Elke euro extra voor het gebouw werd een politiek geschilpunt

Achtergrond Amare Vijftien jaar lang werd er politiek gesteggeld over de bouw van cultuurcomplex in Den Haag. Nu Amare er staat, is dat nog niet voorbij. De wethouder en de directeur hopen dat de cultuur voorop komt te staan.

Het nieuwe cultuurcomplex Amare aan het Spuiplein in Den Haag.
Het nieuwe cultuurcomplex Amare aan het Spuiplein in Den Haag. Foto Ossip van Duivenbode / NOAHH

De wethouder en de directeur zitten in de Spinoza-zaal van cultuurcomplex Amare, dat dit weekend officieel opengaat, al is de feestelijke opening wegens Corona afgelast. Door de enorme ramen zijn het Spuiplein en de Nieuwe Kerk in hartje Den Haag te zien. De twee dromen al van een festival met de instellingen rond het plein. Een waardoor niemand meer zal verzuchten: „Was North Sea Jazz nog maar in Den Haag.”

Vijftien jaar duurde het voordat Den Haag zijn cultuurcomplex kreeg. Vanaf het eerste collegebesluit in 2006 dat er een nieuw onderkomen moest komen voor het Residentie Orkest – omdat de Anton Philipszaal te klein en oud was – en voor het Nederlands Dans Theater, dat in het naastgelegen Lucent Theater zat. Het Koninklijk Conservatorium is de derde bewoner van Amare.

Er is geen toegevoegde waarde als „alleen mensen met een abonnement komen”

In al die jaren ging de discussie over het gebouw en het geld dat het kostte. Nog is dat debat niet voorbij: in 2014 werd voor het complex 177,4 miljoen euro beschikbaar gemaakt, wat opliep tot 223,3 miljoen euro. Er was aanzienlijke vertraging bij de bouw, de hoogste gemeenteambtenaar vertrok wegens niet-integer handelen bij het project, en nu Amare open is, wordt een exploitatietekort van 2,7 miljoen per jaar verwacht, dat de gemeente zal betalen.

Bovendien is de gemeenteraad volgens de Haagse Rekenkamer onvoldoende geïnformeerd over kosten en voortgang. De raad begint na de verkiezingen van maart een enquête, het zwaarste onderzoeksmiddel in de lokale politiek, vergelijkbaar met een parlementaire enquête, waarbij betrokkenen onder ede worden gehoord. Ook dat zal weer discussie over kosten opleveren.

Wethouder Robert van Asten (Cultuur, D66) en Amare-directeur Jan Zoet hopen dat vanaf nu vooral de cultuur voorop zal staan. „Nooit ging het over wat er zou komen. Dat was ongrijpbaar, zeker toen de Anton Philipszaal dichtging en de instellingen vaker op reis gingen”, zegt de wethouder. Zoet vult hem aan: „Wil je cultuur toegankelijk maken voor iedereen, dan moet je er in investeren. Ik ken geen gebouw dat theater-technisch en facilitair zo goed geoutilleerd is.” Waar bovendien, vertelt hij, studenten en artiesten elkaar voortdurend tegenkomen: „Dat is vrij uniek. Wie weet wat er loskomt.”

Lees ook de gebouwrecensie: Haags publiek krijgt met Amare een briljant gotisch cultuurpaleis

Verbinding

Amare moet méér worden dan het thuis van het Residentie Orkest, het Nederlands Dans Theater en het Koninklijk Conservatorium (NDT). Die instellingen hebben „een ruimere jas gekregen”, zegt wethouder Van Asten. Zijn doembeeld is een gebouw „waar het Residentie Orkest en het NDT zich in terugtrekken om voorstellingen te geven voor keurige mensen die daar keurig naar toegaan.” Er is geen toegevoegde waarde als „alleen mensen met een abonnement komen”, zegt Van Asten. Zijn hoop: „Dat er verbinding komt met de stad. Dat jongens en meisjes die elders in de stad hun eerste danspassen zetten, zien wat ze kunnen door de aanwezigheid van toptalent.”

Zoet zegt: „Wij voelen die verantwoordelijkheid.” Daarom komt er volgens hem een eigen programmering buiten die van het Residentie Orkest en Nederlands Dans Theater om. Ook komen er ‘mixed zones’ in de foyers waar „een voortdurende aanwezigheid van kunstenaars” moet zijn, en samenwerkingen met lokale cultuurinstellingen. „Als we opereren als een ruimteschip dat in de stad is geland, kun je alles overschaduwen. We gaan geen cabaretiers weglokken uit de Schouwburg of Theater aan het Spui. Maar wel kijken: hoe kunnen we samen zorgen dat de podiumkunst in de stad groeit?”

Tijd nodig

Zoet vraagt wel tijd. Gebouw noch programmering zijn meteen af. „Dat was het Concertgebouw ook niet. Er zijn allerlei aannames, nu gaan we zien of het werkt. Als je iedere dag lunchconcerten geeft en mensen komen niet, dan moet je iets anders verzinnen.” Van Asten: „Of als er lunchconcerten zijn, maar de ruimte bezet is door mensen met een laptop…”

De opdracht aan Zoet is de zalen vol te krijgen, met een zo divers mogelijk publiek. „Aan de stad is iets gegeven dat ook echt iets van de stad kan worden”, zegt Van Asten. „Dat is de belofte die nu in de lucht hangt.”

Is er nu nog extra geld van de gemeente nodig? Niet voor het gebouw, zegt Zoet. Liefst wel voor cultuur, zeggen de directeur én de wethouder. Een ruimer cultuurbudget zou volgens hen kunst in heel Den Haag kunnen versterken. Zoet: „Als je echt de potentie tot wasdom wil laten komen, kost dat meer geld. In vergelijking met andere stadstheaters in Europa zijn wij lean and mean.” Van Asten: „We doen het in Den Haag voâh wènag.”

Correctie (18 november): In een eerdere versie van dit artikel stond, ook in de tijdlijn, dat in 2001 werd besloten tot nieuwbouw. Dat moet 2006 zijn.

Het trappenhuis van Amare.
Foto:Ossip van Duivenbode
Foto NOAHH / Ossip van Duivenbode
Lees ook: In nieuwe Haagse concertzaal is de klank helder en galmloos