Opinie

De echte resultaten van 'Glasgow' staan niet in het akkoord

Klimaat Het Akkoord van Parijs begint zijn vruchten af te werpen. Zogeheten climate clubs, kleinere groepen van landen, brengen het halen van de klimaatdoelen dichterbij, schrijft .
Illustratie Hajo

Afgelopen zaterdag eindigde de VN-klimaattop in Glasgow. Meteen klonk er een storm van kritiek: de wereld werd wéér niet gered van klimaatverandering. De Britse voorzitter van de top moest zelfs huilen om het resultaat, te veel „bla bla bla” – woorden van Greta Thunberg – en niet de „actie, actie, actie” waar premier Rutte zijn mond vol van had. Natuurlijk, de resultaten van Glasgow gaan nog niet ver genoeg. Maar wie goed kijkt ziet dat het Akkoord van Parijs zijn vruchten begint af te werpen.

Vijf jaar geleden werd ik gevraagd om tijdelijk als senior advisor bij het Duitse ministerie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling te komen werken. De jaarlijkse VN-klimaatconferentie zou in 2017 in Bonn plaatsvinden. In de voorgaande jaren waren de ‘onderhandelingen’ over het internationale klimaatbeleid een soort jaarmarkt geworden: een bijenkast met tienduizenden deelnemers, druk met allerlei dingen rondom de onderhandelingen. Duitsland wilde de focus weer naar de onderhandelingen verplaatsen door een kleinere top te organiseren. Ik was het daar hartstochtelijk mee eens. Het vastleggen van de regels voor het omzetten van het Akkoord van Parijs had prioriteit, de rest was bijzaak.

De top in Glasgow laat zien dat ik helemaal fout zat. De échte resultaten worden inmiddels niet meer bij de onderhandelingen behaald, maar op de jaarmarkt eromheen.

Allerlei landen blokkeren

Ten eerste omdat in Parijs in 2015 al, na jaren van moeizame onderhandelingen, een vergaand akkoord werd gesloten over het tegengaan van klimaatverandering. Dat akkoord staat als een huis: de VS doen weer mee en in Glasgow zijn de laatste regels vastgelegd. Het was nooit de bedoeling om in Glasgow tot een nieuw of beter akkoord te komen.

De verwarring is wel begrijpelijk, want de voorzitter van de onderhandelingen zelf noemde Glasgow de „laatste hoop” om de wereldwijde opwarming tot 1,5 graden te beperken.

Ten tweede worden beslissingen bij zulke onderhandelingen genomen volgens het principe van de kleinste gemene deler. Met 197 onderhandelende partijen is er altijd wel iemand die grotere ambities verhindert. In Glasgow wilden vooral de VS niet meer geld op tafel leggen om ontwikkelingslanden te ondersteunen; China en India wilden geen ferme taal accepteren over het uitfaseren van kolen; oliestaten hekelden het stopzetten van subsidie op fossiele brandstoffen. Sterker nog: tot ‘Glasgow’ was het vanwege dit principe van de kleinste gemene deler nog nooit gelukt om fossiele brandstoffen te noemen in een akkoord op de VN-klimaatonderhandelingen. Alsof je de coronacrisis wil oplossen zonder het virus te noemen.

De échte resultaten in Glasgow vinden we daarom buiten de tekst van het uitonderhandelde akkoord. Wat wij in Bonn nalieten, hadden de Britten juist als strategie. Ze zetten in op wat in de wetenschap ‘climate clubs’ worden genoemd: kleinere groepen landen die actie ondernemen buiten de VN-klimaatonderhandelingen om, met specifieke doelen en voorwaarden voor lidmaatschap. Omdat de acties bijdragen aan het implementeren van het Akkoord van Parijs, was de lancering van iedere climate club goed nieuws tijdens de klimaattop.

Lees ook: China doet tóch mee in Glasgow, waar komt die ommezwaai vandaan?

Stoppen met kolen

Om slechts een paar van die clubs te noemen: een alliantie van 46 landen heeft afgesproken om het gebruik van kolen in de jaren dertig (grote economieën) of veertig (wereldwijd) uit te faseren. Een aantal van ’s wereld grootste kolenverbruikers doet ook mee, zoals Zuid-Korea, Indonesië en Vietnam. Ook Polen en Oekraïne, Europese grootverbruikers, hebben ondertekend. Ook niet-statelijke organisaties, zoals energiebedrijven, kunnen later nog ondertekenen, om het effect te vergroten.

Een andere alliantie van landen en banken stopt met het ondersteunen van fossiele projecten in het buitenland. Nog tijdens de top groeide het aantal deelnemers van 24 naar 39. Onder meer Nederland, Duitsland, Frankrijk wilden eerst niet meedoen, maar zwichtten onder de maatschappelijke druk: ze wilden toch klimaatverandering serieus aanpakken?

Denemarken en Costa Rica hebben de Beyond Oil and Gas Alliance opgericht voor landen die stoppen met het uitgeven van nieuwe licenties voor olie- en gasproductie. Er doen pas twaalf landen mee – maar zelfs dit was een jaar geleden ondenkbaar. Ook waren er climate clubs die de huidige methaanuitstoot met 30 procent verminderen, ontbossing stoppen in 2030 en stoppen met de verkoop van auto’s met verbrandingsmotoren per 2040, om een paar voorbeelden te noemen.

Daarnaast zijn er veel landen die een ‘netto nul’-doelstelling hebben aanvaard: een jaartal waarin het land netto geen CO2 meer uitstoot. Al voor de top kwamen grootvervuilers als de EU en de VS (per 2050) en China (2060) met zulke doelstellingen, in Glasgow sloten onder meer India (2070), Australië (2050) en oliestaat Nigeria (2060) zich bij hen aan. Het is onwaarschijnlijk dat de VN-klimaatonderhandelingen met 197 partijen ieder land had kunnen verplichten tot zo’n doelstelling, maar buiten de onderhandelingen om is het snel de nieuwe norm geworden.

Lees ook: Alleen optimist ziet vooruitgang in akkoord van klimaatconferentie

En nu uitvoeren

Als alle plannen uitgevoerd worden, blijft de wereldwijde opwarming mogelijk beperkt tot 1,8 graden. Vóór het Akkoord van Parijs stevenden wij nog af op bijna vier graden opwarming.

‘Glasgow’ markeert dus een belangrijke stap op weg naar het einde van fossiele brandstoffen. De gemaakte plannen en beloftes moeten echter wel uitgevoerd worden. Klimaat zal een speerpunt van het nieuwe kabinet moeten worden. Maar ook kiezers, consumenten, werknemers, werkgevers, passagiers en investeerders, enzovoorts, moeten zich afvragen hoe gevaarlijke klimaatverandering is af te wenden. Iedere dag vertraging er één te veel.