Opinie

Europese defensiesamenwerking is noodzakelijk

krijgsmacht

Commentaar

Het houtje-touwtjeleger. Materieel van de krijgsmacht dat met plakband aan elkaar hangt. Het is bijna cliché om in deze bewoordingen te spreken over de Nederlandse krijgsmacht, maar wie eens goed kijkt naar de staat van het leger, ontkomt er bijna niet aan.

Nederland geeft jaarlijks 12,5 miljard euro uit aan de krijgsmacht, maar voldoet bij lange na niet aan de NAVO-norm van 2 procent van het bruto binnenlands product voor defensie-uitgaven. Als Nederland daarnaartoe wil in 2024 – zoals afgesproken binnen de NAVO – is volgens demissionair minister Henk Kamp (VVD, Defensie) minstens vier miljard euro per jaar extra nodig. Deze week debatteerde de Tweede Kamer over de jaarlijkse defensiebegroting – een klein beetje extra geld zit er wel in, maar slechts een fractie van die vier miljard.

Het was aanleiding voor NRC om een rondgang te maken langs de verschillende krijgsmachtdelen: bij de landmacht zijn de communicatiesystemen zó verouderd, dat zelfs walkietalkies van Intertoys elkaar op grotere afstand kunnen bereiken. Bij de luchtmacht staan gevechtsvliegtuigen noodgedwongen aan de grond en bij de marine ligt een van de amfibische transportschepen, de Zr.Ms. Johan de Witt, aan de kade, omdat er te weinig personeel is om het schip te bemannen.

Dit is geen nieuws, en toch is het schokkend. Want: alle noodoproepen die al jaren klinken ten spijt, écht geïnvesteerd is er al zó lang niet in de krijgsmacht, dat het achterstallige onderhoud alleen maar oploopt. Tel daar het schreeuwende tekort aan personeel bij op en de deplorabele staat van het leger wordt zichtbaar. De extra 1,5 miljard euro per jaar die de defensie de afgelopen kabinetsperiode ontving, heeft dat bij lange na niet kunnen repareren.

Het roept daarom noodgedwongen vragen op over wat Nederland wil met het leger en wat het kan verlangen van een krijgsmacht die allang door de bodem is gezakt. Grote missies naar het buitenland? Niet meer mogelijk. Verdedigen van het eigen grondgebied? Dat kan Nederland al lang niet meer zelf.

En dat in een wereld die alleen maar onveiliger wordt. De geopolitieke spanningen namen sinds 2014 zienderogen toe, met als startschot de inname van de Krim door Rusland. Die dreiging uit het oosten is daarna gebleven. Ook China maakt niet altijd een vredelievende indruk, cybercriminaliteit is in opkomst en het jihadisme in de Sahel is nog lang niet gesmoord.

Zou Nederland dan tóch moeten kijken naar verdergaande samenwerking in Europa? EU-buitenlandchef Josep Borrell benadrukte deze week nog dat dit de enige manier is om de dreigingen van nu gezamenlijk het hoofd te bieden. Maar spreken over een Europees leger doet hij niet – alles wat daarop lijkt wordt gezien als concurrentie van de NAVO, en daar maken EU-lidstaten immers ook deel van uit.

Vanuit het houtje-touwtjeperspectief van de krijgsmacht bezien wordt de vraag alleen steeds dringender: kan Nederland het zich nog wel permitteren om in Europa níet meer te gaan samenwerken? Alleen te concentreren op de marine, bijvoorbeeld, en voor de andere onderdelen afhankelijk te worden van anderen? Zelfs met extra geld zullen de komende kabinetsperiode de tekorten bij defensie niet verdwijnen. Sterker nog; het verval zal alleen maar zichtbaarder worden.

Lees ook: Europa blijft zoeken naar zijn rol in de wereld