Ad Roskam: Ik ben natuurlijk niet naïef'.”

Foto Koen van Weel/ANP

Interview

Ad Roskam: ‘Ik zou schrikken als atleten zich niet veilig hebben gevoeld’

Atletiek Hoewel hij een relatie had met een van zijn net meerderjarige atleten, zag de Atletiekunie in 2014 geen aanleiding af te zien van de aanstelling van de Amerikaan Rana Reider, zegt technisch directeur Ad Roskam. „Hij was een coach met een zwaar profiel in de atletiek.”

Als de Amerikaanse coach Rana Reider in 2014 plotseling vertrekt bij de Britse atletiekbond en kort daarop naar Nederland komt om onder anderen Dafne Schippers naar mondiale medailles te begeleiden, is zowel de Atletiekunie als sportkoepel NOC-NSF naar buiten toe trots om een trainer met zo’n „zwaar profiel” in te kunnen lijven. Deze kans kunnen ze niet laten lopen. Maar op nationaal sportcentrum Papendal gaat zijn komst gepaard met twijfel en controverse. En die verdwijnt niet. Ad Roskam, technisch directeur van de Atletiekunie, blijft er vier jaar lang mee in zijn maag zitten.

Begin deze maand wordt duidelijk dat tegen Reider meerdere klachten over seksueel wangedracht zijn ingediend bij het US Center for SafeSports. De Britse atletiekbond verbiedt het zijn Engelse atleten nog contact met hem te hebben. „Dat ze dat eerder niet hebben besloten, geeft aan dat ze hier ook niet van hebben geweten”, zegt Roskam. „Ik heb het onderzoek niet ingezien, maar het kan zijn dat als ik die informatie wel heb, dat ik dan zeg: ja, dit had ik voor zijn aanstelling moeten weten. Dan had ik hem niet aangenomen.”

Rana Reider vertrok uit Groot-Brittannië terwijl hij daar nog een doorlopend contract had. Hij zou weer gaan freelancen. Rond zijn aanstelling in Nederland waren er geruchten. Wat wist u daarvan?

„Op het moment dat iemand in beeld komt als mogelijke trainer, kijken wij uiteraard wat diegene te bieden heeft aan coachkwaliteiten. Ook gaan we na of er omstreden standpunten, ideeën of een historie is. Daarbij stuitten we op de geruchten rond Rana over een relatie met een van zijn atleten. Dat hebben we op dat moment geverifieerd bij de Engelse bond: zijn dat geruchten of is er iets gaande? Ons is toen verzekerd dat het om geruchten ging van atleten onder elkaar. Zij hadden geen enkele aanleiding om te vermoeden dat daar iets niet in orde was.”

Heeft u verder nog onderzoek gedaan naar de vermeende relatie van Reider met een atlete?

„We hebben het ook met Rana zelf besproken. Geruchten circuleren snel in de internationale atletiek.”

Wat zei hij tegen u?

„Hij was erg open en zei dat een relatie niet aan de orde was. Het ging om geruchten en die raakten de waarheid niet.”

En dat was genoeg voor jullie om met een contractvoorstel te komen?

„Ja.”

Heeft u ook aan de betreffende atlete gevraagd of zij een relatie met haar coach had?

„Nee, pas in een later stadium zijn er gesprekken met meerdere atleten geweest.”

Waren er mensen die hun zorgen bij u uitten?

„Ja, en ik antwoordde dat we alle zorgvuldigheid betrachtten bij zijn komst en dat we geen aanleiding zagen om van het dienstverband af te zien.”

Zijn er specifieke afspraken met Reider gemaakt over zijn omgang met atleten?

„Er zijn standaard protocollen en de gedragscodes van de Atletiekunie en NL Coach [belangenbehartiger coaches], onder andere met betrekking tot een veilig sportklimaat en trainingsomgeving, die we bij iedereen in een contract opnemen. Dat betekent in dit geval dat als een bondscoach een relatie aan zou gaan met een van zijn atleten, hij dat onmiddellijk bij ons moet melden. Ik draai al heel wat jaren mee en ik weet dat het met enige regelmaat voorkomt dat er een relatie tussen coach en pupil ontstaat. Als dat volwassen mensen zijn, dan is dat leuk en kan dat onder strikte voorwaarden. Wij hebben daar hele duidelijke regels en richtlijnen voor.”

Een van die regels is een meldplicht bij een relatie of verliefdheid tussen coach en atleet.

„Ja, dan meld je je in alle gevallen bij mij. Dan wordt er overlegd: is dit nog het beginstadium of is er al sprake van een relatie? We maken het dan ook bekend bij de trainingsgroep, want het kan impact hebben en tot verschuivingen leiden. We zijn er zo transparant mogelijk in, met inachtneming van de privacy.”

Vindt u als technisch directeur van een sportbond een relatie tussen coach en atleet gewenst?

„Dat moet je per geval bekijken. Er zijn veel factoren die al of niet tot problemen kunnen leiden. Wij zeggen niet op voorhand: het is verboden om verliefd te worden of je mag geen relatie aangaan. Dat lijkt me raar. Maar meld het onmiddellijk. Gebeurt dat niet, dan is dat een probleem en kan dat tot een vertrouwensbreuk leiden en einde dienstverband betekenen.”

U vindt een relatie tussen coach en pupil geen probleem zolang die gemeld wordt. Druist dat niet in tegen de richtlijnen waarin staat dat een coach niet verder in het privéleven van de pupil binnendringt dan noodzakelijk?

„Ons uitgangspunt is dat het niet gewenst is. Gebeurt het wel, dan moet dat gemeld worden en dan kijken we wat de consequenties zijn. Als het de trainingsgroep aantast, zullen we altijd ingrijpen. Dit is het verschil tussen verboden en ongewenst.”

Is er op dit moment sprake van een relatie tussen een bondscoach en een atleet op Papendal?

„Daar doe ik geen uitspraken over. Ik wil niets verbergen, maar ik vind het niet gepast. Als het nou om relaties ging die al langer in de openbaarheid zijn … Maar het gebeurt in de sport met enige regelmaat. In de dertig jaar dat ik in de topsport werkzaam ben, heb ik een lange lijst met voorbeelden voorbij zien komen.”

Waren er in Reiders tijd op Papendal signalen dat er toch een relatie ontstond tussen hem en een atlete, of dat die werd voortgezet?

„De geruchten hielden aan, daar waren wij ons bewust van. Het is bij herhaling onderwerp van gesprek met hem geweest. Zijn antwoord was steeds: ik heb geen relatie met een atlete.”

Coaches en atleten die wij spraken weten zeker dat die relatie er wel was. Heeft u nooit gedacht dat hij misschien niet eerlijk was?

„We zagen daar geen aanleiding in. Laat duidelijk zijn dat Rana een Amerikaan is, afkomstig uit een andere cultuur. Hij keek anders tegen het trainen van atleten aan dan wij hier in Nederland. Hij denkt meer bedrijfsmatig. Maar dit staat los van relaties. Het heeft soms tot pittige discussies geleid en tot bijsturing van mijn kant.”

Kunt u daar wat concreter in zijn?

„Het gaat om aspecten waar Rana niet zo goed in was; hij had moeite met de autonomie van atleten. Wij zeiden dan: je woont nu in Nederland, je traint hier, dus je hebt je aan onze regels te houden.”

Ging hij in tegen de gedragsprotocollen die hier gelden?

„Als dat zo zou zijn, hadden we eerder afscheid van hem genomen. Wij spraken dingen af en hij hield zich daar ook aan.”

De geruchten over zijn relatie bleven. Hebben die geleid tot meldingen van atleten of coaches die zich onveilig voelden in die situatie?

„Niet als klacht, maar er zijn wel atleten geweest die in gesprekken zeiden het vervelend te vinden dat die geruchten de kop op staken. Maar we hebben nooit de vraag gekregen of we er iets aan wilden doen als bond.”

Heeft het geleid tot atleten die naar een andere trainingsgroep zijn gegaan?

„Door relaties zeker niet. Meer dat atleten zeiden dat Rana niet hun type coach was. In één geval viel hij ongepast uit tegen een atleet die dat terecht niet accepteerde. In gesprekken met hem kwamen we dan tot weinig zinnigs. Sociale intelligentie en communicatie was niet zijn sterkste punt, en dan zeg ik het voorzichtig.”

Waarom heeft u Rana Reider dan toch binnengehaald?

„Je wilt je programma een impuls geven als je een nieuwe coach binnenhaalt. Hij was een coach met een zwaar profiel in de atletiek. Het klinkt flauw, maar er gaan natuurlijk heel veel geruchten rond. Dat moet je niet te veel de hoofdzaak laten zijn. Onze bondscoaches werken hier op Papendal en wij zitten daar met onze neus bovenop. Dat zorgt ervoor dat je een veilig sportklimaat kunt creëren. Het zou me enorm doen schrikken en teleurstellen als er atleten zijn die zich in die vier jaar onder Reider niet veilig hebben gevoeld. Maar ik sta nog steeds achter de manier waarop we hem hebben aangenomen. Ik ben natuurlijk niet naïef en ik weet hoe goed mensen kunnen zijn in het verborgen houden van de werkelijkheid. Ik zou ook niet met stomheid zijn geslagen als blijkt dat er in het verleden sprake zou zijn geweest van bullying of anderszins grensoverschrijdend gedrag, of een relatie die niet kies is. Het zou passen in de manier waarop hij zich op momenten manifesteert.”

Voor dit artikel is samengewerkt met Noordhollands Dagblad.