Recensie

Recensie Boeken

Kun je je eigen domheid begrijpen?

Cultuurfilosofie In de nieuwe essaybundel van het Nexus Instituut laten tal van grote schrijvers en geleerden zich uit over domheid en leugens die het alledaagse nieuws beheersen.

Een Brexit-aanhanger tijdens het uittredingsfeest op 31 januari 2020 in Londen.
Een Brexit-aanhanger tijdens het uittredingsfeest op 31 januari 2020 in Londen. Foto John Keeble/Getty Images

Het tegeltje in de badkamer met een wijsheid erop zie ik meestal niet meer, zoals dat gaat met wijsheden op tegeltjes. Maar terwijl ik het laatste nummer van het tijdschrift Nexus las, gewijd aan ‘Domheid en leugens’ leek dat tegeltje zich almaar heel duidelijk te presenteren: ‘Geen mens is intelligent genoeg om de eigen domheid te begrijpen’, zegt het met blauwe lettertjes op een witte ondergrond, wat krulletjes eromheen, alsof het net zo’n soort bewering is als ‘van het concert des levens krijgt niemand een program’. Brr. Maar dit tegeltje vind ik wel leuk, want verwarrend. Hoe kun je domheid begrijpen? En nog wel je eigen domheid?

Eerst denk je natuurlijk even verontwaardigd: maar ik ben niet dom! Dan glimlacht dat tegeltje wetend. Althans, je voelt dat Robert Musil, de schrijver die in 1937 de voordracht ‘Over de domheid’ hield, een beetje glimlacht in zichzelf. Het tegeltje zat ooit bij een uitgave van De Encyclopedie van de domheid als ik me niet vergis, het grote project van Musil-kenner Matthijs van Boxsel.

De eigen onwetendheid is makkelijker in de gaten te krijgen dan de eigen domheid. Al die halve kennis, vage noties, klokken en klepels, idées reçues – de mensen zitten er vol mee en je voelt duidelijk dat je daarop geen uitzondering vormt. Die onnozelheid of onwetendheid maakt sweeping statements en stellige meningen heel gemakkelijk en vergroot de behoefte aan eenvoudige verklaringen voor omvangrijke problemen. ‘Leken stellen altijd te grote vragen, nooit te kleine, heeft de wetenschapshistoricus en paleontoloog Stephen Jay Gould ooit opgemerkt’, schrijft historica Sandra Langereis koeltjes, in een meeslepend stuk over de betekenis van Erasmus’ geannoteerde vertaling van het Nieuwe Testament, Novum Instrumentum, dat althans mijn onwetendheid weer iets deed afnemen.

Onwetendheid

Onwetendheid en domheid liggen dicht tegen elkaar aan. In het redactioneel van het allereerste nummer van Nexus, nu dertig jaar geleden, schreef Rob Riemen, de oprichter en nog steeds de directeur van het Nexus Instituut, over ‘de troosteloosheid van het niets weten en het fanatisme van het enig weten’. Dat was waar hij tegen wilde strijden, door zich sterk te maken voor kennis van het verleden en de traditie, door intellectuele nieuwsgierigheid, door aandacht voor de waardevolle en vormende denkbeelden in de politiek en de cultuur.

Dertig jaar lang nu al heeft het Nexus Instituut, met talloze conferenties en vooral met al die tijdschriften, dat verlangen belichaamd. Het woord ‘tijdschrift’ doet eigenlijk de Nexus-uitgaven tekort: het zijn essaybundels van verschillende auteurs, en bepaald niet de geringsten. Dichters, filosofen, historici, schrijvers, musici, denkers en politici van over de hele wereld (dat is ook een aantrekkelijkheid van het tijdschrift, de wijde blik) hebben er hun gedachten in uiteengezet over de betekenis van de muzen of over kosmopolitisme, over rouw en (vaak) over Europa, over de betekenis van muziek, over Thomas Mann, over slechtheid en levenslot. Het Nexus Instituut houdt het idee van ‘Bildung’ hoog en belichaamt een onverflauwd geloof in het schone, het goede en het ware. Maar dan wel in een vorm die past bij déze tijd – het op de loer liggende gevaar bij een dergelijk programma van een mopperig soort conservatisme wordt niet altijd vermeden, maar wel steeds ingezien en naar vermogen bestreden.

Cultuurpessimisme

Dit jubileumnummer heeft als thema dus de domheid meegekregen en dat klinkt, zoals Nexus-thema’s wel vaker klinken, als een uitnodiging tot cultuurpessimisme. Het valt niet te ontkennen dat je dat er ook wel in aantreft. In het uitvoerige en zeer belezen inleidende essay van Rob Riemen wordt bijvoorbeeld keizer Marcus Aurelius aangehaald als iemand die al vroeg in de gaten had wat er met de mensheid mis is: ‘De degeneratie van het redelijke denken is een pest’. Dat is waar, en het is een eeuwige pest, maar het is ook elke tijd eigen om te veronderstellen dat er nú wel heel in het bijzonder veel degeneratie gaande is.

Wat niet wegneemt dat de auteurs in dit nummer vrij overtuigend zijn in hun zorgelijkheid over het dreigende verlies van zoveel dat van belang is, van democratie tot moraal en cultuur. ‘Cultuur’ betekent bij Nexus overigens nooit zoiets als een uitje naar een leuke voorstelling, maar het geheel van de waarden waar vanuit wij leven, met gebruikmaking van de kennis opgeslagen in de humaniora in de breedste betekenis van dat begrip. Zie onder andere Mary Trump in correspondentie met Riemen over het opkomende Amerikaanse fascisme – die term wordt welbewust gebruikt en ook wordt uitgelegd waarom die echt van toepassing is.

Het zijn allerlei vormen van domheid en leugenachtigheid, zo wordt in dit nummer in verschillende toonaarden betoogd, die de mensen ervan willen overtuigen dat Europa geen goed idee is (twee stukken over de Brexit-leugens), dat goed en kwaad niet zulke duidelijke begrippen zijn (Chaja Polak over antisemitisme), dat studeren niet gaat om kennis maar om geld te verdienen of dat het kunnen begrijpen van een ingewikkeld betoog en het je kunnen uitdrukken in een rijkere taal niet zo belangrijk is (respectievelijk de Italiaan Nuccio Ordine en de Amerikaan William Deresiewicz over hun ervaringen aan universiteiten).

Lees ook: Domheidsspecialist Matthijs van Boxsel: ‘De domme Nederlandse steden werden bespot’

Uiteindelijk gaat het allemaal om waarheid, maar wat ís de waarheid? Rob Riemen gebruikt het begrip in zijn inleidende essay veelvuldig, en het lijkt bij hem te staan voor een metafysisch begrip van en over wat de mens is. Als we het geloof in een zingevende waarheid verliezen, en dat betekent ook: het geloof in begrippen als democratie of vrijheid of rechtvaardigheid, ontvalt ons alle betekenis en dus ook elke morele leidraad. Wat dan rest zijn berekeningen in plaats van waarden.

Dergelijke grote begrippen zijn, zo betoogt hij met zijn intellectuele held Thomas Mann, niet statisch. Die heeft het in zijn roman Joseph und seine Brüder over ‘godszorg’ en ‘godsdomheid’, noties waarmee hij juist de beweeglijkheid van de belangrijkste waarden wil aanduiden. Geen dogmatisme, geen vasthouden aan wat verouderd is, dat is godsdomheid, maar open en nieuwsgierig meebewegen met de wereld – met inbegrip van alle kennis die we kunnen hebben en met de moed de waarheid onder ogen te zien. Dat is godszorg.

Dat is nog niet zo makkelijk, want, zoals Robert Musil schreef: ‘Er bestaat volstrekt geen belangrijke gedachte die de domheid niet zou weten te gebruiken.’

Op zaterdag 20 november vindt in de Nationale Opera in Amsterdam de Nexus Conferentie plaats met als thema ‘The Revolution of Hope’. Inl. nexus-instituut.nl