Recensie

Recensie Muziek

Nachtmerrie-achtige pastelwereld van ‘Roméo en Juliette’ barst van het leven

Opera Julien Chavaz geeft een geheel nieuwe invulling, die soms wat clownesk aan doet, aan Charles Gounods opera Roméo et Juliette. De energie spat ervanaf.

Scène uit de opera Roméo et Juliette.
Scène uit de opera Roméo et Juliette. Foto Joost Milde

Verwacht vooral geen met klimop overwoekerd Veronees balkonnetje. Juliette staat op een wiebelende driehoeksladder. Regisseur Julien Chavaz heeft een broertje dood aan de klassieke beeldtaal van Roméo et Juliette in zijn enscenering van Gounods operaversie van het iconische toneelstuk van William Shakespeare. De fameuze verboden liefde, de rivaliserende families – hoe vermijd je bij zo’n overbekend verhaal de clichés?

Chavaz kiest voor een poëtische benadering. We betreden een abstracte droomwereld, het decor bestaat uit stoffen bogen in pasteltinten. Die kunnen al naar gelang opgetrokken worden, waardoor personages razendsnel achter doeken tevoorschijn kunnen komen of weer verdwijnen.

In het programmaboekje staat dat Chavaz het spanningsveld tussen privé en publiek wil onderzoeken. Dat moeten we dan maar aannemen. Inderdaad staat er soms een personage in een privésituatie en piept dan opeens het koor met zijn hoofd boven de rand van het decor uit, maar het lijkt toch vooral een visueel interessant toneelbeeld vol creatieve vondsten waar misschien niet te veel achter gezocht moet worden. De zangers zijn licht clownesk uitgedost, met wit geverfde gezichten en donkere kringen onder de ogen. Op de achtergrond staat een onheilspellende man met een ballon. Er zit duidelijk iets unheimisch in deze zuurstokroze suikertaart-wereld. Alle kleuren komen uit hetzelfde weeïge pastelpalet. Het doet denken aan Tim Burton’s Alice in Wonderland-achtige horror. Deze wonderbaarlijke wereld is geheimzinnig maar verveelt geen moment.

Levenslust

De keerzijde van zo’n bevreemdende regie is dat het psychologische drama naar de achtergrond verdwijnt. Niets ten nadele van de zang en inspanningen van tenor Peter Gijsbertsen, maar zijn Roméo heeft met zijn worteloranje haar bij vlagen iets belachelijks. Dat cartooneske staat de geloofwaardigheid van de Grote Liefde onvermijdelijk in de weg. Dat kan je betreuren, maar laten we eerlijk zijn: de liefde tussen Romeo en Juliette ís ook een beetje belachelijk. Verliefdheid kennen we allemaal, maar zij vallen in zo’n hysterisch hoog tempo voor elkaar dat het moeilijk is je werkelijk in te leven. In deze enscenering wordt de indruk gewekt dat ze vooral verliefd willen worden omdat ze gulzig zijn naar het leven. De tijd vliegt, de dood zit hen op de hielen. Die gejaagdheid wordt nog eens onderstreept doordat de opera voor deze gelegenheid doorgecomponeerd en ingekort is. De energie en levenslust spat zodoende van deze productie af.

Zo’n nieuwe invulling van het klassieke verhaal werkt goed, maar de 19e-eeuwse muziek van Gounod vat de liefdesdramatiek natuurlijk wel degelijk volledig ernstig op. Dat detoneert af en toe met de Chavaz’ regie, al kun je ook beargumenteren dat zo’n schuring nuance geeft aan het geheel. Het is niet eenduidig belachelijk of bloedserieus.

Voor wie dit alles te ingewikkeld wordt, zijn er altijd nog de musici die simpelweg subliem spelen en zingen. Het orkest speelt invoelend maar niet schmierend. De cast, die uit opvallend veel Nederlanders bestaat, zingt ijzersterk. Maar de show wordt gestolen door de Russische Anna Emelianova. Ze zingt haar Juliette met zulk ogenschijnlijk gemak zo vreselijk mooi, dat je aan het eind van de avond inderdaad volledig bereid bent een gifdrank voor haar in te nemen.