Analyse

Het logische vertrek van ieders favoriete boksbal

Shell Dat het kabinet in allerijl probeerde Shell in Nederland te houden, miskent de dynamiek van het bedrijfsleven.

Het Britse kantoor van Shell, tegenover het parlement aan de Theems.
Het Britse kantoor van Shell, tegenover het parlement aan de Theems. Foto Matthew Lloyd / Bloomberg

Aan een dood paard trekken is nooit levensvatbare economische politiek. Had het demissionaire kabinet Rutte III maandag werkelijk gedacht dat twee linkse oppositiepartijen na hun eerdere tegenstand nu wél de dividendbelasting zouden willen afschaffen, zodat het Haagse hoofdkantoor van Shell niet naar Londen zou verhuizen?

Het kabinet speelde alles of niets. Het werd niets. Bestuursvoorzitter Ben van Beurden vertrekt met een kleine staf naar Londen.

Lees ook: Waarom Shell nu weggaat uit Nederland (en vier andere vragen)

De Engelse minister van economische zaken Kwarteng vierde Shells exit als winst voor Brexit. „Teken van vertrouwen in de Britse economie.”

Is Shells vertrek een verlies voor Nederland? De schelp en Shell zijn symbolen. Voor elk wat wils. Hollands Glorie. Vervuiling. Een existentiële bedreiging voor de mensheid. Maar Shell staat in elk geval níét symbool voor toekomstige groei en werk in Nederland. Nee, dan chipmachinefabrikant ASML in Veldhoven. Het aantal voltijdbanen van ASML in Nederland (12.812, begin 2020) groeide de afgelopen vijf jaar met gemiddeld 24. Gemiddeld per week, welteverstaan; over een periode van 260 weken.

Shell krimpt, ASML wint. Koninklijke Olie is van 1890. ASML van 1984. Mede opgericht door Philips.

Gevestigde orde

Shell is ook het symbool van de gevestigde orde van het Nederlandse bedrijfsleven. Zoals Unilever (zeep en voeding), AkzoNobel (verf), Philips (medische technologie), DSM (fijnchemie), uitgever Wolters Kluwer, KLM, Heineken, ABN Amro, Rabobank en ING. Mastodonten van de twintigste eeuw; al doet DSM niet meer in steenkool en Philips niet meer in gloeilampen.

Unilever en Shell hebben in dat rijtje een aparte status. Ze waren al multinationals voordat het woord in de jaren zeventig van de vorige eeuw inburgerde. Beide hebben Brits-Nederlandse wortels. Met Nederlandse én Britse hoofdkantoren. Met Nederlandse én Britse aandelen. Dat was wel gedoe, maar het topkader wist hoe het werkte, want zij kwamen door de rangen omhoog.

Maar wat intern als cohesie gold, was voor de buitenwereld een archaïsche, kostbare en vertragende optelsom van dubbelfuncties. Het aandeelhouderskapitalisme dat veertig jaar geleden opkwam op de golven van deregulering en mondialisering maakte korte metten met zulke ‘dinosaurussen’.

En wie niet horen wilde, voelde het. Voor Unilever kwam de schok toen de kleinere concurrent Kraft Heinz in 2017 een ongevraagd overnamebod deed. Vanaf dat moment kregen aandeelhoudersbelangen prioriteit. Extra dividend moest voorkomen dat beleggers Unilever zouden verkopen aan de hoogst biedende opkoper. Shell zit nu in hetzelfde schuitje. Het is ieders favoriete boksbal. Van rechters, van actievoerders, van beleggers die radicale verandering eisen of juist vertrekken, zoals pensioenfonds ABP. „We kunnen ons niet permitteren aandeelhouders voor het hoofd te stoten”, zei Van Beurden maandag tegen Het Financieele Dagblad.

Wat Unilever in 2018 besloot, besluit Shell nu. Eén aandeel, niet twee. Top en hoofdkantoor naar Londen. De olie-industrie moet zijn bestaansrecht bewijzen in de omschakeling naar duurzaamheid, maar juist daar is het aandeelhouderskapitalisme springlevend. Dividend is prioriteit.

Zou de afschaffing van de dividendbelasting de hoofdkantoren van Unilever en Shell wél gered hebben voor Nederland? Misschien. Maar grote Britse beleggers in ‘hun’ Shell en Unilever wantrouwen het Nederlandse ondernemingsbestuur. Voor hen is Dutch symbool voor het negeren van stemrecht van beleggers als dat de topmanagers zo uitkomt.

Het Engelse chauvinisme voor hún bedrijven staat in schril contrast met de gegroeide Nederlandse politieke aversie tegen ‘onze’ multinationals – althans, tegen Shell. Je kunt die aversie op alle mogelijke manieren verklaren (arrogantie, Groningse aardbevingen, trage energietransitie) maar feit is dat uitgerekend premier Mark Rutte (VVD) de katalysator is geweest. Zijn plotselinge pleidooi, in 2017, voor afschaffing van de dividendbelasting zette de oppositie in vuur en vlam, zonder dat er in zijn coalitie enthousiaste steun was.

Rutte kon wel op indrukwekkende getallen wijzen. Nederlandse en buitenlandse multinationals zijn goed voor ruim 2,4 miljoen voltijdbanen in Nederland. Ze betalen hun werknemers beter dan lokale bedrijven. Ze zijn exportkampioenen in een land dat leeft van export. Ze zijn klanten van de diensteneconomie, van topadvocaten tot huurbazen en horeca.

Voor Rutte én voor de bedrijvenlobby in Den Haag geldt sinds jaar en dag: Nederland hoofdkantorenland. Vandaar Rutte’s lobby voor het hoofdkantoor van de (mislukte) staalfusie van Tata en Thyssen of Europees Geneesmiddelenbureau EMA. Vandaar dat het vestigingsklimaat voor hoofdkantoren een prioriteit is van werkgeversorganisatie VNO-NCW.

Lees ook: Met vertrek benadrukt Shell vooral zijn eigen existentiële probleem

In 2009 verscheen bijvoorbeeld een rapport van de Erasmus Universiteit in opdracht van de werkgevers. ‘Wederzijds Profijt’ zette alle voordelen op een rijtje en adviseerde om bedrijven lagere lasten te gunnen om hun hoofdkantoren in Nederland te houden. Veel later bleek wie de stiekeme mede-financiers waren: Shell, Unilever, DSM, AkzoNobel en Philips. Unilever vertrok, Shell gaat, DSM overwoog Basel, maar koos toch Maastricht, AkzoNobel ging naar Amsterdam, zoals eerder Philips had gedaan.

Met volle teugen

Om bedrijven en hoofdkantoren te trekken en behouden heeft Nederland al een volle fiscale kerstboom. Er zijn belastingvoordelen voor high tech-bedrijven, zodat bijvoorbeeld reissite Booking honderden miljoenen euro in eigen zak kon steken. Ook ASML, het bedrijf dat in Nederland het meest (1,5 miljard euro) uitgeeft aan onderzoek en ontwikkeling, profiteert daarvan met volle teugen. Er is een voordelig belastingtarief voor buitenlandse werknemers met een specifieke deskundigheid. En vanwege die hoofdkantoren dacht Rutte in 2017 kennelijk dat de jarenlange lobby van Shell en Unilever vóór afschaffing van de dividendbelasting nu maar gehonoreerd moest worden. Zij zouden kunnen vertrekken als het Verenigd Koninkrijk na de Brexit een fiscale vrijplaats zou worden. Dat bleek één fiscale bonus te veel. Rutte haalde bakzeil.

Op de ranglijst van de fiscaal voordeligste landen om zaken te doen, de International Tax Competitiveness Index 2021, staat Nederland op 12 en het Verenigd Koninkrijk is 22.

Achteruitkijkspiegel

De hoge klassering onderstreept het voordelige Nederlandse vestigingsklimaat. Shell prijst dat ook: de energiepolitiek, de subsidies, maar ja: beleggersbelangen winnen.

Shell vertrekt, maar wie voorbij de ‘traditionele’ multinationals kijkt, ziet nieuwe clusters van bedrijvigheid. Brainport Eindhoven heeft naast ASML familiebedrijven als VDL én snelle groeiers. In de buurt zit Ebusco, een producent van duurzame bussen die onlangs met succes naar de beurs ging. Met Bol.com en Coolblue heeft Nederland twee webwinkels die met een beursnotering hun groei willen versnellen. In de regio Amsterdam hebben betaaldiensten als Adyen en Mollie, bezorgplatform Just Eat Takeaway, fitnessketen Basic-Fit en winkelketen Action hun hoofdkantoren.

Vele daarvan bestonden aan het begin van deze eeuw nog niet. Het halsoverkop-offensief pro-Shell miskent de dynamiek van het bedrijfsleven waar zij symbool van zijn. Het kabinet keek naar Shell in de achteruitkijkspiegel, maar de toekomst ligt voor ons.