Recensie

Recensie Architectuur

Haags publiek krijgt met Amare een briljant gotisch cultuurpaleis

Amare Volgens de architecten is het niet zo bedoeld, maar Amare is het eerste modernistisch-gotische gebouw van Nederland.

Toen in de zomer van 2015 het ontwerp werd gepresenteerd voor Amare, was de eerste gedachte die bij mij opkwam dat het Haagse cultuurcentrum een prachtige en welverdiende ode beloofde te worden aan Minoru Yamasaki (1912-1986), de Amerikaanse architect die om zijn modernistische gotiek was verguisd door puristische critici. De computertekeningen van Amare, dat toen nog saai Onderwijs en Cultuur Complex heette, lieten immers een combinatie zien van een onbekend én een wereldberoemd gebouw van Yamasaki. Met zijn naar buiten welvende dakrand leek het ontwerp voor de nieuwe behuizing van het Residentie Orkest, Het Nederlands Danstheater (NDT) en het Koninklijk Conservatorium, bijna het evenbeeld van Yamasaki’s Deroy Auditorium uit 1958 in Detroit. En de betonnen bundelpijlers van de door NL Architects ontworpen gevels van Amare zouden naar boven toe op soortgelijke – gotische – wijze uitwaaieren als de metalen kolommen van Yamasaki’s Twin Towers uit 1974 in New York, die in 2001 na een terroristische aanslag van de aardbodem verdwenen.

Het gebouw heeft soms veel weg van een stadje onder een dak

Zelf zagen de twee architecten van Amare het anders. Patrick Fransen van NOAHH architecten, verantwoordelijk voor het grootste deel van Amare, vond het cultuurcentrum meer een Italiaans palazzo uit de renaissancetijd. En Jo Coenen, de ontwerper van concertzaal, meende zelfs dat het Haagse kunstenpaleis met zijn open onderbouw wel iets weg had van het Dogenpaleis in Venetië, de mooiste gotische doos uit de geschiedenis.

De uitwaaierende bundelpijlers van de gevels, waarin sommigen nu bomen of stemvorken zien, zijn volgens Fransen dan ook niet bedoeld als ode aan Yamasaki. Ze komen voort uit de wens om de het cultuurverzamelgebouw vooral op de begane grond een open karakter te geven. Maar wat de architecten zelf ook beweren, nu Amare is voltooid en komend weekeinde wordt geopend, is er geen ontkomen aan: in het Haagse cultuurpaleis zijn, misschien onbedoeld, twee Yamasaki’s op briljante wijze versmolten tot het eerste modernistisch-gotische gebouw van Nederland.

De gevel van Amare aan het Spuiplein.
Foto Ossip van Duivenbode
De foyer van Amare.
Foto NOAHH

Publiek toegankelijk

Het open karakter van Amare – het Latijnse woord voor ‘liefhebben’ en ‘naar zee’ in het Italiaans – moet ervoor zorgen dat cultuurcentrum geen gesloten, hoogdrempelig cultuurbastion wordt waar bezoekers alleen welkom zijn als er voorstellingen worden gegeven. Meer dan een kwart van de in totaal 54.000 vierkante meter vloeroppervlak van Amare is ook overdag publiek toegankelijk. Dan kunnen de bezoekers niet alleen naar binnen door de twee grote draaideuren in de gevel aan de Houtmarkt, maar ook door een van vele ingangen in de twee gevels aan het Spuiplein.

Zo is de begane grond van Amare feitelijk een verlengstuk van het Spuiplein. Bezoekers kunnen zo via pleintjes en steegachtige doorgangen diep doordringen in het gebouw dat soms veel weg heeft van een stadje onder een dak. Alleen de twee bovenste etages waar het Koninklijk Conservatorium is gevestigd, is geen publiek terrein. Maar daaronder kan iedereen flaneren over bijvoorbeeld het door Aziz Bekkaoui ontworpen ‘culturele marktplein’, waar overdag regelmatig voorstellingen zullen worden gegeven, of lunchen in de ‘Stadskantine’ op de derde etage.

Het danstheater van NDT in Amare.
Foto Ossip van Duivenbode
Koninklijk Conservatorium in Amare.
Foto NOAHH

Ook de tribunetrap van hout en beton die naar de concertzaal op de tweede verdieping voert is overdag publiek terrein. De door Jo Coenen ontworpen concertzaal, met twee ringen balkons rondom het podium, is met 1500 zitplaatsen de grootste van de vijf muziek- en danszalen van Amare. Elke zaal heeft zowel van binnen als van buiten een eigen karakter gekregen. Zo zijn de buitenwanden van de ovalen conservatoriumzaal op de vierde verdieping van ruw beton, terwijl die van de danszaal op de begane van bamboe zijn. Met zijn witte, gefacetteerde, akoestische wanden en rondom doorlopende witte balkonbalustrades heeft de concertzaal een lichte, koele sfeer. Daarentegen doet de danszaal met zijn zwart-grijze muren en goudgeelkleurige stoelen juist denken aan de duistere zaal in het oude Danstheater uit 1987 - het eerste grote gebouw van Rem Koolhaas - dat een bespottelijk kort leven was beschoren en moest wijken voor Amare.

Het ‘Kunstenplein’ op de begane grond van Amare.
Foto Ossip van Duivenbode
De foyer van Amare.
Foto Ossip van Duivenbode
De foyer van Amare.
Foto Ossip van Duivenbode
Het trappenhuis van Amare.
Foto:Ossip van Duivenbode
De grote concertzaal van Amare.
Foto NOAHH
Amare, Turfmarkt.
Foto Ossip van Duivenbode
Lees over de moeizame voorgeschiedenis: Elke euro extra voor het gebouw werd een politiek geschilpunt Lees ook over de consequenties van de verlengde ‘inspeelperiode’: Amare is nog niet af

Foto’s NOAHH, Ossip van Duivenbode