Analyse

De Tweede Kamer deze week: angst, woede en ontluistering

Coronadebat In een week van ontspoorde debatten, dreigementen en oplopende spanningen koos het kabinet in de corona-aanpak voor de macht van de meerderheid, met meer polarisatie tot gevolg.

Tweede Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma (D66) afgelopen woensdagmiddag tijdens de behandeling van de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Tweede Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma (D66) afgelopen woensdagmiddag tijdens de behandeling van de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Foto’s Bart Maat / ANP

De politieke ontluistering in Den Haag vond woensdagmiddag een climax in de dreigementen van Tweede Kamerlid Pepijn van Houwelingen (FVD) tegen zijn collega Sjoerd Sjoerdsma (D66), tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken. „Uw tijd komt nog wel, want er komen tribunalen”, riep Van Houwelingen Sjoerdsma toe.

Maar het moment, dat breed werd afgekeurd, staat niet op zichzelf. De politieke verwarring is overal zichtbaar in B67, het nieuwe, tijdelijke onderkomen van de Kamer. Dit was niet alleen een week waarin het debat ontspoorde, maar waarin ook politieke ontzetting én verwarring zichtbaar werden. Er slingerden formatiedocumenten rond in de trein, er brak paniek uit over een besluit van Shell om Nederland te verlaten, en er werd een recordaantal coronabesmettingen gemeld. De vraag die Kamer en kabinet bezighield, maar die niemand kon beantwoorden: wat nu?

Het was FVD dat een grimmige toon zette, bijvoorbeeld in een commissievergadering over de coronapas, woensdagmiddag. Dat debat ging voor een groot deel op aan een discussie tussen FVD-leider Thierry Baudet en andere Kamerleden over de vraag of hij vergelijkingen mocht maken tussen het coronabeleid en de naziperiode. Wybren van Haga, tot voor kort Kamerlid namens FVD, smeekte Baudet bijna om „op te houden met de gelijkstelling [van het kabinetsbeleid] aan de vernietiging van zes miljoen Joden, die voor zo veel mensen zo pijnlijk is”. Waarna Baudet zei: „Ik geloof niet dat mensen die dat zeggen, oprecht zijn. Ik vind het gespeeld.”

De ontluistering was te zien in de manier waarop de verschillende voorzitters probeerden debatten nog enigszins in goede banen te leiden. Voorzitter Attje Kuiken (PvdA) verzuchtte, toen Baudet het had over een „persoonlijk vijandige” toon: „Ik doe niet persoonlijk vijandig, maar ik ben nu voorzitter. U krijgt al een behoorlijk podium voor teksten die ik persoonlijk heel erg onplezierig vind. Maar dat doet er nu niet zo veel toe, want ik moet gewoon het debat leiden.”

In het begrotingsdebat worstelde plaatsvervangend voorzitter Ockje Tellegen (VVD) met de dreigementen van Pepijn van Houwelingen. Ze schorste kort om de situatie te sussen, waarna ze Van Houwelingen opnieuw aan het woord liet. Die zei: „Mijn opmerking was niet persoonlijk bedoeld naar de heer Sjoerdsma. Hij is een van de velen die tegen die tijd wellicht in aanmerking komen.”

Tellegen zei hierop: „Toch weer jammer.” Ze nam de tijd Van Houwelingens woorden te „herfraseren” tot een formulering die kennelijk wél kon: „Wij spraken net af dat u inhóúdelijk vindt dat er tribunalen aanstaande zijn. En we spraken net af dat dat geen persoonlijk dreigement aan het adres aan de heer Sjoerdsma was.”

Kwestie opgelost, een dreigement aan velen is blijkbaar minder erg dan een dreigement aan één persoon. Het debat kon verder. Maar diezelfde dag wisselden Kamerleden verhalen uit over hoe bang ze zijn geworden. Bang dat de radicalisering van Forum voor Democratie, en de extreme polarisatie in het coronadebat, hun veiligheid in gevaar kan brengen. Ze zien het aan de reacties op sociale media, de manier waarop politici buiten op straat worden aangesproken. In het presidium, waar de voorzitter en ondervoorzitters leiding geven aan de Kamer, wordt volgens een lid nog weinig meer gedaan dan „tips en trucs” delen.

De polarisatie rondom corona gaat veel verder dan alleen FVD, dat veruit de hardste toon aanslaat. PVV-leider Geert Wilders zei daar deze week over: „Het [ongenoegen] vindt toch zijn uitweg wel. Gebeurt het niet hier, dan gaat het via de media, via Twitter, of via Facebook.” Zelf gebruikte hij Twitter om de kiezer te laten weten een tribunaal „terecht” te vinden „voor wie ons land kapot maken”.

Overigens: ook aan de linkerflank vallen woorden als ‘misdaad’. Bijvoorbeeld in het boek Pandemocratie van socioloog Willem Schinkel, een belangrijke denker achter de partij BIJ1. Hij stelt het kabinetsbeleid, sturen op ziekenhuiscapaciteit, gelijk aan „regeren via de noodtoestand, het normaliseren van de uitzonderingstoestand, en dat betekent het ontmantelen van de politieke strijd en de vervanging ervan door autoritair bestuur”. Dat „Rutte en de zijnen ooit berecht gaan worden”, noemt Schinkel „onwaarschijnlijk”. Maar: hun „necropolitiek” heeft „duizenden doden tot gevolg”.

Lees hier meer over het gedachtengoed van BIJ1 en de ideeën van Willem Schinkel.

Meerderheidsstrategie

Juist nu, op een moment van grote spanningen, kiest het demissionaire kabinet voor een koerswijziging. Met mogelijk grote gevolgen. Tot nu toe koos het kabinet voor generiek coronabeleid: iedereen lijdt onder een avondklok of een lockdown. Nu denkt het kabinet aan een maatregel die vooral ongevaccineerden treft: 2G. Als het aan het kabinet ligt, krijgen alleen mensen die gevaccineerd óf genezen zijn straks nog toegang tot bijvoorbeeld restaurants of cafés. Mensen die alleen negatief getest zijn komen er dan niet meer in.

Hoewel het deze week niet hardop gezegd werd, kiest het kabinet hiermee voor, zoals I&O Research-onderzoeker Peter Kanne het onlangs noemde, „de macht van de meerderheid”. De meeste burgers hebben zich laten vaccineren. Hun leven mag weer op gang komen. De groep die niet wil meedoen betaalt de prijs. Zoals Richard Nixon in 1969 zei te spreken namens de „zwijgende meerderheid”, zo werpt het kabinet zich nu op als de belangenbehartiger van de meerderheid van de burgers die er nog wél in gelooft.

Maar deze strategie is riskant. De meerderheid waar demissionair premier Mark Rutte (VVD) en demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) zich op beroepen bladdert af. De steun voor het coronabeleid, bleek deze week uit onderzoek van I&O Research, is voor het eerst onder de 50 procent gezakt: 42 procent van de ondervraagden staat achter de beleidskeuzes van het kabinet. Tot voor kort schommelde dit percentage rond de 60. Wel is een nipte meerderheid het eens met de 2G-maatregel (55 procent).

„Wat ik ten diepste voel”, zegt oud-Tweede Kamerlid Niesco Dubbelboer (PvdA), „is dat de minderheid van ongevaccineerden voor het eerst wordt gedefinieerd als één groep. Terwijl die groep heel divers is, van twijfelaars tot complotdenkers, van gelovigen tot mensen in achterstandswijken”. Dubbelboer is actief bij de beweging Meer Democratie, die ijvert voor meer zeggenschap van burgers. Zo leidt hij een project in de Drentse en Groningse Veenkoloniën. „Ik probeer daar mensen met structurele gezondheidsproblemen te helpen. Maar overheidsprogramma’s om mensen gezond te laten leven slaan daar hartstikke dood, omdat de mensen er weinig vertrouwen in hebben. Ze zijn ook jarenlang bejegend met wantrouwen, denk ook aan windmolenprojecten. Ik merk dat het tegengeluid radicaliseert. 2G geeft mensen het gevoel dat ze niets meer te zeggen hebben.”

In het coronadebat van afgelopen dinsdag verweet Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (ex-CDA, nu onafhankelijk) het kabinet te regeren vanuit een ivoren toren. Hij sluit zich aan het einde van de week aan bij Dubbelboer: ongevaccineerden zijn niet altijd radicaal, maar kunnen uiteenlopende ideeën hebben. „Het kabinet wijst alleen naar de extremen als hun grootste tegenstanders. Die geeft het zo een groot podium.” Omtzigt werd vorig jaar zelf in Den Haag belaagd door coronademonstranten. Hij heeft zich geërgerd, zegt hij, aan de aandacht die de belagers kregen in pers en politiek. „De mensen die het hardst schoppen worden het meest beloond met een podium. Maar het gesprek wordt niet gevoerd met de grote groep mensen die om andere redenen ongevaccineerd is, en best te overtuigen kan zijn.”

Omtzigt diende een (aangenomen) motie in, waarin wordt gepleit voor gesprekken met gevaccineerden, ongevaccineerden en zorgverleners. Hij haalt een Gronings onderzoek aan waaruit blijkt dat een op de zes ongevaccineerden nog wacht op een uitnodiging, of denkt dat een vaccin ten koste gaat van het eigen risico. „Voor mij was dat een eyeopener. Maar met deze mensen wordt het gesprek niet aangegaan, ze worden genegeerd. Terwijl 2G voor hen echt niet de oplossing is.”

De vijand is nu iemand die uit je leven moet worden gebannen

Burgers voelen zich niet bij beleid betrokken, zegt Hans Boutellier, bijzonder hoogleraar polarisatie en veerkracht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Boutellier noemde Nederland al in 2011 een „pragmacratie”, waar de bestuurscultuur is ingesteld op handelen naar bevind van zaken. Rutte, zegt hij, „is de vleesgeworden vertegenwoordiger van dat denken”.

De Tweede Kamer, ook de meeste oppositiepartijen, heeft in dit dossier altijd meegestemd met het kabinet. Politicoloog Eefje Steenvoorden van de Universiteit van Amsterdam ziet steeds hetzelfde patroon: een kritische Kamer, en vervolgens toch weer een meerderheid voor alle maatregelen. „Dat geeft de kiezer uiteindelijk het gevoel dat echte oppositie alleen aan de radicale flanken voorkomt. Als je echt een noodrem wil, lijkt dat wellicht de enige plek om naartoe te gaan.”

In het begin van de coronacrisis kreeg het kabinet veel krediet bij burgers. Maar Boutellier zegt dat het nu „kraakt”. „Het is een langdurige ontwrichtende crisis gebleken. Maar het kabinet is steeds meer een uitvaardiger van regels geworden. Niet autoritair, maar evenmin met een verhaal. Verhalen hoor je alleen nog aan de flanken.” En net zoals de middenpartijen in de Tweede Kamer worstelen met extreme uitspraken van radicale politici, zo worstelen ze ook met een groep radicaliserende kiezers.

Instituties die niet functioneren

Nederland kende decennialang een high trust-maatschappij. Maar, zegt Boutellier: „Die verdwijnt snel, op de golfslag van de coronamaatregelen. De ongelijkheid en de stapeling van problemen bij bevolkingsgroepen, die al langer gaande was, is niet langer verdedigbaar.”

De pragmacratie werkt bij de gratie van functionerende instituties, zegt Boutellier. Anders gezegd: zodra de instituties het in de uitvoering laten afweten – zoals bij de toeslagen, maar soms ook in het coronadossier – is er niets om op terug te vallen. Zeker als het om moreel gezag gaat. Want kan een overheid die een groep burgers ten onrechte heeft weggezet als fraudeur in het toeslagendossier wél een geloofwaardig onderscheid tussen bevolkingsroepen maken in de 2G-discussie?

En terwijl een technocratisch ingesteld midden een beroep doet op de loyaliteit van een slinkende meerderheid, radicaliseert de minderheid die níét mee wil doen. In haar boek Uncivil Agreement heeft de Amerikaanse politicoloog Lilliana Mason het over „sociale polarisatie”. Een wereldbeeld dat zich kenmerkt door „vooroordelen, woede en emotionele wisselvalligheid”. Het dagelijks leven is politiek geworden, schrijft ze. En daarmee heeft politiek er een component bij: het is de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie geworden, zoals De Tachtigers in de late negentiende eeuw hun visie op literatuur omschreven.

Hans Boutellier meet in zijn dit jaar verschenen boek Het nieuwe Westen de toenemende polarisatie aan de hand van twee factoren. Ten eerste: de mate van vijandigheid. „Die is duidelijk toegenomen. In de uitspraken van Pepijn van Houwelingen zie je dat echt terug. Dat is ook maatschappelijk razend riskant. De vijand is iemand die je niet wil zien of horen, maar die uit je leven gebannen moet worden. Die beweging escaleert, kijk naar de toename van haat en bedreigingen aan het adres van politici.”

De tweede component maakt het pas écht gevaarlijk, zegt Boutellier: de mobilisatie van vijandigheid. Willen boze mensen daden verbinden aan hun woede? „Ik zie een toename van incidenten, zowel in het parlement als daarbuiten. Maar het moment komt dichterbij dat het structureel wordt, met politiek geweld als uiterste consequentie. De belangrijkste voorwaarde daarvoor is aanwezig: het niet meer willen erkennen van de ander.”

Lees ook: Aan de flanken radicaliseert een flink deel van de kiezers