Door kanker leren wat geluk is

Iedereen leest Op deze plek schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Deze week Ziek gelukkig, waarin de sympathieke programmamaker Ruud ten Wolde zijn ziekte „verrijkend” noemt en advies geeft hoe te leven.

Kankerhomo. Ruud ten Wolde (1992-2021) had het één en was het ander, daarom mocht hij, als enige, zichzelf zo noemen, schrijft hij in Ziek gelukkig. Ten Wolde, een bekend programmamaker, zeer geliefd twitteraar en druistig verslaggever van RTL Boulevard, belandde met zijn boek vorige week vanuit het niets op nummer 1 in de Bestseller top 60 – dankzij zijn bekendheid en veel media-aandacht.

Verdrietig genoeg maakte hij het zelf niet mee: op 9 oktober stierf hij. Tien dagen later verscheen zijn boek . Er zou een grootse presentatie zijn: Ten Wolde was een kei in feestvieren, zo blijkt uit zijn boek. Hij werd maar 29 jaar, waarvan hij de laatste zes jaar leed aan steeds terugkerende kanker.

Ziek Gelukkig is een aangrijpend verslag over ziek zijn, maar vooral ook een advies voor hoe te leven. Ten Wolde rijst eruit op als een sympathiek man, vol innemende zelfspot en met veel geestkracht. Het zou te ver gaan de titel om te keren, maar hij gaat wel zo ver de ziekte „verrijkend” te vinden. Met kanker is hij gelukkiger dan zonder, stelt hij, of liever gezegd: hij raakt zich bewust(er) van wat geluk is. Niet iets om na te jagen, maar iets wat beschikbaar is, te allen tijde en onder alle omstandigheden, als je er maar op inzoomt. Wanneer alles je afgenomen wordt, ben je al blij met het geringste stapje voorwaarts. Groots en meeslepend leven, wat zijn voorkeur heeft, kan ook in het klein.

Dat klinkt stichtelijk, en zou gemakkelijk irritant uit kunnen pakken. Dat dit niet gebeurt, komt door Ten Woldes gevoel voor humor. Zijig wordt zijn boek nergens. Hij verhult niets, de pijn niet, de eenzaamheid niet, maar kiest toch telkens nadrukkelijk voor wat er nog aan positiefs rest.

Wat het meest boeit aan het boek zijn de paradoxen, de weerslag van de worsteling. Ten Wolde jubelt over de steun die hij ontvangt, zijn sociale vangnet „van hier tot Tokyo”, de kaarten die hij krijgt tijdens een opname. Hij heeft liefst iedereen lief. Tegelijkertijd schroomt hij niet in kaart te brengen hoe wreed de buitenwereld kan reageren. De kritiek wanneer hij een keer alcohol drinkt, de gemakzucht en haast waarmee mensen oordelen over hoe hij ‘zijn strijd’ moet voeren. Hup door, niet bij de pakken neerzitten hè, doei.

Hij verhult niets – de pijn niet, de eenzaamheid niet – maar kiest nadrukkelijk voor wat er nog aan positiefs rest

Echt boos wordt hij maar in één passage, onder het kopje ‘Alternatieve geneeswijzen’. Ten Wolde probeert alles waarvan beweerd wordt dat het helpt, „drie koppen zuurzakthee” drinken per dag bijvoorbeeld. Maar bij de haptonoom breekt hij. Als de haptonoom vindt dat Ten Wolde niet mag kiezen voor „de veelbelovende immuuntherapie die gigantisch veel prijzen gewonnen heeft vanwege de bizar goede werking” en wel voor „energetisch instralen”, een idioot dieet en zijn eigen peperdure supplementen, is de maat vol: „Steek je energetische 95 euro maar ergens waar de zon niet schijnt. Want ik ga lekker naar de zon toe als alles achter de rug is. Dan hoef ik jou tenminste niet meer te zien.”

Reacties: boeken@nrc.nl