Opinie

Alternatief

Ellen Deckwitz

Dus zaterdag zat ik bij oudoom Karel (109) op de bank, want ik breng graag tijd door met hoogbejaarde misantropen, en dankzij de nieuwe coronamaatregelen had ik bovendien toch niets beters te doen. „Niet voor vogeltjes”, zei Karel, terwijl hij zijn kaketoe Chenoa wegduwde bij de rumfles. Opeens verschenen er voor het woonkamerraam twee gezichten. Ik viel van schrik bijna van mijn stoel, maar Karel stak zijn hand op, de gezichten glimlachten en verdwenen weer.

„Wie zijn dat?”, vroeg ik.

„Die willen misschien de woning hiernaast kopen”, zei Karel. „Ze zijn afgelopen week een beetje aan het rondstruinen door de buurt, even kijken wat voor soort mensen hier woont. Deed ik ook hoor, toen ik veertig jaar geleden mijn oog liet vallen op deze stek.”

„Om te kijken of het een leuke wijk was?”

„Meer om me te ervan te vergewissen dat ze niet door al te deprimerende types werd bewoond. Het wordt nogal eens onderschat wat voor invloed omwonenden kunnen hebben op je gemoed.”

„Zeg dat wel”, mompelde ik. „Ik ben weleens verhuisd vanwege stankoverlast.”

„Ik heb het nog geeneens over zintuiglijk geweld zoals geur of lawaai of mislukte kinderen”, zei Karel, „maar meer over contrastwerking. Stel dat je dolgelukkige, megasuccesvolle buren hebt. Dat is afschuwelijk, dan steek je er zo slecht bij af, dan schaam je je nog meer over al je tekortkomingen dan je al deed. Maar nog erger is het wanneer ze zelf beklagenswaardig zijn.”

‘Oh God ja, dan moet je ze de hele tijd troosten”, zei ik meteen. „Ik had ooit een emotioneel incontinente buurvrouw die constant bijstand eiste.” „Troost is geen probleem, wel het feit dat buren je een alternatief bestaan tonen. Hoe jouw leven had kunnen zijn, wanneer jij hen was geweest. Dan zie je elke dag hoe de zaken óók hadden kunnen uitpakken. En dat kan echt enorm somber stemmen. Ik heb dan liever middelmatig geslaagde mensen naast me.”

„Maar niemand heeft er toch invloed op wie er naast ze komt wonen?”

„Nou ja”, grijnsde Karel, „van de zomer waren er ook al belangstellenden voor hiernaast. Toen ik ze op de oprit zag, schrok ik me dood: een beeldschoon jong stel, de verliefdheid spatte ervanaf, dijk van een Tesla onder de kont. Toen ben ik meteen de achtertuin in gerend en heb in poloshirt en zonder onderkleding het volledige Wilhelmus ingezet.”

„Karel!”

„Ik was een week lang mijn stem kwijt, maar die lui wisten niet hoe snel ze weg moesten komen.”

„Schaam je.”

„Het was ook nog eens heerlijk luchtig, zo zonder ondergoed.”

Tevreden kroelde hij zijn kaketoe.

„Het vermijden van andermans leven mag best wat zelfrespect kosten.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.