Directeur David Jongen spreekt met zorgmedewerkers over de werkdruk (dit is een ander groepsgesprek dan beschreven in het artikel).

Foto Merlin Daleman

Reportage

De crisisweek van ziekenhuisdirecteur David Jongen: ‘Ik denk dat we nog twee operatiekamers moeten sluiten’

Coronazorg Nergens in Nederland liggen zoveel coronapatiënten als in de twee ziekenhuizen van de Limburgse zorginstelling Zuyderland. NRC liep evenals anderhalf jaar geleden een week mee met directeur David Jongen. Crisisoverleg in, crisisoverleg uit. Wat zijn de verschillen met toen? ‘In de eerste golf was er een voelbare solidariteit.’

„Het is echt anders, nu”, zegt David Jongen (56). Hij zit achterovergeleund in zijn kantoor. Zijn arm hangt losjes op een stoelleuning. Hij draagt hetzelfde donkerblauwe geruite pak als anderhalf jaar geleden. Op de kin weer een driedagenbaardje. Zijn haar, opzijgekamd, is grijzer.

Anderhalf jaar geleden begon het ook op deze stoel. NRC mocht de ziekenhuisdirecteur een week ‘schaduwen’. Het was maart 2020, de week waarin werkend Nederland net voor het eerst naar huis was gestuurd. Het virus was onbekend en maakte mensen angstig. „Je vraagt je af: gebeurt dit echt?”, zei Mark Rutte vanuit het torentje.

De Limburgse zorginstelling Zuyderland, met ziekenhuizen in Sittard en Heerlen, dertien verpleegtehuizen en thuiszorg, zou een van de zwaarst getroffen instellingen worden van de eerste golf. David Jongen zag het aantal coronapatiënten die week in maart meer dan verdriedubbelen. De adrenaline hing in de gangen. Boven de autoweg richting het ziekenhuis wapperden bemoedigende spandoeken. Er werden bloemen en maaltijden gebracht voor het verplegend personeel. Aan het einde van de week vloerde corona Jongen zelf.

Nu, in de vierde golf, staat Zuyderland opnieuw in de crisisstand. De provincie Limburg is koploper in het aantal besmettingen en in de regio van het ziekenhuis is de vaccinatiegraad laag. Het Zuyderland heeft de meeste coronapatiënten van alle ziekenhuizen, zowel op de intensive care als in de kliniek. Patiënten worden overgeplaatst tot in Amsterdam en Groningen.

Opnieuw loopt NRC een week mee. Een week waarin het bestuur van het ziekenhuis worstelt met polarisatie: in de samenleving, tussen ziekenhuizen en onder het personeel. Artsen en verpleegkundigen zijn moe, of ze zijn het zat hun eigen patiënten teleur te moeten stellen omdat Covid-19 voorgaat. Een week waarin bestuurders soms wanhopig worden omdat andere ziekenhuizen niet genoeg patiënten overnemen. Dagen waarin alles wordt gedaan om geen kankeroperaties af te zeggen. Waarin code zwart – acute patiënten moeten weigeren – steeds dichterbij lijkt te komen.

„De samenleving is er klaar mee”, zegt Jongen op maandagochtend. „Als je ziet wat voor shit ik op de socials allemaal over me heen krijg.” Hij had vorige week in de media opgeroepen tot een strenge lockdown. „‘Hij liegt de boel bij elkaar. Hij zal wel de foto van De Jonge en Rutte op z’n nachtkastje hebben.’ Mijn vrouw – zij leest dat, ik niet – zei thuis: het is wachten tot de eerste steen door de ruit gaat.”

De samenleving is er klaar mee. Als je ziet wat voor shit ik op de socials allemaal over me heen krijg.

David Jongen ziekenhuisdirecteur

Hij fronst, knijpt zijn ogen dicht en wrijft over zijn voorhoofd. „Maar de spanning in het ziekenhuis, de veerkracht, daar ben ik het meest bezorgd over.”

De ‘snijders’ (chirurgen) zijn gefrustreerd. Orthopeden zijn gefrustreerd. „Zij moesten wéér hun patiënten afzeggen. Een week of vijf geleden waren we nog middenin het plannen van de inhaalzorg. We hadden eindelijk al onze negentien operatiekamers weer open. Nu zijn er alweer acht dicht. Onze planners moesten zelfs patiënten voor de víerde keer afbellen voor hun operatie. Kun je nagaan wat die dan zeggen.”

Voor het weekend kreeg hij een brief van verpleegkundigen uit Heerlen, die schreven dat de werkdruk zo hoog is dat ze nauwelijks toekomen aan eet-of drinkpauzes. Jongen: „We hebben een paar weken geleden operatiekamermedewerkers – omdat er zoveel vertrokken – een blijfbonus gegeven. Als je zes maanden in dienst blijft, krijg je een bonus van 3.200 euro bruto. Dat hebben we vol overtuiging gedaan. Maar dat geeft weer gedoe op andere afdelingen. Die zeggen: waarom krijgen wij dat niet?”

Boosterprik

In zijn kantoor staat geen desktop-computer. Jongen is er niet vaak. Meestal beent hij bellend rond in de kamer van zijn secretaresse, rechterhand in zijn zak. Op de rug van zijn hand staan in balpen namen van mensen die hij nog moet bellen. „Dirk Jan, ik zie al die appjes over wie van het personeel de boosterprik krijgen?” Een week eerder is in Den Haag besloten dat zorgpersoneel met patiëntencontact een derde vaccinatie krijgt. „P&O en Finance doen we dan niet, wel alle medewerkers die zorg leveren. Maar zoek niet verder de grens op hè, daar krijgen we dan echt gedoe mee.”

Rond lunchtijd is er crisisoverleg met managers en artsen, via Teams op een televisiescherm.

Een slechtnieuwsshow. Het aantal coronapatiënten op de IC stijgt hard; binnen enkele dagen van 14 naar 24. Het is steeds lastiger andere ziekenhuizen bereid te vinden patiënten over te nemen.

In de ziekenhuizen houden 55 uitbehandelde patiënten bedden bezet omdat er in de thuis- en verpleegzorg geen plaats is.

Een zorghotel – tijdens de eerste golf in een Van der Valk om het ziekenhuis te ontlasten – is dit keer geen optie. Er zijn „geen handen”.

Een spoedeisendehulparts zegt dat zijn afdeling te vol is. Hij vreest dat hij patiënten op de gang moet leggen als er niet ingegrepen wordt.

Het ziekteverzuim stijgt hard. Binnen twee weken klom het in de ziekenhuizen van Zuyderland van 10 naar 11,3 procent. Bij de zorgcentra ging het van 10,7 naar 13,6 procent.

Jongen wrijft over zijn voorhoofd. „Sjezus.”

Noodscenario’s

De volgende ochtend hoort Jongen in een vroege vergadering met verzekeraars dat sommige zorgregio’s in het land nog altijd aan inhaalzorg doen. Een paar uur later is hij er nog steeds verongelijkt over. „Als er nog regio’s bezig zijn met inhaalzorg dan… Laat ik het emotionele tweede deel van mijn zin maar achterwege laten.”

Die middag is er een overleg van de raad van bestuur en de artsentop in een zaal bij het restaurant van het ziekenhuis in Heerlen. Het gaat over de grote druk op het ziekenhuis.

„De snelste knop om aan te draaien is verder afschalen op reguliere zorg”, zegt Jongen.

Collega-bestuurder Wideke Nijdam: „Ja, maar moeten we wel verder opschalen met covid? Want dat heeft gevolgen voor reguliere zorg, voor mensen met kanker.”

Roel Goffin, ook bestuurder: „We moeten echt alle verpleeghuizen in onze regio vragen om nu hun noodscenario’s uit de kast halen. We zullen echt tegen ze moeten zeggen: we hebben vijftig, zestig bedden nodig, verspreid over de regio. Waar we uitbehandelde patiënten uit het ziekenhuis heen kunnen plaatsen.”

Jongen: „Dat moet eerst. Steeds als wij aan de noodbel trekken, worden we gesteund. Maar als wij nu ‘code zwart’ roepen en vervolgens blijkt dat we het in de regio toch beter kunnen organiseren… We kunnen dat maar één keer roepen.”

Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman
Ziekenhuisdirecteur David Jongen van de Limburgse zorginstelling Zuyderland bezoekt corona-afdelingen in het ziekenhuis in Heerlen, en overlegt via Teams.
Foto’s Merlin Daleman

Nijdam: „Aan de andere kant: wij gaan al veel dieper dan andere ziekenhuizen. Dus dat signaal moeten we ook blijven geven.”

De bestuursraad spreekt af dat het protocol voor code zwart snel moet worden afgestoft. Als het zover komt dat het Zuyderland acute patiënten moet weigeren – en dat moment lijkt te naderen – dan moet eerst goed zijn nagedacht over wie wel en wie niet.

Een ander agendapunt is de werkdruk en het wegebbende gevoel van saamhorigheid in het ziekenhuis.

Jongen: „Een verpleegafdeling werd gevraagd in de weekenden bij te springen op de spoedeisende hulp. Diverse mensen begonnen echt te huilen. Van: we hebben nu zoveel gedaan, wij willen als team bij elkaar blijven. David, dit gaat niet meer.”

Karel Hulsewé, chirurg: „De druk is hoger dan in andere golven. Ik heb gisteravond nog met de dienstdoende neuroloog gebeld, met het verzoek om terughoudend te zijn in opnames. Dat is heel lastig. Hij zei: ik heb bijvoorbeeld iemand van tachtig jaar met duizeligheid die steeds valt. Moet ik die dan naar huis sturen, waarna die van de trap valt?”

Leonne Prompers, nucleair geneeskundige: „In de eerste golf was er een voelbare solidariteit, schouders eronder, één doel. Nu is er niet meer één doel. Mensen blijven achter hun eigen patiëntengroep staan. Het is ook terecht dat een chirurg wakker ligt omdat hij weer patiënten moet afbellen.”

Hulsewé: „De covidpatiënt met een saturatie [zuurstofgehalte, red.] van 60 nemen we wel binnen, maar de patiënten die we níét binnenkrijgen, dat is de stille ramp. En dat beseffen medewerkers.”

De bestuursraad overlegt over hoe ze meer waardering kunnen tonen voor het personeel. Hulsewé: „Waar de maatschappij dat eerst deed, doet ze dat nu niet.”

Er wordt gedacht aan vouchers voor restaurants of een HelloFresh-achtige Zuyderlandbox. Bonnen voor koffiepauzes bij koffietentjes. Meer fruitmanden. Smoothies.

Bestuurder Goffin: „Kunnen we niet een symbolische tent voor de deur zetten en vrijwilligers oproepen: wil je de strijk komen doen voor personeel?”

Jongen: „We moeten ook meer de afdelingen op. Door een video-boodschap voel je je niet aangesproken.”

Onverschilligheid

De volgende ochtend vroeg vergadert Jongen met de andere ziekenhuisbestuurders in Limburg. NRC mag meeluisteren op voorwaarde dat – Jongen zelf uitgezonderd – niet herleidbaar wordt geciteerd.

De verschillende bestuurders komen in een rondgang aan het woord. Opnieuw volgt een slechtnieuwsshow.

„Het is dramatiek op de intensive care. Linksom of rechtsom, er moeten patiënten uit. En er gebeurt niks, we krijgen al dagen geen uitplaatsingen voor elkaar.”

„Van de week werden IC-medewerkers bedreigd. Een familie dacht dat we een patiënt zouden uitplaatsen naar ‘een geheime ondergrondse plaats’.” „Waar ik in de tweede golf gelatenheid zag bij personeel, zie ik nu bijna onverschilligheid.”

„We hebben gisteren voor de tweede keer binnen anderhalve week bij iemand een oncologische longoperatie moeten afzeggen.”

Jongen: „De overplaatsingen naar andere regio’s vind ik de laatste dagen – als ik zo vrij mag zijn – helemaal ruk gaan.”

Een andere ziekenhuisbestuurder: „We zeggen operaties af die wel op een tijdsbestek van weken moeten plaatsvinden om gezondheidsschade te voorkomen. Als dit op deze manier doorgaat, dan gaat de niet-covidpatiënt lijden, dan wel sterven, aan de keuzes die we maken om altijd acute zorg voor te laten gaan.”

’s Middags bij de koffie-automaat kijkt Jongen naar zijn telefoonscherm. De helft van het voetbalteam van zijn zoon (9) is ziek. De training die hij die avond zou geven in het Zuid-Limburgse plaatsje Mechelen gaat niet door. Het is normaal zijn ultieme rustmoment. „Als ik twee minuten op dat voetbalveld sta, dat doet wonderen. We halen erna frietjes en eten die thuis op. Dan ben ik het echt helemaal kwijt.”

Die middag leest een manager in het volgende crisisoverleg nieuws van de lokale omroep voor. Twee basisscholen in het Limburgse Heuvelland zijn gesloten wegens covid, net als een kinderopvang. „Personeel zal nóg minder aanwezig zijn”, zegt hij.

„Volgens mij kunnen we niet anders dan nu besluiten nemen”, zegt de manager. „Als we nu niks doen, is mijn inschatting dat we het weekend niet eens halen.”

„Een operatiekamer ombouwen tot IC-bed,” vult een arts aan, „dat duurt een paar dagen.”

Jongen ademt diep uit en laat zijn hoofd naar achteren zakken tegen de muur. „Ik denk dat we moeten besluiten om weer operatiekamers te sluiten”, zegt hij tegen collega-bestuurder Wideke Nijdam, met wie hij een vergaderzaaltje deelt voor het overleg. „Hm-hm”, zegt Nijdam, terwijl ze naar haar collega’s op het scherm blijft kijken.

Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman
Foto’s Merlin Daleman

Jongen haalt de microfoon van mute. „Het besluit is nog twee operatiekamers te sluiten in Sittard, tenzij er waanzinnig sterke argumenten tegen komen. Bijvoorbeeld dat patiënten anders overlijden.”

Nijdam, als de microfoon weer uitstaat: „Dit gaat ernaartoe dat we straks patiënten weigeren aan de poort. Ik ga echt de inspectie bellen.”

Jongen besluit de vergadering: „Hou vol, dit overwinnen we ook weer.”

Even later prikt Jongen in een salade in de kamer van de secretaresse. Zijn schouders hangen. Hij scrolt door gefrustreerde appjes van artsen over het nieuws over de operatiekamers. Van de negentien zijn er straks negen over.

Nijdam loopt de ruimte binnen. „Ik heb best een sombere videoboodschap ingesproken naar het personeel”, zegt ze van achter haar mondkapje. „Het klonk niet hopeloos, maar wel emotioneel.”

„Dat is niet erg”, zegt Jongen. „Dat is ook hoe we erbij zitten.”

„Nee, maar het is wel belangrijk dat wíj niet hopeloos klinken”, zegt Nijdam.

Overlevingskans

„Even voor de feestvreugde”, zegt Jongen donderdagochtend om half negen, cynisch, in een nieuw crisisoverleg. „Ik krijg een appje van een longarts op de spoedeisende hulp in Heerlen. ‘Er liggen hier nu al vier covidpatiënten die opgenomen moeten worden’.” In de ziekenhuizen van Zuyderland liggen nu al tegen de honderd coronapatiënten.

„Het gaat echt harder dan we denken”, zegt Nijdam.

„We geven al veel signalen dat het water ons tot en voorbij de lippen staat”, zegt Hulsewé, chirurg. „We merken dat de hulp die we nodig hebben niet komt.”

„Ik zei gisteren al tegen de inspectie: het systeem werkt gewoon niet”, zegt Nijdam. „Ziekenhuizen nemen hun eerlijke aandeel covidpatiënten niet op.”

Op hoofdlijnen is het noodplan voor code zwart klaar, om als het moet patiënten te gaan selecteren op de beste kansen op genezing. Dat roept veel vragen op in het overleg. Laten ze geweigerde patiënten dan op de stoep staan? Gaan ze een noodhospitaal inrichten? Waar zouden ze de mensen daarvoor vandaan moeten halen?

En waar leggen ze de grens? De meesten aanwezigen willen geen kankeroperaties afzeggen om ruimte te maken voor nog meer coronabedden. „Het is steeds covid, covid, covid”, zegt Nijdam, „maar ik denk dat de meeste gezondheidswinst inmiddels bij de andere ernstige patiënten zit.”

Als Jongen later in het bedrijfsrestaurant een broodje rosbief haalt, leest hij een appje van Nijdam. „Slecht nieuws”, schrijft ze. Er is een „nieuw en zwart scenario” van de groep modelleurs van Zuyderland, die probeert de toestroom van patiënten te berekenen. Volgende week donderdag verwachten ze 140 covidpatiënten in de ziekenhuizen van Zuyderland, bijna anderhalf keer zoveel als nu. De vrees is dat er in het weekend al niet genoeg bedden meer zijn.

„Ik worstel voortdurend met de onzekerheden”, zegt Jongen. „Als we nu paniek zaaien en zo’n scenario van 140 patiënten komt niet uit, is het niet goed. Maar als we te laat zijn, is het ook niet goed.”

Die middag neemt Jongen de lift naar de tiende verdieping. Hij loopt langs posters van longen, langs de ribben van een dummy. Dit is eigenlijk de afdeling voor longpatiënten, maar nu een corona-cohortafdeling. Jongen wil er zijn waardering tonen.

Teamleider Esther Hooft ontvangt hem in een lunchruimte. Het personeel heeft het mentaal zwaar, zegt ze. Er overlijden hier twee, drie, soms vier patiënten per dag. Hoe is het ziekteverzuim?, vraagt Jongen.

Een verpleegkundige begint geluidloos te huilen. Ze doet haar mondkapje af.

„Bijna twintig procent.”

„Godmiljaar. Veel corona?”

„Nee, dat hebben ze bijna allemaal in de eerste golf gehad.”

Vier verpleegkundigen lopen binnen. „Ik wil graag horen hoe het met jullie gaat”, zegt Jongen.

Tja, ze zuchten. Al snel gaat het over agressie. Dat de beveiliging tijdens bezoekuren tegenwoordig vaak in de buurt blijft. Familie, corona-ontkenners die geen isolatiekleren willen dragen, geen mondkapje. Die weigeren te geloven dat hun vader of moeder corona kan hebben. Verschillende verpleegkundigen zijn al bedreigd. „Van: ik wacht je straks op.”

Ze vertellen dat partners van doodzieke patiënten vaak vragen of hun geliefde thuis kan overlijden. Dat ze moeten uitleggen dat het zo slecht gaat dat de patiënt dan sterft in de ambulance. „En dan ben je in niemandsland.”

Ze vertellen dat ze dan een extra bed de kamer induwen en tegen het andere schuiven. Dat ze het licht dimmen. Dat de partner het grote bed inkruipt, zodat de geliefde in zijn of haar armen overlijdt. Hoe intiem het voelt als zij dan binnenkomen, alsof ze bij mensen thuis in de slaapkamer zijn.

Een van de verpleegkundigen, een twintiger, begint geluidloos te huilen. Ze doet haar mondkapje af.

Ze vertellen dat als de lijkzak is dichtgeritst, en de schoonmaakdienst is geweest, de volgende patiënt er komt te liggen. Dat de waarden op de monitor dalen. Dat ze weten hoe het afloopt.

„Het raakt je, hè”, zegt de jonge vrouw. Jongen is ook aan het huilen. Hij veegt z’n neus af. Antwoorden lukt even niet.

De verpleegkundige: „Soms is een potje janken goed.”

Hardlopen

Vrijdagochtend leest Jongen mail op zijn iPad in zijn kantoor in Heerlen. Een werkgroep van artsen heeft een overzicht uitgewerkt van wat het sluiten van de twee extra operatiekamers betekent. Naast het stopzetten van nog meer niet-dringende zorg heeft het ook „per direct consequenties” voor oncologische chirurgische zorg in Sittard en neurochirurgische zorg in Heerlen. Er zullen dus keuzes worden gemaakt over kankeroperaties. De meeste zullen doorgaan, maar sommige niet. „En wanneer dan wel operatie???”, schrijven de artsen daarover in hun mail.

De beslissing wordt niet meer teruggedraaid. Er zijn extra mensen en bedden nodig voor covidzorg. Vanaf maandag is één operatiekamer in Heerlen en één in Sittard niet meer in gebruik. Het afbellen is begonnen.

Jongen zucht. „Wij willen niet meer altijd hoeven kiezen voor de acute coronapatiënten, ten koste van wie of wat dan ook. Maar code zwart moet eigenlijk landelijk worden afgekondigd. Ik zou graag willen dat we dat met de regio afkondigen, maar eerst moeten we uitzoeken of dat niet tot tuchtzaken kan leiden van medisch specialisten. Zelfs als het lukt, vind ik het heel ingewikkeld. Want waar rijdt de ambulance dan naartoe?”

In het crisisoverleg blijkt dat het ziekenhuis het weekend goed zal doorkomen. Er zijn flink wat bedden vrijgekomen door veel overlijdens - een lugubere meevaller. Dat patiënten naar Duitsland mogen worden overgeplaatst, onduidelijk is nog hoeveel, zal ook wat lucht gaan geven.

Jongen pakt zijn zwarte hardlooptas uit om zich om te kleden. „Ik ben zo onrustig. Ik weet niet wat er volgende week op me afkomt. Straks lopen ziekenhuizen in het hele land vol, wij nog steeds voorop. Ik weet wat we willen: niet verder afschalen op reguliere zorg. Maar ik weet niet of we dat mogen.”

Hij gaat een uur richting het zuiden lopen, een glooiend boslandschap in. „Dat werkt altijd.”