Opinie

Breng klimaat naar hart van economie

Marike Stellinga

Viel de klimaattop in Glasgow mee of tegen? Is er veel bereikt of weinig? Is wat politiek leiders over klimaat zeggen louter bla bla bla of verandert er wel degelijk iets? De antwoorden op dit soort vragen zijn vaak genuanceerd en voorzichtig. Zoals: er moet veel meer gebeuren om klimaatverandering tegen te gaan, maar er is wel degelijk vooruitgang te zien. Of: wat de top in Glasgow bereikte, moet de komende jaren uit de acties van regeringen blijken.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik luister naar mensen met een scherpe mening over klimaatbeleid, dan denk ik best vaak: een beetje overdreven, wat je zegt. Dat geldt voor beide kanten. Luisterend naar de één zou je denken dat we leven onder een tsunami van klimaatbeleid, ingegeven door klimaathysterie. Luisterend naar de ander denk je dat overheden weinig doen, terwijl er een ramp op ons afkomt.

„Er gebeurt ongelooflijk veel wél,” schreven Heleen van Soest en Jan Paul van Soest deze week in een mooi opiniestuk in NRC. Laat dat zien, aldus de twee. „Al is het maar om politieke leiders moed in te praten,” want het toont aan dat de economieën „alles behalve instorten” door klimaatbeleid. En ja, er is haast en er is meer beleid nodig, schrijven de twee.

Een zelfverzekerde overheid die heldere keuzes maakt, is daarbij wat mij betreft essentieel. Klimaatbeleid heeft een immense lobbykracht losgemaakt bij grote bedrijven. In Glasgow waren ze met velen. Ze pleiten voor subsidies en voor het aanleggen van infrastructuur door overheden, zoals een buizennet voor waterstof. Veel bedrijven schermen met groene plannen voor het verminderen van hun uitstoot. Maar wat stelt dit echt voor? En maken bedrijven uit zichzelf de echt moeilijke keuzes? Ik betwijfel het. Vaak blijken groene plannen maar zeer beperkt de uitstoot te verminderen.

Voor echte verandering is de overheid nodig. Een overheid die inderdaad subsidieert en infrastructuur aanlegt, maar die vooral het uitstoten van CO2 belast en strenge productienormen oplegt. Een overheid die vervuilen duur maakt en groen goedkoop. Met alleen subsidies lukt dat niet. De opdracht is te groot om elk bedrijf op zijn vrijwillige beloftes door te lichten.

Zolang de snelwegen in de economie de verkeerde kant op wijzen, is veel klimaatbeleid te vergelijken met tegen de stroom in zwemmen. Het kost veel kracht, zonder dat je ver komt. Je wil niet dat iemand uit de goedheid van zijn hart ervoor kiest om met de trein naar Berlijn te gaan, je wil dat het ook echt goedkoper is dan vliegen. Je wil niet dat vliegen onbereikbaar wordt voor mensen met een kleine portemonnee, maar dat veelvliegers (en hun bedrijven) wel extra gaan betalen. Je wil, kortom, het prijssysteem veranderen.

Daarom is het zo verheugend dat de Europese Commissie in meer sectoren een CO2-prijs wil invoeren (preciezer: het ETS-systeem wil uitbreiden). En dat de Commissie met het briljante idee kwam van een groene grensheffing voor producten van buiten de EU die klimaatonvriendelijk worden geproduceerd. Daarom is het juist zo jammer dat de Amerikaanse president Joe Biden deze CO2-prijs níet wil.

Economen worden vaak beschimpt om hun beperkte kijk op wat van waarde is, maar ze pleiten massaal voor de invoering van een forse, brede CO2-prijs. Om zo klimaatverandering in het hart van de economie en van elke economische beslissing te brengen.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.