Recensie

Zoveel vocaal talent in een haastige Brahms: doodzonde

Recensie In de ZaterdagMatinee spoedde Ensemble Pygmalion zich dapper door Brahms’ Ein deutsches Requiem heen, maar de al te vlotte tempi zaten de uitvoering toch dwars.

Ensemble Pygmalion in de ZaterdagMatinee.
Ensemble Pygmalion in de ZaterdagMatinee. Foto Fred Mortagne

Of je barokmuziek beter op barokinstrumenten kunt uitvoeren, dat is in de muziekwereld geen vraag meer. Maar een historisch geïnformeerde Brahms is nog altijd een uitzondering. Toch lijkt er een trend op komst: Gardiner deed met zijn Brahms-cyclus uit 2008 een voorzet voor de ontdekking van de speelstijlen uit Brahms’ tijd. Met hoeveel vibrato speelde het orkest bijvoorbeeld, en hoe flexibel was het tempo? Hier te lande wijdt Johannes Leertouwer een promotieonderzoek (en uitvoeringenreeks) aan die vragen.

Dat ook de Zaterdagmatinee dit weekend koos voor een historisch geïnformeerd Deutsches Requiem was dus niet zo’n verassing als je zou denken. Uitvoerenden: Ensemble Pygmalion onder leiding van Raphaël Pichon, nu eens niet op barokinstrumenten maar op negentiende-eeuwse varianten. Het bleek wennen, voor de luisteraar én de musici.

Pichon moest zich meteen verontschuldigen: het Selig sind die Toten van Heinrich Schütz kwam te vervallen. Maar met zo’n koor, dat Mendelssohns Mitten wir im Leben sind liet gloeien en Brahms’ Begräbnisgesang plechtig liet voortschrijden, vergaf je Pichon maar al te graag.

Morsige fuga’s

Helaas overtuigde het Requiem daarna niet. Dat lag vooral aan Pichon, die met soms erg snelle tempi Brahms’ stemmige orkestraties de adem benam. Het koor werd slachtoffer van eigen talent: het volgde Pichon scherp in zijn razende tempi, waardoor Brahms’ rijke fuga’s morsig klonken en de ritmische spanning oploste in haast. Het orkest maakte meer uitglijders. De hoorns hadden het hoorbaar moeilijk in zachtere passages, terwijl het piano van het ‘Wie lieblich sind deine Wohnungen’ juist brak door een te hardhandige aanpak. Tijdens de climaxen maakte een wel erg begeesterde paukenist het koor onverstaanbaar.

Niet dat er niets te genieten viel. Gezongen door sopraan Mari Eriksmoen werd de aria ‘Ihr habt nun Traurigkeit’ een oase van rust. Vlekkeloos waren de solopartijen van Andrè Schuen, in alles de profetische bariton waar Brahms’ muziek om vraagt. Helaas bleven het uitzonderingen.