Recensie

Recensie Uit eten

Kleurrijk veganistisch, maar het concept werkt niet

Uit eten Amsterdam Petra Possel recenseert elke week een restaurant in en om Amsterdam. Ditmaal streek ze neer bij Veganees in Oud-West.

Foto Olivier Middendorp

De wereld verandert, het eten verandert mee. Het is te prijzen dat er in Amsterdam de afgelopen jaren explosief veel zaken voor vegetariërs en veganisten zijn geopend. Het kwartje is gevallen: minder dierlijk en meer plantaardig eten. Tot zover het goede nieuws, want veel van die zaken lijden helaas aan conceptdwang.

De Veganees is een nieuw, kleurrijk restaurant met de looks van een Amerikaanse diner, net het veganistische tweelingzusje van Happy Happy Joy Joy. Maar let op de kleine lettertjes: bij die ander slaat de klok Aziatisch streetfood met ook vaak vlees of vis, bij de Veganees is alles (interieur, drankkaart en gerechten) plantaardig. Als we binnenkomen is het gezellig druk, de ontvangst door de Engelstalige dame is hartelijk, de voertaal voornamelijk Engels.

Een half uur lang zitten we op de stevige muurbank met een cocktail (7,90) en glas bier (Lellebel, 4,90) te wachten op wat komt. Die cocktail heet Strawberry Fields Forever (gin, aardbei, limoen, agave en Thaise basilicum) en net als we dat willen neuriën, schalt Abba uit de speakers; de huismuziek is uit de jaren tachtig, vooral veel Abba. Er komt geen bite, wel een zin waar we buikpijn van krijgen, eentje met de woorden ‘concept’ en ‘shared dining’. Inmiddels hebben wij geen zin meer om te delen, onze cocktail is op en we hebben nog niets gegeten.

Dan komen alle gerechten in één keer op tafel: wonton pizza (8,50), seitan satay (8,-), bao oyster mushroom (4,50), Chinese auberginesalade (7,-), kokosrijst (4,-) en jackfruit rendang (8,50)... hadden we moeten zeggen dat we elk gerecht na elkaar willen? We bestellen later, om onze avond te verlengen, nog maar een tempura veggies (7,50).

Bij de Veganees gaat alles met grote efficiëntie, voor de uitbaters vast heerlijk, voor ons betekent dit weinig persoonlijke aandacht en soms zelfs lomp gedrag. „Wilt u nog iets drinken? Nee?” En roetsj, de glazen worden meteen van tafel gegrist. Niet gezellig.

Dan het eten, plantaardige variaties op bekende Aziatische streetfoodgerechten. De wontonpizza is geslaagd, lijkt een beetje op taco’s met fijngesneden little gem, komkommer, zeewier en royaal srirachamayonaise, pittig en krokant, lekker! Dan prikken we in de salade van Chinese aubergine die door z’n poreuze textuur flink wat miso opzoog en dus bremzout is; er zitten edamame, stukjes kroepoek en krokante tempeh met sesamglazuur overheen, wat het een zoete smaak geeft.

Het ‘concept’ van koken is nu wel duidelijk: maak alle gerechten enorm hoog op smaak, zout of zoet of pittig of alledrie, dan wordt het vanzelf wel iets. Bij de rendang van jackfruit is dit ten dele van toepassing: jackfruit – een populaire vleesvervanger – heeft een andere textuur dan vlees; hier wordt het een zompige, nattige curry in plaats van een mooie balans van draderige hartigheid met kokos en limoenblad, dat wat rendang lekker maakt. De bao, het broodje, is gevuld met oesterzwam en little gem, maar komt ondanks de 5 spices, een Chinees kruidenmengsel, niet tot vuurwerk. De seitansatay is vooral lekker door de pittige pindasaus en de goede pickles van rode ui en komkommer. Seitan – met een leverachtige stevigheid – heeft zelf nauwelijks smaak.

We drinken een glas wijn: een stevige rode Italiaanse blend (5,90) en frisse verdejo (6,-), biologisch en niks mis mee. Ten slotte komt de tempura veggies (7,50), een gerecht waar Japanse koks wel raad mee weten; hier werkt men slordiger: aan elkaar klonterende staafjes gefrituurde courgette en wortel, in plaats stuk voor stuk secuur gefrituurd. Er was ons trouwens ook paksoi beloofd, maar blijkbaar was ie op.

Het probleem met dit concept is dat veel authentieke Japanse, Chinese, Thaise, Indische, Indonesische en Vietnamese zaken deze gerechtjes beter maken, trouwens ook voor een betere prijs. Je hebt hier louter het gemak van weten dat alles veganistisch is, dat wel.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.