Recensie

Recensie Boeken

Trendje in de Nederlandse letteren: inzoomen op levens op het platteland

Renske Jonkman In deze stemmige, derde boerenroman over ingrijpen in het landschap, bestemd voor de geduldige lezer, wordt het huidige aanmodderen van boeren inzichtelijk gemaakt.

Karnen in West-Friesland
Karnen in West-Friesland Foto Joh. Kuiper

Drassig is het land, drabbig de koffie in de pruttelpot. De oostenwind giert, de potkachel zingt. Tussen Heerhugowaard en Hoorn leven de vier kinderen Endegeest na de dood van hun vader verweesd samen in de houtje-touwtjeboerderij van hun voorouders. Het is 1956 en alles gaat nog prachtig op de oude manier, met paard en wagen, met schuit en kloet, maar is ook lelijk in verval. Wat te doen? Voortsappelen of vernieuwen? Het is de inzet van een klassieke broedertwist tussen de oudste broer, Krijn, en de slechts een jaar jongere Lucas, beiden jongvolwassen.

Dit verdronken land, de derde roman van Renske Jonkman (1982), gaat over het menselijk ingrijpen in het landschap. In de proloog, in 1607, loopt een landmeter over het zilte land rondom de Wogmeer, een buurtschap in West-Friesland. Ondanks dijken en sluizen dringt zeewater er min of meer vrijelijk binnen. Na een lang verwijlen in 1956 bij het voortploeterende gezin Endegeest, in datzelfde, intussen al lang ingepolderde landschap, neemt Jonkman de lezer mee via het heden, 2020, en de boerenzorgen anno nu, naar 2148, wanneer het land aan de zee is teruggegeven en er weer grutto’s rondvliegen.

Wat is vooruitgang, wat achteruitgang, hoe moet de mens zich verhouden tot zijn leefwereld, die ook van de dieren is? Stemmig is de roman, en knoestig, traag van taal, je moet niet te veel haast hebben als lezer. Door de ogen van de broers toont Jonkman wat ruilverkaveling bracht én wegnam. Veel ruimte is er voor beschrijvingen van licht, lucht en land, zonder dat die sentimenteel worden. Dit verdronken land is bovendien een knap psychologisch portret van hoe verschillende mensen in het leven staan. En ten slotte wordt duidelijk hoe weinig de vrouwen lange tijd te vertellen hadden.

Klassiek genre

Het lijkt een trendje in de Nederlandse letteren, dit inzoomen op levens die zich nadrukkelijk niet in de Randstad afspelen, maar op het platteland. Het zou aan succesauteurs Rijneveld en Wieringa te danken kunnen zijn dat de boerenroman terug van weggeweest is. Jonkman maakt, net als recentelijk bijvoorbeeld Mariken Heitman en Ricus van de Coevering, een variant op het klassieke genre. Puur een ouderwetse streekroman is Dit verdronken land echter niet, aangezien ze ook het actuele aanmodderen van boeren inzichtelijk maakt. Een personage in 2020 sluit zich aan bij Farmers Defence Force en rijdt op de tractor naar Den Haag. Zijn vrouw, een nazaat Endegeest, zoekt een andere oplossing door onderzoek naar plantaardige energiewinning te doen. Veel begrijpen van elkaar doet dit stel zo min als hun voorgangers, de broers in 1956.

Er speelt een familiegeheim, maar de ontknoping daarvan laat zich al te veel raden: het is bepaald niet waar Dit verdronken land zijn kracht aan ontleent. Jonkman maakt nog een andere onnodige, zelfs echt ongelukkige keuze door geen aanhalingstekens te plaatsen rondom wat haar personages zeggen. Hierdoor ontstaat geregeld nodeloos hinderlijk verwarring bij de lezer: denkt of zegt iemand iets?

Gelukkig winnen Jonkmans observaties van natuur, cultuur, de psyche en de nietigheid van de mens het, en biedt de roman toch een dijk van een leeservaring. Met de personages sta je tot de enkels in de drab van de kop van Noord-Holland, of op een gletsjer te Canada. Daar doet ‘geen enkele menselijke inmenging ertoe’ – zo anders dan in ons vlakke land, pal aan de zee.