemen. Met de vijf opgaven reiken wij een kader aan om AI goed in de samenleving in te bedden. De boodschap van ons rapport mocht op veel aandacht rekenen, maar dat is niet genoeg. Een politieke vertaling van de adviezen is snel nodig. Anders blijven we zitten met problematische beeldvorming, gebrekkige toepassing, uitsluiting van bevolkingsgroepen, een overheid die haar grip op de ontwikkelingen verliest en een zwakkere positie heeft op het internationale toneel.