Gematigde kiezer heeft meer moeite met populist dan andersom

Eelco Harteveld politicoloog

Linkse kiezers hebben een grotere hekel aan rechts-populisten dan andersom, blijkt uit onderzoek naar ‘gevoelstemperaturen’.

„Politieke leiders als Geert Wilders en Thierry Baudet gooien vaak olie op het vuur. Ze versterken bij hun tegenstanders het gevoel dat het stigma op radicaal-populistische opvattingen terecht is.”
„Politieke leiders als Geert Wilders en Thierry Baudet gooien vaak olie op het vuur. Ze versterken bij hun tegenstanders het gevoel dat het stigma op radicaal-populistische opvattingen terecht is.” Foto Bart Maat/ANP

Vaccinatie, klimaatverandering, transgender, de debatten erover kunnen fel zijn en de politiek sterk verdelen. Bezorgdheid klinkt dan over de schadelijke gevolgen van polarisatie. Politici en anderen roepen op naar elkaar te blijven luisteren. Maar wie of wat veroorzaakt polarisatie precies, en is ze altijd wel zo schadelijk?

Eelco Harteveld houdt zich als polarisatie-deskundige met dit type vragen bezig. De politicoloog, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, laat kiezers bijvoorbeeld vragenlijsten invullen waaruit duidelijk moet worden wat ze van elkaar vinden: sympathiek of juist niet. Ze geven hun medestanders en tegenstanders een gevoelstemperatuur op een schaal van 0 tot 100: warm is 70, neutraal is 50, koud is 30.

Het gaat daarbij niet zozeer om precieze getallen, maar om verhoudingen: welke groepen kiezers hebben vooral een hekel aan welke andere groepen, en bij wat voor soort onderwerpen? In de VS worden zulke vragen al langer gesteld. Amerikaanse onderzoekers gebruiken ze om de groei van tegenstellingen tussen bijvoorbeeld Democraten en Republikeinen te meten.

Woensdag publiceerde Harteveld een update van onderzoek van vorig jaar. Via een representatieve steekproef onder duizend deelnemers inventariseerde hij in augustus meningen rond corona, klimaat en gender. De peiling wijst uit dat die onderwerpen qua polarisatiegraad niet onderdoen voor oudere controversiële thema’s. „Over migratie en integratie”, zegt hij „vechten we elkaar al tientallen jaren de tent uit, en daar is nu dus een aantal onderwerpen bijgekomen.” Eronder liggen thema’s die steeds weer voor polarisatie zorgen: de verhouding tussen staat en individu, levensstijl en leefgedrag, de positie van elites en wetenschap.

Opvallend was de vaststelling van Harteveld, vorig jaar, dat vooral kiezers uit het midden een sterke afkeer van hun politieke tegenstanders hebben. Zeker, er is de nodige verkettering over en weer tussen het midden en de flanken. Maar linkse kiezers voelen meer weerstand tegenover kiezers van PVV en Forum voor Democratie dan andersom. Zo geeft een PvdA-stemmer een ‘temperatuur’ van 17,9 aan een PVV-kiezer, andersom is dat 30,5. Ook bij D66 is het verschil groot, bijna tien procent: 21,8 versus 31,2.

De uitkomst verbaast Harteveld niet. „In het buitenland zie je dezelfde patronen. In vergelijkend onderzoek dat we eerder dit jaar in een internationaal vaktijdschrijft publiceerden, zie je dat kiezers van ‘mainstream’-links gemiddeld een grotere hekel hebben aan radicaal-populistisch rechts dan omgekeerd. In Zweden willen politici van gevestigde partijen niet eens koffie uit dezelfde automaat drinken als politici van de Zweden-Democraten, een extremistische partij met nazistische wortels.”

Hoe verklaart u de verschillen in wederzijdse weerstanden?

„De weerstand van gematigde kiezers geldt vooral het ‘nativisme’ van radicale rechts-populisten; hun neiging om te discrimineren en bepaalde bevolkingsgroepen rechten op voorzieningen te ontzeggen. De weerstand daartegen zit heel diep en zorgt voor een stigma van populistische kiezers die daarmee geïsoleerd worden. Omgekeerd zit de frustratie onder rechtspopulistische kiezers tegenover ‘mainstream kiezers’ – dat deze op ‘kartelpartijen’ stemmen die ‘corrupte elites’ in stand houden of etnische minderheden voortrekken – kennelijk minder diep.”

Dat klinkt gek voor wie sociale media of Kamerdebatten volgt. Daar vinden vaak radicale aanvallen door FVD- of PVV-politici plaats, woensdag nog dreigde FVD-politicus Van Houwelingen D66-politicus Sjoerdsma met een tribunaal. Hoe weegt u die?

„Je moet je daarop niet blindstaren. Zulke aanvallen trekken terecht veel aandacht, maar wie actief is op bijvoorbeeld Twitter is niet per se representatief voor de samenleving. Bovendien worden sociale media sterk beïnvloed door de agressieve tweets en media-optredens van politieke leiders als Geert Wilders en Thierry Baudet of andere populistische politici. Die gooien vaak olie op het vuur. Ze versterken bij hun tegenstanders vervolgens het gevoel dat het stigma op radicaal-populistische opvattingen terecht is. De medestanders van PVV en Forum reageren daar op hun beurt dan weer fel op.”

Lees meer over de recente dreigementen in de Tweede Kamer: Na schok over dreigementen in Tweede Kamer blijft actie uit

PVV-Kamerlid Martin Bosma stelt al langer dat juist het midden polariseert. Hij heeft volgens u een punt?

„Zeker, al is daar meer over te zeggen. Het midden sluit inderdaad populistische groepen uit, zoals Bosma stelt. Dat gebeurt sinds 2012 ook in het parlement waarbij de mainstream niet meer met de PVV in een coalitie wil. Omgekeerd sluiten nativisten van partijen als die van Bosma etnische minderheden uit.”

Hoe zorgelijk is de groei van het aantal twistappels in het debat?

„Voor de democratie is het juist goed als er thema’s zijn die mensen aan het hart gaan. Maar een teveel aan polarisatie kan negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van democratie en burgerschap. Dat ‘teveel’ krijg je als je een discussie bij voorbaat begint met een afkeer van de ander. Dan wordt het moeilijker om er samen uit te komen.”

In de jaren zeventig was er sterke polarisatie tussen het kamp-Den Uyl en het kamp-Wiegel. Dat heeft de democratie ook overleefd...

„Inderdaad. Misschien is polarisatie een cyclisch fenomeen. Ik ontdekte onlangs dat het Sociaal en Cultureel Planbureau al in de jaren zeventig vragen stelde die we nog steeds voorleggen, zoals: ‘Er zijn mensen die ik ben gaan haten om de standpunten die zij innemen” Eens/oneens? Destijds was 13 procent het daarmee eens, de laatste jaren rond de 16 tot 19 procent. Tussendoor, in de jaren tachtig, was dat percentage echter stukken lager. En net als nu kwamen er destijds nieuwe onderwerpen op de agenda die voor ophef zorgden: zelfbeschikking (abortus), emancipatie (vrouwen en homo-rechten) en duurzaamheid. Ook stelden nieuwe partijen de status quo op de proef: D66 en de Boerenpartij.

Lees ook over de 'tribunalen' waar Pepijn van Houwelingen naar verwees: Radicaal-rechts fantaseert al langer over een ‘tribunaal’

Hoopgevend is verder dat Nederland vergeleken met het buitenland nog steeds vrij laag scoort wat betreft polarisatie. We zijn nu ongeveer waar de Amerikanen in de jaren negentig waren, toen de tegenstellingen daar opliepen. We hebben dus nog tijd om op een andere manier politiek te bedrijven of discussies te voeren.”