Recensie

Recensie

Nederlands Kamerkoor vindt het hemelse met muziek Kleppe

Het Nederlands Kamerkoor graait in ‘Lied der liederen’ uit de grabbelton met Hoogliedzettingen. Hoogtepunt is het duistere én hemelse Passávamos van Joost Kleppe.

Nederlands Kamerkoor bezingt Hooglied in ‘Lied der liederen’.
Nederlands Kamerkoor bezingt Hooglied in ‘Lied der liederen’. Foto Foppe Schut

Het Nederlands Kamerkoor doet in een kleine tour Lied der liederen een greep uit het rijke verleden van muzikale zettingen van het Hooglied; van korte stukjes Palestria en Di Lasso naar het hoogtepunt: Le Cantique des Cantiques van Jean-Yves Daniel-Lesur.

Althans, Daniel-Lesur staat in het boekje als hoogtepunt, maar dat blijkt het niet te worden. Daarvoor klinkt een nieuwe twaalfstemmige zetting van Passávamos; een geweldig stuk dat de Nederlandse componist Joost Kleppe in 2010 schreef: onaards, duister, nevelig met hier en daar een akkoord waarmee het NKK plots een scheutig stuk hemel de kerk in zingt.

Waar Daniel-Lesur onnavolgbaar snel door de tekst jaagt in dichte, lang uitgesponnen muziek die haar richting of doel in ieder geval niet met één keer luisteren prijsgeeft, speelt Kleppe duidelijk met tekstverklankingstechnieken van zijn renaissancevoorgangers, met spannende focuspunten op woorden en zinnen, in toch eigentijdse muziek.

Neem alleen al de eerste drie woorden van de eerste zin van het gedicht van de Portugese dichter Fernando Pessoa: ‘Sinto o tempo’ (‘ik voel de tijd’). Kleppe laat het volgen door een stilte, waarna hij die woorden door de mannen schier-eindeloos (het kunnen evengoed seconden als minuten zijn geweest) laat herhalen, dat een trance-effect heeft tot de vrouwen er ‘eindelijk’ de volgende drie woorden doorheen weven: ‘com uma dor’ (‘met een pijn’), om met een zwelgend luide dissonant samen te eindigen op het zevende en laatste woord: ‘enorme’! Reken maar dat je de tijd voelt, en reken maar dat hij pijn doet. Kippenvel. En dat was pas de eerste zin.

Het hemelse van Kleppe werd woensdagavond niet meer teruggevonden in Daniel-Lesur. De tweede helft van het concert gaf tijd de mooie Grote of Jacobijnerkerk in Leeuwarden te bestuderen, waar de twaalf stemmen weelderig in echoden. Het Lied der Liederen is een programma voor onder hoge gewelven. In de grote kerken van Alkmaar en Zwolle zal het zo nog klinken.