Recensie

Recensie Muziek

Geslaagd afscheid componiste Meriç Artaç bij Haags festival Dag in de Branding

Dag in de branding Componiste Meriç Artaç nam afscheid als artist in residence met een enigmatische maar geslaagde opera. Hoogtepunt van het Haagse festival Dag in de Branding was Richard Rijnvos’ spetterende Afrique.

The arrival of Mr. Z van Meriç Artaç op het festival Dag in de Branding.
The arrival of Mr. Z van Meriç Artaç op het festival Dag in de Branding. Foto Rob Hogeslag

Twee jaar was componiste Meriç Artaç artist in residence bij het Haagse nieuwemuziekfestival Dag in de Branding. In die tijd ontwikkelde ze vijf personages, aan wie ze afzonderlijke muziektheaterstukken wijdde. Zaterdag bij haar afscheid kwamen ze alle vijf samen in de enigmatische opera The arrival of Mr. Z, die Artaç maakte met regisseur Sjaron Minailo. ’s Middags in de Nieuwe Kerk was de wereldpremière.

Karakters vormgeven is Artaç’ grote kracht. Hoe grotesk of vreemd ook, ze waren volkomen geloofwaardig: de angstig ineengedoken Yori (basklarinettist David Kweksilber), de neurotische narcist Korke (zangeres en tapdanser Julia Pallanch), de pompeuze zeurkous Rudan (bariton Jussi Lehtipuu). Allemaal wachtten ze op de komst van Mr. Z, die volgens de profeet-verteller (actrice Funda Müjde) een ‘Third Age’ zou inluiden en iedereen verlossen.

Het schouwspel had een hoog abstractieniveau: de personages doolden prachtig uitgedost door het eenvoudige maar treffende decor met altaar, sleepten met sledes, ontmoetten en ontweken elkaar. In hun samenkomst ging iets van de eigenheid van de vijf personages verloren, zonder dat het collectieve wachten hun communie werkelijk naar een hoger plan tilde. Toch was de opera uiteindelijk geslaagd. Naast de schitterende vormgeving, uitstekende uitvoering en bevredigende komst van Mr. Z, in de vorm van grommend audiovisueel spektakel, kwam dat door Artaç’ muziek: afwisselend lyrisch, krachtig-beeldend en sfeervol.

In de bunkerachtige kelder van kunstcentrum The Grey Space speelde harpiste Doriene Marselje een fantasievol soloprogramma. Haar harp werd niet alleen elektronisch vervormd, maar triggerde ook een speciaal ontworpen dynamische lichtinstallatie. Rondom Marselje stonden tientallen lampjes die in het donker fel oplichtten of zacht gloeiden, naargelang haar speelintensiteit. Blauw bij Piet-Jan van Rossums sferische monologue intérieur Apple on the sideboard, bloedrood bij de intense kraak- en ratelmuziek van Lo Shi-Wei. Toru Takemitsu’s expressionistische Stanza II klonk als een geprepareerde piano en oogde als een nachtmerrie van rode en witte fietslampen.

Ontknoping

’s Avonds in Amare kreeg het festival een daverende ontknoping. Het Residentieorkest gaf onder Antony Hermus een geestdriftige uitvoering van Mendelssohns Schotse symfonie. Maar na een fiks changement, waarbij het podium vol percussie-instrumenten werd gezet, ging het dak eraf in de wereldpremière van Richard Rijnvos’ Afrique voor orkest en slagwerkgroep, met een glansrol voor Slagwerk Den Haag. Het werk maakt deel uit van Rijnvos’ continentencyclus Grand Atlas, waarin hij een muzikale reis om de wereld maakt.

De manier waarop Rijnvos Afrikaanse instrumenten en muziektradities incorporeerde heet tegenwoordig al snel ‘culturele toe-eigening’. Maar zijn exuberante eerbetoon ontzenuwde dat verwijt. Afrique was nadrukkelijk symfonisch van opzet, met een ongelooflijk gedifferentieerd klankpalet, waarin de Afrikaanse inspiratiebronnen veel meer waren dan couleur locale. Hun rijkdom en complexiteit zaten duidelijk in het dna van de vijf heel verschillende delen.

De reis begon met gonzende orkestklappen en klagende drone-melodieën (Egypte), waarna het slagwerksextet met gelaagde ritmes een reuzenmarimba simuleerde (Oeganda). De volgende etappe was een in zessen gebroken reuzenpanfluit (Botswana), in Kameroen was er een vrolijke djembé-battle. De reis eindigde in Senegal, met een groovende orkestrale cover van Rose Rhythm van Doudou N’Diaye Rose. Het ovationele gejoel na afloop was volkomen terecht.