Reportage

‘Wij Bulgaren sterven op onze wegen door corruptie’

Verkiezingen Bulgarije Een ongeluk dat twintig leden van gepensioneerdenclub ‘Plezier’ het leven kostte, legde de endemische corruptie bloot in Bulgarije. Veranderen verkiezingen hier iets aan?

De fatale rit was Savtsjo Vekilski’s maandelijkse uitje met de gepensioneerdenclub ‘Plezier’ van Svetovrachene. In ontvolkte Bulgaarse dorpen, waar de jeugd naar de stad of het buitenland is vertrokken, zijn het dit soort gezelschappen die nog wat leven in de brouwerij brengen. Voor weduwnaar en voormalig metaalwerker Vekilski (80) was het zangkoor van de plaatselijke bejaardenvereniging „zijn lust en zijn leven”, zegt zijn dochter Galina Zlatanovska. „Naast hem en de accordeonist bestond het koor uit enkel vrouwen. Mijn vader sloeg geen repetitie over, iedere maandag en donderdag moest hij erheen om volksliedjes te oefenen. En ongeveer eens in de maand naar een festival om op te treden.”

Op die stralende zaterdagochtend, 25 augustus 2018, was hij vroeg op. Hij had zijn klederdrachtkostuum ingepakt: een zwart gilet met goudkleurige biezen en een rode sjerp. Op het dorpsplein was hij bij Grigor Grigorov in de bus gestapt. Chauffeur Grigorov reed de gepensioneerdenclub naar al hun festiviteiten. Dertig mensen maakten het tripje in zijn blauwe bus met roze gordijntjes.

Twintig zouden de terugreis niet overleven. Nadat het weer in de loop van de middag was omgeslagen, raakte de bus bij het stadje Svoge van de weg en stortte een 20 meter diepe afgrond in. „We hadden nog even hoop dat hij alleen maar gewond zou zijn”, vertelt Zlatanovska aan haar keukentafel. Ze dept haar beginnende tranen met een servetje. ‘s Nachts hoorde ze van de burgemeester dat haar vader op slag dood was.

In Bulgarije komen elk jaar tussen de zes- en zevenhonderd mensen om in het verkeer. Dat zijn er 90 per miljoen inwoners. Ter vergelijking: in Nederland is het cijfer 34. In de EU overlijden alleen in Roemenië relatief meer mensen op de weg. Maar de ‘crash van Svoge’, zoals het ongeluk landelijk berucht werd, is meer dan een statistiek. Door onthullingen is duidelijk geworden dat niet alleen het rijgedrag van de buschauffeur en de weersomstandigheden een rol speelden, maar dat nalatigheid als gevolg van handjeklap, nepotisme en corruptie waarschijnlijk de voornaamste oorzaak was.

„Wij sterven op onze wegen aan corruptie”, zegt Bogdan Milchev, directeur van een ngo die zich specialiseert in verkeersveiligheid. Al voordat de bus in 2018 in het ravijn stortte, had zijn organisatie een rapport geschreven over hoe gevaarlijk precies dat deel van de bergweg langs de Iskar-rivier was. Milchev had het opgestuurd naar het Agentschap Wegeninfrastructuur (API), de aanbesteder en toezichthouder van wegen, het verantwoordelijke ministerie en toenmalig premier Bojko Borisov. Weggebruikers en bewoners van Svoge klaagden, lokale instanties hadden aan de bel getrokken. Er waren eerder doden en gewonden gevallen.

Asfalt als glas

Na de ramp, zo onthulde onderzoeksjournalist Valja Ahtsjieva, bleek binnen het agentschap zelf onderzoek te zijn gedaan naar de weg. Ze heeft de vier verfomfaaide A4’tjes nog die een bron destijds naar haar lekte. De weg was onveilig glad, smal en steil, is te lezen. De vangrail, verlichting en verkeersborden bleken niet in orde. „Afwatering ontbreekt”, staat er stellig. Ahtsjieva: „In plaats van dit op te lossen, werd het onder het vloerkleed geveegd. Er is een façade van toezicht, maar die kan worden afgekocht.”

Het grootste schandaal was dat het wegdek zelf niet aan de – volgens experts toch al beperkte – Bulgaarse veiligheidseisen voldeed. Bij technisch onderzoek werden verboden hoeveelheden kalksteen aangetroffen in de toplaag van het asfalt. Kalksteen is goedkoop, maar in hoge concentratie illegaal omdat het te snel slijt en glibberig wordt. Dan verliezen banden hun grip. Alsof je een muur metselt met tandpasta. „Die bocht was van glas in plaats van asfalt”, zegt Hristo Botev, de advocaat van de buschauffeur, die het ongeluk overleefde.

De bus met leden van de Bulgaarse ouderenvereniging Plezier stortte op 25 augustus 2018 bij de plaats Svoge in een ravijn. Foto Bulgaars ministerie van Binnenlandse Zaken / AP

Voor veel Bulgaren bevestigden de onthullingen hoezeer de in de wegenbouw endemische corruptie een rol moest hebben gespeeld. Er kwamen protesten. Tegen Trace, Bulgarijes grootste bouwbedrijf, dat de weg renoveerde maar veel werkzaamheden naliet. En het laboratorium van de zoon van de baas inhuurde om de kwaliteit van het wegdek te certificeren.

Maar demonstraties richtten zich ook op de overheid. Tegen het bureau dat de mankementen aan de rampweg door de vingers had gezien. Tegen het systeem van onderhandse aanbestedingen van infrastructuur, voorgefinancieerd met miljarden – vaak ook Europees – belastinggeld. En tegen politici die maar al te graag voor televisiecamera’s nieuwe wegen openen, maar de veiligheid daarvan irrelevant lijken te vinden. „Het hele systeem is doordesemd met corruptie: schimmige deals, steekpenningen”, zegt journaliste Ahtsjieva. „Door de Svoge-crash zagen Bulgaren in dat er niet alleen van hen gestolen wordt, maar dat dat levens kost.”

De onthullingen en protesten hadden effect: verschillende ministers stapten op en het – politiek aangestuurde – OM breidde het strafrechtelijk onderzoek naar de buschauffeur uit met vier medewerkers van Trace én drie toezichthouders van API.

Even leek het daarmee alsof Svoge voor Bulgarije zou betekenen wat Colectiv voor Roemenië was. Deze brand in een nachtclub in Boekarest die in 2015 aan 64 mensen het leven kostte, bleek verhevigd door gebrekkig isolatiemateriaal en toezicht op veiligheidsvoorschriften. De helft van de jonge slachtoffers stierf in ziekenhuizen waar gesjoemeld was met ontsmettingsmiddelen. De tragedie trok een beerput van corruptie open en dwong de toenmalig premier tot aftreden.

Traineren

Maar in Bulgarije werd het, na de tumultueuze nazomer van 2018, weer stil. De weg bij Svoge werd onmiddellijk opnieuw geasfalteerd. De maximum snelheid is verlaagd naar 30 kilometer per uur. Er is een nieuwe, steviger vangrail, maar het verkreukelde exemplaar waar de bus overheen kieperde, ligt nog in de berm. De twintig namen van de slachtoffers zijn in een witte steen gebeiteld. Vrachtverkeer dendert door het Balkangebergte voorbij, onderweg naar hoofdstad Sofia, een uurtje ten zuiden.

Maar een echt onderzoek naar corruptie en onderhandse betalingen in de wegenbouw is er niet gekomen. Niemand weet waar het geld voor de oorspronkelijke weg gebleven is. De zaak tegen de toezichthouders werd in de zomer stilzwijgend geseponeerd. Kort daarvoor had de rechtbank in Sofia zoveel gaten geschoten in het onderzoek naar de andere verdachten, dat het OM zijn huiswerk opnieuw moet doen. Niemand weet of het ooit tot een proces zal komen. Het bedrijf, de toezichthouder en het ministerie willen „lopende het onderzoek” geen vragen beantwoorden. De buschauffeur alleen via zijn advocaat. „Het doel lijkt: traineren tot mensen het vergeten zijn”, zegt Ahtsjieva.

Maar voor zeker twintig families, eigenlijk heel Svetovrachene (ruim tweeduizend inwoners), raakt de zaak niet vergeten. Alleen: ze durven er nauwelijks over te praten. Galina Zlatanovska wel, maar zij woont met haar gezin in Sofia en brengt alleen de zomers door in het dorp. De dorpsburgemeester zegt geen telefoonnummers van nabestaanden te hebben. „Enkelen zijn inmiddels ook overleden, anderen wonen niet hier”, zegt Svetla Nikolova, in het verder uitgestorven gemeentehuis. En: „Nabestaanden kunnen iedereen wel de schuld geven.”

Gepensioneerdenclub Plezier is opgeheven. Bij nabestaanden aankloppen levert moeizame gesprekjes op die worden afgekapt zodra het woord corruptie of schuld valt. Een magere 55-jarige vrouw op groene sokken en halfvergane slippers aarzelt of ze met een journalist wil praten. Ze verloor bij de ramp haar man, brak haar kaak en al haar nekwervels. Ze is teleurgesteld, zegt ze, op een straat vol diepe gaten. „Mensen kunnen door de ruimte vliegen, maar wij hebben geen behoorlijke wegen.” Maar corruptie, nalatigheid misschien? „Daar weet ik niks vanaf. Ik kan niet zeggen of iemand iets expres heeft gedaan. Ik krijg er niets mee terug.” Ze haalt haar schouders op.

De volgende ochtend belt de vrouw heftig geëmotioneerd op en smeekt of haar naam uit de krant kan worden gehouden. Waarom? Dat kan ze niet uitleggen.

Dorps-omertà

Is corruptie voor sommige Bulgaren als water voor vissen: zo vanzelfsprekend dat ze niet beseffen dat het er is. Of is er meer aan de hand?

Justitie-onderzoeker Alexander Todorov, die zich veel bezighoudt met corruptie, ziet het als een omertà, een zwijgcode, in een dorp waar werk vaak via-via gaat en pensioenen en uitkeringen cash worden uitgedeeld. „Arme, oudere mensen zijn ook afhankelijk van politici.” Zover reikt de „maffiastaat Bulgarije”, zegt hij.

Begraafplaats in Svetocrachene. Bij het verkeersongeluk kwamen twintig van de dertig passagiers om het leven. Foto Filip Dvorski/AP

Zondag zijn in Bulgarije verkiezingen. Het interim-kabinet dat sinds mei bestuurt, heeft verschillende schandalen van de vorige regering uitgevent, onder andere in de wegenbouw. Geld dat bedoeld was voor de aanleg en reparatie van infrastructuur verdween in spookbedrijfjes en werd „in tassen het land uitgesmokkeld”, maakte de minister van Binnenlandse Zaken recent bekend.

Zelf doet hij regelmatig een beroep op OLAF, het Brusselse bureau voor fraudebescherming, om dieper in Bulgaarse zaken te duiken. „Zonder veel resultaat.”

Galina Zlatanovska hoopt op gerechtigheid, maar heeft er niet veel vertrouwen in dat die er komt, ook niet met een nieuwe politieke wind. „We wonen in een prachtig land met goede wetten en regels. Maar niemand houdt zich eraan en niemand handhaaft ze. Als de staat zich al niet aan z’n verplichtingen houdt, hoe moeten wij dan weten in welke zakken het geld verdwijnt?”