Recensie

Recensie Beeldende kunst

De fraaiste kaarsvlammen schilderde Godfried Schalcken

Tentoonstelling Kaarslicht Museum Gouda wijdt een schemerige wintertentoonstelling aan de kaars in de kunst. Kaarslichtschilders strooiden reflecties tot in de verste uithoeken van hun composities. De vlam zelf stond weleens in de weg.

Christiaen Jansz. Dusart, Jonge man lezend bij kaarslicht (1645)
Christiaen Jansz. Dusart, Jonge man lezend bij kaarslicht (1645) Foto Rijksmuseum

In Gouda, stad van kaas en kaarsen, is een tentoonstelling gewijd aan kaarslicht in de Nederlandse schilderkunst. Kaas in de kunst had ook gekund, maar van schilderijen met kaarslicht zijn er veel meer: in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw waren vlammen de voornaamste lichtbron na zon en maan. Om te benadrukken hoe donker de wereld na zonsondergang was, hebben ze in Museum Gouda één tentoonstellingszaaltje ingericht als een zeventiende-eeuws interieur dat door twintig zachtjes flakkerende nepkaarsen wordt verlicht. Kaarsen waren duur, dus een kroonluchter vol was al een grote luxe. Evengoed is het naar hedendaagse maatstaven een ongewoon schemerig vertrek.

Deze theatrale setting is nu eens niet alleen voor de spannende experience aan de tentoonstelling toegevoegd, maar draagt ook echt iets bij. De bezoeker begrijpt: met zo weinig licht moest de schilder van een kaarslichtscène het stellen. En zo schaars verlicht hing zijn schilderij vervolgens in huizen en kerken. Wilde hij dat zijn voorstelling leesbaar was, dan moest hij zorgen dat de belangrijkste partijen oplichtten in het donker. Olieverf geeft van zichzelf geen licht, dus het schijnsel moest worden gesuggereerd door middel van contrasten. Lichte verfstreken gaan op licht lijken als je er een diep donker omheen schildert. Op de meeste schilderijen in Gouda is de lichtbron dan ook de witste partij.

Godfried Schalcken, Lachende jongeman bij kaarslicht (ca. 1700) Particuliere collectie

De fraaiste vlammen zijn omstreeks 1700 geschilderd door Godfried Schalcken: blauw bij het lontje, oranje boven, witheet in het midden. Ze schijnen overtuigend door het kaarsvet bovenin de kaars en reflecteren in het gesmolten randje. Verder van de vlam vandaan is de weerschijn steeds zwakker, maar er blijft – ook bij de andere schilders – van alles glinsteren in het donker: sieraden, ogen, nagels, huid en haar (voor zover glanzend), tafelranden, vaatwerk en vissen op een avondmarkt. Een slimme kaarslichtschilder strooit de subtiele reflecties uit tot in de verste uithoeken van zijn compositie.

Niet logisch

Dat een kaarslichtscène niet per se logisch hoeft te zijn om te overtuigen bewijst Gerard van Honthorst, de Utrechtse schilder die aan het begin van de zeventiende eeuw in Rome werkzaam was en zich daar het clair-obscur van Caravaggio eigen maakte. In zijn Bespotting van Christus (ca. 1614, een bijzondere bruikleen uit een Londense privéverzameling) is de kaars zelf minder fel dan de weerschijn ervan op de omstanders. Hun lichtkanten zijn door Van Honthorst versterkt om het schilderij te laten opvallen in het donker – misschien een schemerige kapel in een Roomse kerk. Te veel schijnsel voor die ene kaars, dat klopt niet, maar het is niet erg want het werkt. Het lichaam van Christus is een anatomisch stilleven vol licht- en schaduwnuances, de strakgegrijnsde onderlip van de bespotter rechtsonder heeft een effectief lijntje licht gekregen en de figuur rechtsboven wordt van onderaf belicht als de verteller van horrorverhalen die voor een nog griezeliger effect een zaklamp onder zijn kin houdt.

Om van de kaars als dominerend uiterste af te zijn, onttrokken Van Honthorst en andere caravaggisten de lichtbron vaak aan het zicht door er iets vóór te schilderen. De lichtintensiteit van andere beeldelementen was dan niet langer ondergeschikt aan die van de vlam. In De maaltijd te Emmäus (ca. 1630) van Matthias Stom is de kaars op tafel bijvoorbeeld door handgebaren afgeschermd, en in Christiaen Dusarts Jonge man lezend bij kaarslicht (1645) gaat de vlam grotendeels schuil achter een opengeslagen boek. Boven de bladzijden gloeit het profiel van de lezende jongen op. De eenentwintigste-eeuwse kijker zou even aan een iPad kunnen denken. Misschien wordt dat in de toekomst nog eens een tentoonstelling: schilderijen waarin alles in de kamer door beeldschermen wordt verlicht. Maar in Gouda komt al het licht nog van kaarsen.

Adam de Coster, Franciscus mediterend naast broeder Leo(ca. 1626)
Foto Galerie Michel Descours, Lyon/Parijs
Matthias Stom, De maaltijd te Emmaüs (ca. 1630)
Foto Particuliere collectie
Petrus van Schendel, Vismarkt bij avond (1841)
Foto Rik Klein Gotink/ Particuliere collectie
Gerard van Honthorst, De bespotting van Christus (1614).
Foto The Spier Collection, Londen
Expostie Kaarslicht
Museum Gouda2