Necrologie

Volbloed beeldhouwer met omstreden Cherokee afkomst

Jimmie Durham (1940-2021) kunstenaar Jimmie Durham stond bekend als een van de bekendste Cherokee kunstenaars ter wereld. Maar in de laatste jaren van zijn leven trokken activisten zijn afkomst in twijfel.

Jimmie Durham in 2015 op zijn tentoonstelling in de Serpentine Gallery in Londen.
Jimmie Durham in 2015 op zijn tentoonstelling in de Serpentine Gallery in Londen. Foto Eamonn M. McCormack

Een thuisloos weeskind, zo noemde de Amerikaanse kunstenaar Jimmie Durham zichzelf. Sinds 1994 reisde hij als een nomade de wereld rond, in een zelf opgelegde vorm van ballingschap, en streek hij neer op de plekken waar hij gevraagd werd zijn werk te laten zien. Hij woonde in Mexico, Japan, Ierland, Italië, Brussel, New York en Berlijn. In die Duitse stad overleed hij dinsdagnacht in zijn slaap. Hij was 81 jaar.

Zijn geboortegrond in de Amerikaanse staat Arkansas bestond niet meer, zo verklaarde de kunstenaar in interviews, dat was onder water gezet. En van het oorspronkelijke land van zijn volk, de Cherokee indianenstam, waren zijn voorouders al in 1834 verdreven.

Lees ook: Twijfelen aan Jimmie Durham

Durham, behalve kunstenaar ook schrijver, dichter en activist in de American Indian Movement, verwees in zijn werk met regelmaat naar zijn indiaanse afkomst. Met gevonden materialen als veren, huiden, geweien en dierenschedels bouwde hij hedendaagse totems. Stenen vormden voor Durham een belangrijk materiaal, omdat die volgens de kunstenaar beladen waren met het gewicht van de geschiedenis, van politiek en architectuur. Stenen hadden voor hem een ziel. Zo schreef hij in zijn in 2001 gepubliceerde dagboek Nature in the City: „Steden zijn net zo stenig als heuvels en plateaus, maar de stenen zijn er doorgaans gerangschikt in gebouwen, straten, stoepen, monumenten. Ze moeten, net als wij, werken.”

Leugenaar

Met zijn beelden en installaties die thema’s als afkomst en authenticiteit aanboorden, groeide Durham uit tot de bekendste Native American-kunstenaar ter wereld. Maar in 2017, toen zijn retrospectief Jimmie Durham: At the Center of the World langs verschillende Amerikaanse musea reisde, traden verschillende Native Americans naar buiten: Durham is helemaal geen Cherokee, zo stelden zij. Zijn (voor)ouders waren geen Cherokee, hij had nooit op Cherokee-land geleefd, hij deed nooit mee aan dansen en was niet met een Cherokee getrouwd. Durham was dus een leugenaar, stelden zij. Hij was zelfs niet in Arkansas geboren, maar in Houston, Texas, als kind van een arbeider die op de olievelden werkte en hem had vernoemd naar de jodelende countryzanger Jimmie Rodgers.

Het museum waar Durhams werk op dat moment te zien was, The Walker Art Center, voegde daarop een disclaimer aan de tentoonstelling toe met de tekst dat er ‘Cherokee kunstenaars en wetenschappers zijn die Durhams Cherokee afkomst betwisten’. Zelf stelde Durham dat hij met zijn werk nooit een etnische groep had willen representeren. „Ik ben Cherokee”, zei hij. „Maar ik ben geen Cherokee kunstenaar of indiaanse kunstenaar, net zo min als Brancusi een Roemeense kunstenaar was. Ik ben een volbloed hedendaagse kunstenaar, en behoor tot de subgroep (clan) van beeldhouwers.”

Met zijn sculpturen werd Durham een van de succesvolste kunstenaars van zijn generatie. Hij werd in 1992 en 2012 uitgenodigd voor de Documenta in Kassel en deed zes keer mee aan de Biënnale van Venetië. Bij de laatste editie, in 2019, ontving hij een Gouden Leeuw voor zijn hele oeuvre. Hij stelde toen op de hoofdtentoonstelling het werk Black Serpentine tentoon, een reusachtige brok steen gevat in een metalen lijst. Een tekstbordje ernaast beschreef de lange reis die de steen had afgelegd, van de steengroeve in India, via het Suez-kanaal en Durhams Berlijnse atelier tot het erepodium in Venetië – als stille getuige van armoede, uitbuiting en, uiteindelijk, roem.