Jihadgangers terughalen? ‘Het is eng, maar het moet’

Syriëgangers Het kabinet wilde jihadgangers nooit terughalen. Toch groeit de kans daarop. „Slik die zure appel door.” 

In kampen zoals dit verblijven nog 45 Nederlandse volwassenen met 75 kinderen.
In kampen zoals dit verblijven nog 45 Nederlandse volwassenen met 75 kinderen. Foto Ahmed Mardnli/EPA

De een wordt door een andere Syriëganger beschuldigd van het voorbereiden van een aanslag op Europese bodem. De vier anderen hebben volgens het Openbaar Ministerie een terroristisch misdrijf helpen voorbereiden.

De vijf uitreizigers in Koerdische opvangkampen over wie dinsdag bekend werd dat ze mogelijk worden teruggehaald naar Nederland, zijn volgens de staat geen zielige moeders die om humanitaire redenen zouden moeten terugkeren. Het Openbaar Ministerie wil de vrouwen, van wie een zonder kinderen, berechten omdat er serieuze verdenkingen tegen hen bestaan. Maar juist daarom moeten ze dan wel fysiek terecht kunnen staan, oordeelde de Rotterdamse rechter op 11 oktober. Als ze niet binnen zes maanden hier gearriveerd zijn, vervalt de aanklacht tegen hen en gaan ze vrijuit, aldus de rechter.

De aankondiging van minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA), afgelopen dinsdag, dat het kabinet zich daarom maximaal zal inspannen voor terugkeer van de vijf verdachten roept de vraag op of het beleid werkelijk gewijzigd is. Rond de gevangenschap van zo’n 45 Nederlandse volwassen IS-aanhangers in Koerdische kampen (met 75 kinderen), is immers al twee jaar een politiek en juridisch steekspel gaande, zonder dat er in de praktijk veel veranderde.

Lange tijd was de houding van het kabinet, gesteund door een Kamermeerderheid: berecht de uitreizigers daar. Ze hebben immers in Irak of Syrië, waar het Kalifaat van IS was gevestigd, hun misdaden begaan. Hierheen halen zou ook een onaanvaardbaar risico voor de nationale veiligheid met zich meebrengen. Verder achtte het kabinet Noord-Syrië te gevaarlijk om diplomaten en militairen heen te sturen. De Hoge Raad oordeelde dat de staat niet verplicht is deze mensen op te halen.

Onrust bezweren

De eerste keer dat het kabinet van deze positie afweek, kwam in juni dit jaar. Toen werd Ilham B. (27) met drie kinderen plotseling door Nederland teruggehaald. „Een specifiek geval”, aldus het kabinet, dat onrust in de Tweede Kamer probeerde te bezweren. Maar zo uniek was Ilham B. achteraf bezien niet, bleek dinsdag toen Grapperhaus zijn brief over het terughalen van vijf andere uitreizigers stuurde.

Al in augustus is er opnieuw contact gelegd met de Koerdische autoriteiten om te verkennen of zij bereid zijn de repatriëring van deze vijf vrouwen te faciliteren. Toch betekent de laatste Kamerbrief van Grapperhaus niet direct dat repatriëring aanstaande is, want de veiligheidssituatie in Noord-Syrië is onvoorspelbaar. Zeker nu er berichten zijn dat Turkije voorbereidingen treft voor een mogelijk offensief tegen de Koerdische strijdgroep YPG. Het kabinet wil deze militaire ontwikkelingen waarschijnlijk aanzien alvorens een Nederlandse delegatie te sturen.

Lees ook: OM, AIVD en NCTV: ‘Haal IS-gangers op voor berechting’

Dat er meer zicht kwam op terugkeer van sommige uitreizigers heeft met meerdere factoren te maken. Verreweg de belangrijkste is de bemoeienis van de rechter. In strafprocedures tegen Ilham B. en de vijf eiste de rechtbank fysieke aanwezigheid van de verdachten voor een fair trial. Eerder dan veel andere uitreizigers hadden ze zelf om die fysieke aanwezigheid gevraagd, namelijk al meer dan twee jaar geleden, aldus hun raadsman André Seebregts.

In een kamp in Noord-Syrië zet je niet zomaar een videoverbinding op

Virtueel proces

Grapperhaus probeerde nog de mogelijkheden van een virtueel proces te onderzoeken. Daarvoor zou er een online verbinding van de rechtbank met de verdachten in kamp Al Roj in Noord-Syrië moeten komen. De minister concludeerde echter dat je in een onrustig kamp als Al Roj niet zomaar even een verbinding aanlegt en dat een virtueel proces „geen volledig gelijkwaardig alternatief vormt voor aanwezigheid in persoon bij een strafzaak”. Bovendien: „Het is niet aan het kabinet om te beslissen of in een bepaalde individuele strafzaak een videoconferentie dient te worden toegepast”, aldus Grapperhaus in oktober. Dat is aan de rechter.

Lees ook: Terughalen Ilham B. is volgens kabinet ‘specifiek geval’ – advocaten zien precedent

Ook in andere opzichten verloor het kabinet steeds meer opties. De stelling dat de uitreizigers in Syrië of Irak zouden moeten worden berecht, bleek steeds minder houdbaar. Een VN-tribunaal speciaal voor het berechten van uitreizigers, waarop Nederland hoopte, komt er namelijk niet. Op 29 september erkende het kabinet in een brief aan de Kamer: „Op dit moment zijn er geen reële opties om ISIS-strijders internationaal of in de regio te berechten.”

De Koerden willen intussen van de kampen af. Hun vertegenwoordiging in West-Europa voerde de druk op om Europese onderdanen op te halen, soms met succes. Zo haalden Denemarken en Duitsland vorige maand nog elf IS-vrouwen en 37 kinderen op uit het Al Roj kamp, waar ook de Nederlandse vrouwen zitten.

Partijcongres CDA is voor

Experts in Nederland pleiten er al jaren voor om hetzelfde te doen. Zo zegt Edwin Bakker, hoogleraar terrorismebestrijding in Leiden: „Als ik de minister was zou ik zeggen: slik die hele kleine zure appel nu eens in één keer door, dan heb je een grote kans dat je er nooit meer wat van hoort.” Volgens Bakker zijn de politie en sociale diensten in Nederland „uitstekend voorbereid om deze mensen in de gaten te houden.”

Dat geluid dringt meer in de politiek door, ook bij het CDA van Grapperhaus. Tijdens het partijcongres op 11 september stemde 55 procent van de CDA-leden voor een resolutie waarin het kabinet werd opgeroepen in elk geval een deel van de vrouwen en kinderen uit Noord-Syrië te repatriëren. Oud-CDA-Kamerlid Chris van Dam die de motie mede indiende, zei: „Ja, het is eng om deze mensen hierheen te halen, maar soms moet je je angst overwinnen om het juiste te doen.”

Correcties (12 november 2021): In een eerdere versie stond dat de Hoge Raad het daar berechtigen van uitreizigers bekrachtigde. Dat klopt niet: de Hoge Raad oordeelde enkel dat de staat niet verplicht is deze mensen op te halen. Verder klopt het niet dat het alternatief van een digitaal proces is afgewezen wegens praktische bezwaren. Reden is dat een digitaal proces in strijd is met het aanwezigheidsrecht.