Foto Merlijn Doomernik

Interview

‘Ik herinner me geen repressie. Dat hielden mijn ouders voor me verborgen’

Lea Ypi Ze groeide op in communistisch Albanië zonder te weten van de repressie, nu bestudeert ze het marxisme. „Tijdens de revolutie was ik erg in de war, ik wist niet wie ik moest geloven.”

Na het lezen van het boek van Lea Ypi kijk je nooit meer hetzelfde naar een blikje cola. Ypi groeide op in het communistische Albanië, een land dat onder dictator Enver Hoxha nog veel geïsoleerder was dan de communistische landen eromheen. Het land onderging een lakmoesproef van socialisme in zijn meest extreme vorm. Cola was als imperialistische kapitalistische propaganda uiteraard uit den boze, maar een zeldzame toerist gooide zo’n blikje nog wel eens in een prullenbak. Als je het vervolgens te pakken kreeg, was het een heuse schat.

In haar memoir Vrij. Opgroeien aan het eind van de geschiedenis beschrijft Ypi de dag dat haar moeder thuiskwam met zo’n kostbaar blikje. De familie stelt het met grote aandacht tentoon op de meest prominente plaats in het huis, op het mooiste kleedje dat ze hebben, na lang wikken en wegen toch zonder bloem erin, want dat zou maar afleiden van de schoonheid van het blikje. Als het blikje de volgende dag verdwenen is, en er een ogenschijnlijk identiek blikje opduikt bij de buren, leidt dat tot een ruzie van ongekende proporties.

Het is een van de vele onvergetelijke scènes uit het boek, maar juist het colaverhaal is volgens Ypi zelf helemaal niet zo bijzonder, vertelt ze tijdens haar boektour in Amsterdam. „Iedereen in Albanië heeft z’n eigen colablikje-anekdote, sommigen nog veel betere dan die van mij. Ik had een heel boek kunnen schrijven met alleen maar blikjes-verhalen.”

Toch heeft ze wel degelijk, ook voor Albanese begrippen, een bijzonder verhaal.

Ypi groeide op als een bevlogen socialist, net als de andere kinderen om haar heen, in wat zij geloofde dat het voorstadium was van de ware communistische heilstaat. Dat haar grootmoeder Frans met haar sprak, vond ze wel een beetje vreemd. En het was wat ongelukkig dat ze dezelfde achternaam had als voormalig premier Ypi, de landverrader die in 1939 de macht had overgedragen aan de Italiaanse fascisten, maar dat was toeval.

De jonge Ypi was ook een tijdje boos dat haar ouders, anders dan de ouders van klasgenoten, maar geen foto van haar geliefde ‘oom Enver’ in de kast wilde zetten, maar dat was gewoon omdat ze maar geen lijst vonden die mooi genoeg was.

In 1990 stortte het socialistische kaartenhuis in elkaar. Demonstranten trokken door de straten, en de revolutie was niet meer in te dammen. Bijna als in een sprookje bleek Lea Ypi heel iemand anders dan ze altijd had gedacht. Haar ouders voelden helemaal niet zo’n diepe liefde voor oom Enver. De familieleden waarvan altijd uitgebreid de academische loopbanen werden besproken, bleken politieke gevangenen. Haar ouders hadden een uitgebreide codetaal ontwikkeld: ‘internationale betrekkingen studeren’ betekende beschuldigd worden van landverraad, ‘letterkunde’ stond voor ‘opruiing en propaganda’. Voortijdig schoolverlaten was code voor zelfmoord. Voormalig premier Ypi bleek haar overgrootvader.

‘Vrijheid’ werd in het nieuwe, liberale Albanië het woord op ieders lippen, maar al snel veranderde die vrijheid in een bedreiging. Alles moest geprivatiseerd worden. De bevolking viel massaal voor een misleidend piramidespel, waarin haast iedereen zijn geld verloor, wat uitdraaide op een bloedige burgeroorlog in 1997. Haar beste vriendinnetje viel ten prooi aan mensenhandel, en het regent kogels in de tweede helft van het boek. Is dit nou vrijheid?

Te midden van alle verwarring besluit Ypi dat ze filosofie wil studeren, en inmiddels is ze hoogleraar politieke theorie aan de London School of Economics. Ondertussen is haar autobiografie door de internationale pers juichend onthaald. Elke recensent is tot nu toe vol lof, behalve, vertelt Ypi, haar moeder. „Als je een slechte recensie wilt, moet je met haar praten. Ze is echt een beetje verbaasd dat iedereen het zo goed vindt. ‘Wat ziet iedereen er toch in?’ zegt ze dan. Maar ja, voor haar is het ook zo persoonlijk.”

Waarom wilde u als academicus zo’n persoonlijk boek schrijven?

„Ik wilde dat eigenlijk helemaal niet. Ik was van plan een politiek-theoretisch boek te schrijven over het concept vrijheid in de liberale en socialistische intellectuele traditie. Vaak zien mensen socialisme als tegenhanger van het liberalisme. Het zou gaan over gelijkheid of solidariteit, niet vrijheid. Maar in feite zegt de socialist tegen de liberaal: ‘Je denkt dat dit vrijheid is, maar jullie systeem lost de belofte van echte vrijheid niet in, want daarvoor moet je het kapitalisme overwinnen.’ En tijdens het schrijven van dat politiek-theoretische werk merkte ik dat alle voorbeelden die ik bedacht uit Albanië kwamen. En als ik nadacht over de ware aard van vrijheid, dacht ik telkens aan mijn grootmoeder. Dus uiteindelijk besloot ik die filosofie gewoon achterwege te laten, en te schrijven over mensen. De filosofische ideeën schemeren vanzelf door in hoe zij op de wereld reageren.”

Elk personage belichaamt een ander vrijheidsbegrip. Uw moeder een positief, uw vader een negatief. Maar uw grootmoeder neemt een speciale plaats in.

„Zij is het morele hart van het boek, en haar idee van vrijheid vind ik het meest aantrekkelijk. Ze kwam uit een aristocratische familie uit het Ottomaanse rijk, groeide op in Saloniki, sprak Frans, en verhuisde naar Albanië om voor de regering te werken. Daar ontmoette ze mijn grootvader. Hij was de zoon van de conservatieve premier, maar zelf progressief, en toen er in de jaren ’40 een hele zuivering van links kwam ging hij voor vijftien jaar de gevangenis in en werd mijn oma gedeporteerd.

„Wat zo ongelooflijk aan haar was, is dat ze nooit haat voelde. Altijd vroeg ik haar hoe dat toch kon, en ze bleef maar zeggen: ‘Omdat ik altijd vrij ben geweest.’ Vrijheid ging duidelijk niet over rijkdom, titels of erkenning. Het ging erom hoe je over jezelf denkt. Ze zei altijd: ‘Ik heb nooit mijn waardigheid verloren, ik kon altijd beslissen om geen morele compromissen te sluiten, niet te spioneren of wat dan ook. Ik besloot de implicaties daarvan gewoon te accepteren.’ Ze vond dat het vermogen om deze morele beslissingen te nemen haar echte vrijheid gaf. Dat geeft je zo’n macht. Ondanks alle beperkingen raken we nooit onze innerlijke vrijheid kwijt om te doen wat juist is.”

Het risico van zo’n houding is wel dat je tegen een politiek gevangene zegt: ‘Geen zorgen hoor, van binnen ben je altijd vrij’, en het daarbij laat.

„Klopt, daarom ga ik een stap verder dan mijn oma. Zij heeft nooit echt nagedacht over de institutionele implicaties van haar wereldbeeld, maar voor mij is het een startpunt voor maatschappijkritiek. Een goede samenleving is er een die menselijke waardigheid waarborgt in haar instituties, en daarvoor is collectieve actie nodig. Daarin ben ik heel anders dan mijn oma: ik vind het niet genoeg om slechts moreel te handelen als individu.”

Aan het slot schrijft u: ‘Mijn wereld is even ver verwijderd van de vrijheid als de wereld waaraan mijn ouders trachtten te ontkomen.’ Gelooft u dat echt?

„Ik ben niet zozeer geïnteresseerd in de vergelijking, als wel in hoeverre de twee systemen hun eigen beloftes waarmaken. Onder het socialisme was er een onderlinge solidariteit en saamhorigheid, maar een fnuikend gebrek aan vrijheid van meningsuiting. En in het liberale Albanië heb je alle formele politieke vrijheden die je kan bedenken, maar mag je niet twijfelen aan de vrije markt. Allebei de systemen verloochenen hun eigen idealen. De vraag is waarom.

„Voor ons nu is het denk ik vooral belangrijk om te beseffen dat er een fundamenteel probleem is met het kapitalisme: dat is het systeem waarin we leven, dat beïnvloedt alle keuzes die we maken, maar faalt ook op vreselijk veel niveaus.”

Gelooft u überhaupt nog in een betere wereld?

„Absoluut.”

Terwijl het zo’n hartverscheurend verhaal is dat u schrijft. Iedereen heeft de beste bedoelingen en toch…

„…mislukt alles! Ja. Maar ik denk dat je vanaf daar twee kanten op kunt. Je kunt nihilistisch worden of hoopvol zijn. Voor mij is hoopvol zijn een morele plicht. Er is geen andere manier om te leven. Als je in moraliteit gelooft, heb je de plicht om optimistisch te zijn. De boodschap van het boek is geloof ik echt niet: ‘alles mislukt dus laat ook maar’. Dat is zo gevaarlijk, psychologisch, maar ook politiek.”

U lijkt redelijk ongeschonden uit deze hele bijzondere geschiedenis te zijn gekomen. Toch moet het heel heftig zijn als alle zekerheden uit je leven weggenomen worden.

„Ik was tijdens de revolutie erg in de war, ik wist niet meer wie ik moest geloven. Ik hoorde op school het ene en thuis iets heel anders. Ik hou van mijn ouders, maar ik vond mijn lerares morele vorming, Nora, ook hartstikke aardig. Uiteindelijk ben ik ervan overtuigd geraakt dat als ik in het communistische Albanië volwassen was geworden, ik net zo zou zijn geëindigd als de meeste van mijn familieleden. En toch, er is altijd dat alternatieve scenario. Wat als de revolutie er nooit was gekomen, wat zou ik dan zijn geweest? Ik had mijnwerker kunnen zijn. Misschien had ik nooit naar de universiteit gemogen. Mijn hele leven zou totaal anders zijn geweest als deze ene omslag in het land niet had plaatsgevonden.”

Lees ook: Iedereen zou dit boek over een verlaten uithoek van Europa moeten lezen

Was het een trauma dat uw ouders zo lang de waarheid hebben achtergehouden?

„Zo zou ik het niet zeggen, en ik heb zeker een gelukkige jeugd gehad. Ik herinner me de repressie niet, omdat mijn ouders er zo goed in waren die voor me te verbergen. Maar de revolutie is wel een gebeurtenis die je internaliseert. Ik heb nooit therapie gehad, dus ik weet niet wat eruit zou komen als ik hierover zou praten. Het schrijven van mijn boek was als een soort therapie. Waarom doe ik als academicus eigenlijk onderzoek naar de politiek van het marxisme? Ik had daar nooit over nagedacht, mijn moeder gaf me een soort wake-up call toen ik haar voor het eerst vertelde over mijn werk. ‘We hebben als familie zo geleden onder het socialisme. Waarom ben je dan nog steeds zo geïnteresseerd in die marxistische ideologie?’ Het schrijven van dit boek was een poging om dat voor mezelf duidelijk te krijgen.”

En wat heeft u over uzelf geleerd?

„Het voelt stom om het hardop te zeggen, maar ik heb me gerealiseerd dat je je verleden nooit achterlaat. Als immigrant denk je dat eigenlijk wel, als je besluit je land te verlaten. Maar met elke stap die ik in mijn leven zette, heb ik Albanië nooit echt verlaten. Het was altijd een deel van mij.”