Hoe een bank uit het arme Congo fout geld uit de hele wereld aantrekt

Corruptie Congo, rijk aan grondstoffen, is een van de armste landen ter wereld. Een datalek maakt zichtbaar hoe ex-president Joseph Kabila het land kaal plukte via een door hem ingelijfde bank. En hoe deze bank fout geld uit de hele wereld aantrok.

Vraag. Hoe vaak moest de discrete manager David Ezekiel afreizen naar het blauwe bankgebouw aan de Boulevard du 30 Juin in Kinshasa, Congo, voordat hij 53 miljoen dollar aan contanten had opgenomen voor zijn baas?

Hoe nam hij dat geld mee? In een stevige tas? Een doos? Hoeveel weegt een miljoen in honderddollarbiljetten eigenlijk? (Antwoord: tien kilo.)

Van wie was dat geld? Het kon toch moeilijk verdiend zijn door de rekeninghouder, een slapend oliebedrijfje achter een gammele garagedeur drie kilometer verderop.

En waarom liet die bank dit toe?

Autocraat

Het begint bij een bank. Dat begreep Joseph Kabila, achttien jaar lang president van de Democratische Republiek Congo, maar al te goed. Wie goed voor zichzelf wil zorgen, heeft een hem welgezinde bank nodig. Een die zonder lastige vragen geld omleidt, wegsluist en het internationale bankverkeer inpompt. En de jonge Kabila, die op z’n 29ste na de moord op zijn vader Laurent-Désiré het verscheurde en arme land erfde, zorgde goed voor zichzelf.


Na zijn inauguratie in 2001 ontpopte Joseph Kabila zich al gauw tot een autocraat die niet terugdeinsde voor grootschalige verkiezingsfraude en diefstal van gemeenschapsgeld, en volgens mensenrechtenorganisaties zelfs marteling en executie van tegenstanders. De gemiddelde inwoner van zijn land zou onder zijn bewind geen cent rijker worden. Ondanks de grote voorraden grondstoffen, cruciaal voor iPhones en Tesla’s, bungelt Congo – zo groot als West-Europa – op plaats 175 van de 189 op de armoede-ranglijst van de Verenigde Naties.

Terwijl de helft van de 100 miljoen Congolezen geen toegang heeft tot drinkwater, 70 procent moet leven van minder dan 2 dollar per dag en 90 procent geen stroom heeft, verzamelden Kabila en zijn familie een vermogen bij elkaar. Persbureau Bloomberg stelde in 2016 al vast dat de familie 120 mijnlicenties bezit en zeventig bedrijven heeft, samen honderden miljoenen dollars waard.

Dat kon ook gebeuren doordat Kabila de macht kreeg over een bank, die zijn zelfverrijking in de hoogste versnelling bracht. Die hem welgezinde bank werd de gloednieuwe Congolese tak van de Banque Gabonaise et Française Internationale (BGFI) – een Afrikaanse bank met 2.200 werknemers in elf landen en met een verleden van olieschandalen en verduistering door machthebbers. Meteen al bij de oprichting in 2010 werd de Congolese bankdivisie ingelijfd door de Kabila-familie. Josephs 26-jarige zus Gloria Mteyu kreeg gratis 40 procent van de aandelen en Josephs geadopteerde broer Francis Selemani werd na twee jaar bestuursvoorzitter. Kabila was in business.

Uit een groot datalek, het grootste van het Afrikaanse continent ooit, blijkt hoezeer de bank diende als persoonlijke pinautomaat voor de president en zijn familie. NRC kreeg met anderen toegang tot meer dan 3,5 miljoen documenten van de BGFI – transacties, mailverkeer, contracten, en audits. Het onderzoek is in gang gezet door de Franse nieuwssite Mediapart  met het platform voor klokkenluiders in Afrika PPLAAF en  gecoördineerd door het Europese consortium voor onderzoeksjournalistiek EIC waar NRC deel van uitmaakt.

In de documenten zijn bewijzen te vinden dat Kabila en zijn entourage tussen 2013 en 2018 met hulp van de bank een kleine kwart miljard aan Amerikaanse dollars incasseerden, waarvan 138 miljoen gemeenschapsgeld van Congo, en de rest van onbekende herkomst. Dat deed de BGFI met royale leningen aan vrienden van de president, valse documenten en facturen, en schijnconstructies om de herkomst van geld te verhullen. „Voor mij is BGFI een mafiabank”, zei het hoofd van de financiële inspectie van Congo, Jules Alingete, deze maand tegen de Franse radiozender RFI en onderzoekscollectief Mediapart in een gesprek. Alingete is door de nieuwe president Félix Tshisekedi aangesteld om het gestolen geld terug te halen. „Het is onacceptabel wat er is gebeurd.”

Maar het lek laat nog meer zien. De documenten tonen hoe de bank fout geld uit de hele wereld aantrekt. Zakenlui die zich met steekpenningen willen inkopen in het grondstofrijke Congo, mensen op een sanctielijst die een vluchtheuvel zoeken, belastingontduikers: als vliegen komen ze op de BGFI af. Van China tot New York, van Zwitserland tot de Faeröer, en van Libanon tot Noord-Brabant. De stank van één rotte bank is over de hele wereld te ruiken.

Sud Oil

De grootste zelfverrijking van de Kabila’s gebeurt achter een onopvallende garagedeur aan de Avenue Tombalbaye nummer 43, een voormalige autogarage waar twee bewakers onder een parasolletje de wacht houden. Hier zit Sud Oil, een bedrijf zonder werknemers of btw-nummer, en zonder naam op de gevel.

Een paar jaar lang zat Sud Oil echt in de olie, daarna deed het bedrijfje een tijd niks. Tot 2013, wanneer twee vrouwen de aandelen verwerven. Eén is Kabila’s jongere zus Gloria Mteyu, de vrouw die gratis een belang in de nieuwe Congolese BGFI kreeg. Dat ze een bank bezit, is niet bekend. Volgens internationale media is ze druk met het organiseren van de Kinshasa Fashion Week. De andere vrouw is haar schoonzus. Zij is getrouwd met Francis Selemani, de geadopteerde broer van Kabila en tevens bestuursvoorzitter van de BGFI in Congo. Een discrete en loyale Tanzaniaan met de naam David Ezekiel is manager van het spookbedrijf.

De allereerste traceerbare transactie van Sud Oil – de aankoop van de garage aan de Avenue Tombalbaye – is exemplarisch voor hoe het wegsluizen gaat. Sud Oil koopt het pandje van een Belgische zakenman, een goede vriend van de Kabila’s. Koopsom: een royale 12 miljoen dollar – veel te veel. De zakenman zal direct vijf miljoen dollar gestort krijgen op zijn Zwitserse rekening bij UBS in Genève. De overige zeven miljoen zullen volgen in termijnen.

Maar van welk geld? Sud Oil doet niks, heeft nauwelijks geld op de rekening.

Daar is een oplossing voor. Vlak voor de overboeking van 5 miljoen krijgt Sud Oil plots op de BGFI-rekening 5,5 miljoen dollar overgemaakt van de centrale bank van Congo, is te reconstrueren uit de documenten. Dat is per definitie illegaal, alsof De Nederlandsche Bank een pandjesbaas helpt vastgoed te kopen.

Als Sud Oil dat geld vervolgens naar de Belg wil overboeken, strandt de eerste poging bij de Franse tak van BGFI, dat als tussenstation voor de transactie optreedt. Die vindt het bedrag veel te groot voor een particulier. Het bedrijfje probeert het dan bij de Duitse Commerzbank. Die heeft er geen moeite mee, en zo vloeit het Congolese gemeenschapsgeld naar Genève. De resterende zeven miljoen hebben een onbekende herkomst. Vlak voor elke betaling wordt er telkens een mysterieuze storting in contanten gedaan bij een lokaal bankloket.

In totaal neemt Sud Oil en verwante bv’s 80 miljoen dollar aan contanten op van diverse rekeningen bij BGFI, waarvan manager David Ezekiel in z’n eentje bijna 53 miljoen dollar in cash ophaalt bij de bank. Het geld wordt, zo blijkt, onder meer afgeroomd van de staatsmijnen, de nationale kiesraad, het haven- en transportbedrijf en het parlement. Zelfs het schamele potje voor wegenbouw – Congo kent nauwelijks geasfalteerde wegen – trekt Sud Oil verder leeg. De opbrengst wordt verdeeld onder de president en zijn intimi. En dan is Sud Oil nog maar één van de routes voor de Kabila’s om geld aan het land te onttrekken.

Elektrische auto’s

Niet alleen voor Congo met z’n kleptocratische regime is de bank een probleem, zo zal komende weken ook blijken uit de gelekte documenten. Omstreden buitenlandse investeerders en bedrijven die in Congo zaken willen doen, weten de corrupte bank ook snel te vinden – mijnbouwers die de wereldwijde techsector bevoorraden voorop.

In Congo zit het meeste geld immers in de grond. Ruim 60 procent van de wereldwijde kobaltproductie – onmisbaar voor de batterijen in elektrische auto’s – gebeurt in Congo. Ruim 60 procent van de wereldwijde voorraad coltan – onmisbaar voor smartphones – zit in Congo. En dan zijn er ook nog de voorraden goud, koper, diamant, tin en lithium. Naar grondstoffen gerekend is Congo het allerrijkste land op aarde.

Dat trok zakenmannen als de Israëlische diamanthandelaar Dan Gertler, met zijn bv in Amsterdam en met als adviseur een oud-medewerker van de Belastingdienst. Gertler staat in de VS op een sanctielijst wegens corrupte mijn- en oliedeals in Congo. Tegen zijn voormalig zakenpartner, grondstoffengigant Glencore, lopen strafrechtelijke onderzoeken wegens omkoping in de Congolese mijnbouw.

Maar in toenemende mate zijn het Chinese bedrijven die in het Afrikaanse land vechten om de waardevolle mineralen. En dat gebeurt óók via BGFI. In de documenten zijn bewijzen van grote corrupte betalingen via bankrekeningen bij BGFI die gerelateerd zijn aan Chinese eigenaren van koper- en kobaltmijnen in Congo.

Zo laat BGFI sporen na in de hele wereld. Dubieuze geldstromen via registraties van schepen op de Faeröer, verduistering via Zwitserse luxeproducten, witwassen via Zuid-Afrikaans en Amerikaans vastgoed.

En ook in Nederland, dat van oudsher weinig banden met Congo heeft.

BGFI blijkt een vluchtheuvel te zijn voor mensen die door sancties zijn uitgesloten van het internationale bankverkeer. In 2009 belandt een invloedrijke Belgisch-Libanese zakenman op de terrorisme-sanctielijst in de VS, omdat hij Hezbollah zou financieren. Geen bank ter wereld wil nog dollars van hem overboeken. Maar zijn enorme netwerk van bedrijven kan blijven bankieren via BGFI. En Brabantse vleeshandelaren, zo blijkt, blijven jarenlang zaken met hem doen.

53 miljoen in contanten

Maar hoe vaak moest de discrete manager David Ezekiel, het oliemannetje van Kabila, nu afreizen naar de bank voor hij 53 miljoen dollar had opgenomen in contanten? In Congo mag je niet meer dan 10.000 dollar per keer opnemen.

Niet zo vaak, want het ging met grote sommen tegelijk. Vlak voor de jaarwisseling, op 30 december 2015, haalde Ezekiel bijvoorbeeld in één keer 2.169.873 dollar van de rekening van Sud Oil.

Als Kabila op weg is naar de uitgang, neemt hij de bank bijna mee in zijn val. De dictator kondigt in augustus 2018 verkiezingen aan, waaraan hij zelf niet meer mee mag doen. Rond deze tijd trekt zijn trouwe diender Ezekiel de rekening van Sud Oil in recordtijd leeg. Hij haalt in juli 2018 binnen twee weken tijd 15 miljoen dollar van de bank. Op 24 juli 2018 doet hij bij één bezoek een kasopname van 6 miljoen dollar – ruwweg 60 kilo in coupures van 100 dollar. Het gaat ineens allemaal zo snel dat bankiers bang zijn dat BGFI erdoor failliet gaat.

Als de bank door een stroom aan negatieve internationale publicaties gedwongen wordt naar zichzelf te kijken, moet de interne audit-afdeling aan de slag. Twee auditors mailen in april 2018 met elkaar over de vele onregelmatigheden die inmiddels zijn aangetroffen. Bankrekeningen van aan Kabila verbonden bedrijven zijn geopend zonder de vereiste documentatie, geldstromen zijn verdacht, de herkomst van vermogen is onduidelijk, onbekenden zonder enig mandaat nemen zomaar geld op. Een intern onderzoek wijst uit dat er ernstige tekortkomingen zijn in de controlesystemen van de bank waarbij de risico’s „onaanvaardbaar” groot zijn geworden.

En David Ezekiel blijkt al jaren twee handtekeningen te gebruiken.

„Wat kan ertoe leiden dat één persoon twee verschillende handtekeningen heeft?”, mailt de één vermoeid. „Werkelijk…”

De ander verzucht: „Het is gewoon onvoorstelbaar.”

Reacties? onderzoek@nrc.nl
Illustraties Martien ter Veen.