Opinie

Mijn generatie werd nog wijsgemaakt dat je alles kon worden ondanks je afkomst, kleur, geaardheid of geslacht

Ellen Deckwitz

Dinsdag kwam Amalia uit, geschreven door Claudia de Breij, en natuurlijk doken de media meteen op de sappigste weetjes over de kroonprinses, zoals dat ze een expert is in bier tappen en een jachtakte heeft, en dat ze verder totaal niet moeilijk doet over het raadplegen van een psycholoog. Zelf bleef mij na het lezen van het boek vooral de persoonlijkheid van de prinses bij. Iemand die grapt dat ze ’s nachts bijverdient als stripper en tegelijkertijd ernstig stelt dat ze nooit een censuurwet zal ondertekenen. Toen ik het boekje uit had, miste ik haar, en ging ik het dus maar meteen herlezen.

Bij die tweede keer moest ik opeens denken aan wat de officieuze biograaf des vaderlands, Annejet van der Zijl, eens antwoordde, toen haar werd gevraagd waarom ze zich zo graag bezighield met andermans levensloop.

„Ik ben”, zei ze, „gewoon altijd erg benieuwd geweest naar wat mensen doen met de kaarten die ze hebben gekregen.”

Het kwam de afgelopen eeuw nogal eens voor dat jonge troonopvolgers het zwaar hadden met die kaarten. Kroonprins Edward van Engeland, Albert van Monaco, zelfs de jonge Willem-Alexander zette de hakken in het zand. Bij Amalia, maar ook bij generatiegenoten zoals kroonprinses Elisabeth van België of Leonor van Spanje, lijkt er echter geen sprake van tegenstand, maar van verdragen.

„Het moet maar”, zegt Amalia tegen De Breij. „Dat denk ik vaak. Van veel dingen. Het moet maar.”

Dat klinkt als het soort berusting dat tegen gelatenheid aan schurkt. Hetzelfde soort neerleggen bij de feiten zie ik regelmatig bij mijn leerlingen. Misschien is dat wel tekenend voor de mensen die in deze eeuw geboren zijn. Zij groeiden op na 9/11, tijdens aanslagen, beurscrashes en lockdowns. Ze bezitten niet meer het heilige geloof in maakbaarheid dat veel twintigste-eeuwers nog wel hebben. Waar mijn generatie nog werd wijsgemaakt dat je alles kon worden ondanks je afkomst, kleur, geaardheid of geslacht, lijkt de jongste club jongvolwassenen vooral te roeien met de riemen die ze hebben. Weer thuisonderwijs? Het is niet anders. Binnenblijven voor de zwakkeren? Het moet maar. Waar dertigplussers de straat op rennen om de eigen vrijheden op te eisen, gaan mijn leerlingen naar klimaatdemonstraties, in de hoop dat de aarde bewoonbaar blijft voor hun toekomstige kleinkinderen. Zij lijken allang te hebben aanvaard dat grenzen bij het leven horen. Dat er financiële, sociaal-culturele en ecologische limieten zijn aan wat ze willen doen. De prinses formuleert het in Amalia als volgt: „Ik ben geboren binnen een leven en heb dat geaccepteerd... het gaat over zoveel meer dan mijzelf.”

Laten we hopen dat dat haar en haar leeftijdgenoten vooral pragmatisch maakt, en niet defaitistisch.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.