Necrologie

Fenomenaal jazzmuzikant zonder solistenbravoure

Necrologie Ack van Rooyen 1930-2021 Jazztrompettist Muzikant Ack van Rooyen kreeg in de laatste jaren van zijn leven meer erkenning dan ooit. Hij overleed donderdag op 91-jarige leeftijd.

Jazztrompettist Ack van Rooyen in 2020.
Jazztrompettist Ack van Rooyen in 2020. Foto Andreas Terlaak

Met pensioen? Jazztrompettist en bugelspeler Ack van Rooyen peinsde er niet over. En zeker de laatst twee jaar niet, toen hem tal van hommages ten deel vielen. Hij was daar best een beetje verlegen mee, maar de stralende jazzveteraan met zijn warme, zachte geluid op de bugel genoot er ook ontzettend van – misschien wel eindelijk echt gezien en erkend.

Eerst was er zijn negentigste verjaardag, een feestelijke muziekavond in het Bimhuis met veel gastmusici en jazzpoëzie van Kees van Kooten. Hij werd er koninklijk onderscheiden vanwege zijn grote verdiensten in de nationale en internationale jazzmuziek en het jazzonderwijs. Amper een half jaar later, juni 2020, kreeg Van Rooyen „als de belichaming van de kleurrijke Nederlandse jazzgeschiedenis” de prestigieuze Boy Edgar Prijs. Ego-pleasende gestes natuurlijk, grinnikte hij er zelf om. Van Rooyen was in zijn carrière verder „nooit zo hunkerend naar complimenten”. Maar men had mooie woorden voor hem.

Met het Metropole Orkest kwam eind vorig jaar een volgende droom voor hem uit: een nieuwe plaat. Then and Now, The Artistry of Ack & Jerry van Rooyen 1975-2020 combineerde oud en nieuw opgenomen werk van hem en zijn in 2009 overleden broer Jerry van Rooyen, vermaard componist en arrangeur. Een elegant spektakelstuk. Een tijdsdocument. En opnieuw was daar anderhalve maand geleden een prijs: een Edison.

Bezeten van spelen

Ack van Rooyen overleed donderdag in Den Haag. Hij werd 91 jaar. De Nederlandse jazz verliest een groot jazzmusicus die ondanks zijn hoge leeftijd bleef optreden en inspireren. Hij was bezeten van spelen. Zijn toon bleef mooi, zijn intuïtieve gevoel voor timing onveranderlijk sterk. „Als het blazen niet meer gaat, houdt het vanzelf op”, zei Van Rooyen begin vorig jaar in deze krant. In zijn huis lag zijn bugel (flügelhorn), een voor hem geprepareerde ‘Ack’, op een kussen. Vlakbij de paspoorten (Nederlands en Amerikaans) van zijn vrouw, zangeres Barbara Field, die in 2019 overleed.

Lees ook dit interview: ‘Als het blazen niet meer gaat, houdt het vanzelf op’

Wie hem een jaar geleden hoorde spelen met het Metropole Orkest, de zalen waren net weer open, werd diep geraakt. Broos was hij, maar zijn spel helder en zo indringend en van innemende souplesse. Hij trad nog regelmatig op in duovorm met pianist Juraj Stanik en in Duitsland met het quintet van Paul Heller. En nam in 2019 een mooi melancholiek album (White Noise) op met gitarist Philip Catherine en de Duitse contrabassist Martin Wind.

Maar niet alleen om de vele concertafzeggingen was corona een flinke spelbreker: Van Rooyen moest erg oppassen voor zijn kwetsbare longen. Hij miste het zeer, te spelen voor een volle zaal: „Ik heb publiek nodig. Ik voel mij verslaafd aan feedback. Aan de reacties van het publiek.” Afgelopen voorjaar gaf hij nog een masterclass op het Koninklijk conservatorium. „Angst is onze grote vijand. Leg de lat dus niet te hoog en speel niet boven je kunnen”, gaf hij de muziekstudenten mee.

Nederlands-Indië

De muziekcarrière van Van Rooyen, geboren op Nieuwjaarsdag in Den Haag in 1930, omspande ruim zeventig jaar. Toen hij op zijn zestiende met het orkest van Tom van der Stap naar Nederlands-Indië ging om de Nederlandse militairen ter plaatse te amuseren, raakte hij in de ban van jazz. „Via jongens van het consulaat in Batavia hoorden we lp’s. Vroege bebop van Charlie Parker, Dizzy Gillespie; ik wist niet wat ik hoorde. Het leek me compleet onbereikbare muziek.” Een groot bewonderaar werd hij van de jonggestorven trompettist Clifford Brown.

Als trompettist en bugelspeler maakte Van Rooyen deel uit van de vroegste moderne jazzgeneratie in Europa. Hij speelde in vele orkesten (The Ramblers, The Skymasters, het orkest van Bert Kaempfert) en maakte veel platen met artiesten uit binnen- en buitenland. Uitgeschreven muziek in orkesten werd altijd zo perfect mogelijk door hem uitgevoerd, als leadtrompettist gaf hij richting.

Medeoprichter was hij van het internationale United Jazz + Rock Ensemble. Amerikaanse jazzmusici als Clark Terry en Gil Evans vroegen hem mee voor Europese tournees. Maar de uitnodiging om met Miles Davis en het Quincy Jones Orchestra te spelen op het jazzfestival van Montreux, daarop was hij best een beetje trots.

Bewust heeft Van Rooyen zich in zijn carrière weinig gepositioneerd als bandleider – dat vond hij te veel organisatorische rompslomp. Hij had geen solistenbravoure, hij was een vooral dienstbare speler – een trots onderdeel van een geheel – die wars was van effectbejag. Zijn sensitieve, intieme klank was indringend. Prachtig warm – met veel lucht. Hij had melodische vondsten, eerst op trompet, later meer op de bugel, soms harmonisch versmeltend met zang. „Met een trompet ben je strijdvaardig, weet je”, zei de jazzveteraan. „Je laat ze wel even een poepie ruiken. Met de bugel is het net als met een altviool bij de strijkers: voor een ander type mens met een ander gemoed. De klank is warmer, de stem is zachter.”