Voor jongeren kent de wereld geen ‘safe spaces’

IDFA | Jongeren in docu’s In documentaires op IDFA over de jeugd van nu komt een beeld naar voren van een betrokken, zoekende en soms sombere generatie.

‘Futura’ van Pietro Marcello, Francesco Munzi en Alice Rohrwacher.
‘Futura’ van Pietro Marcello, Francesco Munzi en Alice Rohrwacher.

Cultuuroorlog, generatiekloof, ecologisch pessimisme, ideologisch gedreven activisme – de huidige tijd lijkt soms een herhaling van de jaren zestig. Een nieuwe protestgeneratie doet van zich spreken en strijdt tegen gender-ongelijkheid, racisme en klimaatverandering. Niet toevallig heeft een deel van de jonge mensen meer sympathie voor strijdbare ouderen zoals Bernie Sanders die zijn gevormd door de sixties dan voor de tussenliggende generaties: de status quo-knuffelaars die met hun weinig tot de verbeelding sprekende voorkeur voor dialoog, matiging en pragmatisme weinig voor elkaar kregen.

Die indruk kan tenminste ontstaan uit alle felle debatten die momenteel woeden op scholen, universiteiten en in de media – zowel de oude media als de sociale. De geleefde werkelijkheid is genuanceerder en minder schreeuwerig. Dat leert een rondgang langs documentaires op de nieuwe editie van IDFA die zich richten op de levens van jongeren. Terugkeren naar de menselijke maat achter al de opgewonden polemiek – dat is precies waar documentaires goed in zijn.

Uit de documentaires rijst een beeld op van een generatie die vooral zoekt naar oplossingen van alledaagse, concrete problemen in hun eigen leefwereld. Racisme, gender-ongelijkheid, economische onzekerheid, klimaat en milieu zijn geen abstracties, maar vormen obstakels waar jongeren zelf tegenaan lopen in hun leven.

Van het uitgesproken utopisme van de jaren zestig ontbreekt ieder spoor – verwarring en pessimisme over de toekomst overheersen. Tieners en twintigers worden weliswaar voortdurend bestookt met positieve psychologie, die hun zelfvertrouwen, moed en daadkracht moet geven. Maar dat zou wel eens averechts kunnen uitpakken. Geen mens is in staat om voortdurend aan zo’n overtrokken optimistisch zelfbeeld te voldoen.

Harde generatiekloof

De documentaire Bigger Than Us van Flore Vasseur – een warm maar gelikt portret van jonge activisten in alle delen van de wereld – blijft helaas steken in zulk goedbedoeld feel good-optimisme. De Italiaanse regisseurs Pietro Marcello, Francesco Munzi en Alice Rohrwacher hebben in hun documentaire Futura meer gevoel voor tussentinten. De filmmakers trokken als collectief door Italië om jongeren te vragen hoe ze hun toekomst zien. Daar kwam geen eenduidig antwoord op, maar dat is juist de kracht van de film.

De makers trappen niet in de val om het deel van een generatie dat de meeste aandacht trekt uit te roepen tot een héle generatie. De leerlingen van een koksschool of een opleiding tot schoonheidsspecialist kijken anders naar de toekomst dan de studenten die aan het woord komen in een schitterende bibliotheek in Pisa, waar ze zich verdiepen in de geheimen van het neoplatonisme. Juist de diversiteit maakt de film waardevol.

Veel jongeren zijn somber over de toekomst, maar dat zou ook iets met de gestagneerde verhoudingen in Italië te maken kunnen hebben. „Dit land heeft geen toekomst”, verklaart een van hen. „Het beste wat de oudere generatie voor ons kunnen doen, is ons zo snel mogelijk naar het buitenland laten vertrekken.” Toen de makers halverwege de film waren sloeg Covid toe – dat versterkte de lethargie. „Laten we eerlijk zijn, we liggen al weken de hele dag in bed”, biecht een meisje op.

Een generatiekloof is zelden zo pijnlijk en rauw in beeld gekomen als in de documentaire Les enfants terribles van de in Parijs wonende Turkse filmmaker Ahmet Necdet Cupur. Hij ging terug naar zijn ouderlijk huis in een dorp in het zuiden van Turkije. Daar probeert zijn jongere broer Mahmut zich los te maken uit een gearrangeerd, liefdeloos huwelijk met de 17-jarige Nezahat. Zijn zus Zeynep wil tegen de traditionele verwachtingen van haar ouders in naar de stad vertrekken om te studeren.

Hun ouders zijn eenvoudige mensen die leven volgens een conservatieve uitleg van de Koran. Ze weten zich geen raad met hun kinderen. Dat leidt tot afschuwelijke confrontaties, waarbij de moeder op zeker moment haar dochter doodwenst en de vader zijn zoon bedreigt met geweld. De beelden zijn zo intiem en soms pijnlijk, dat enige achterdocht kan ontstaan. Dit moet haast wel nagespeeld zijn? Alles is echt. Cupur had zulke taferelen niet kunnen filmen, als hij geen familie was.

Vrouwenvoetbal

Minder dramatisch gestructureerd, maar bijna even intiem en dicht op de werkelijkheid gedraaid is How The Room Felt, de debuutdocumentaire van Ketevan Kapanadze. Haar film gaat over een lesbische vriendinnengroep in Georgië, die elkaar heeft gevonden in een voetbalelftal. Bij elkaar kunnen ze open en eerlijk zijn; in de buitenwereld vaak niet. Maar het gebrek aan economische ontwikkeling en kansen voor de vrouwen lijkt een even groot probleem te zijn als de homofobie in de samenleving.

Veel avonden gaan voorbij met mateloos blowen en drinken – Kapanadze brengt hun laveloze gesprekken soms integraal in beeld. Zo stevig innemen is niet altijd bevorderlijk voor sportieve prestaties de volgende dag.

Liefde en politiek gaan expliciet in elkaar over in het meer beschouwende, fragmentarische en poëtische A Night of Knowing Nothing van de Indiase filmmaker Payal Kapadia; in Cannes bekroond met de prijs voor beste documentaire. De film begint met de (fictieve) brieven van een filmstudente aan haar ex-vriend. Hij mag haar van zijn familie niet meer zien – het kastenstelsel is tussen hen ingekomen.

De film laat ook zien hoe de hindoe-nationalistische regering van premier Modi met de benoeming van een nieuwe directeur greep probeert te krijgen op de filmacademie. De studenten komen in opstand. Ook in de rest van het land demonstreren studenten – vaak moslims – tegen discriminatie en uitsluiting van overheidswege. Politiek engagement en stelt de vertelster (in de voice-over) in staat om haar persoonlijke verdriet te overstijgen.

Homeroom van de Amerikaanse regisseur Peter Nicks is de ontroerendste film. Nicks doet niet meer dan een jaar lang een eindexamenklas volgen in Oakland. Maar dat bleek het jaar te zijn van Covid en Black Lives Matter; beide hebben grote impact op de school, waar witte leerlingen een kleine minderheid vormen.

Nicks concentreert zich vooral op de zeer betrokken leerlingen die actief zijn in het schoolbestuur. Ze waren al bezig met een campagne om een einde te maken aan de aanwezigheid van politie in hun school. Na de moord op George Floyd vinden hun eisen ineens gehoor bij de lokale politiek. Nicks heeft een klein monument opgericht voor de energie en het doorzettingsvermogen van de leerlingen, zonder ooit simplistisch, geforceerd of drammerig over te komen. Dat is pas echt inspirerend.