Recensie

Recensie Boeken

Dit boek is een monumentje voor het alledaags bestaan

Filosofie Wellicht is het zo dat onze wetenschappelijke blik een meedogenloze verhouding tot onze leefwereld heeft opgeleverd. Maar we danken er óók penicilline en internet aan.

Foto Getty Images/iStockphoto

Ik lees Ik ben de wereld van Jan Warndorff in één ruk uit, in de trein naar werk. Vanuit mijn ooghoek zie ik een jongen die aan z’n cappuccino slurpt en een oudere man die driftig op zijn laptop zit te tikken. Af en toe telefoneert de oudere man luid. Verder raast het landschap aan weerszijden van me voorbij, alsof ik in een kogel over het spoor wordt geschoten. Ondertussen vertalen de woorden die ik zojuist las zich in beelden en een stem in mijn hoofd, die ik een beetje op me laat inwerken.

Het boek van Warndorff (1965) is een pleidooi om precies dat te doen: beter opletten op je onmiddellijke ervaring, de ervaring van het hier en nu. In dit kleine boek levert de zelfverklaarde filosoof-van-het-boerenverstand felle kritiek op de rationalistische, wetenschappelijke blik op de wereld, die al veel te lang subject en object uit elkaar rukt. Hij bepleit een herwaardering van de fenomenologische blik, waarin het beleefde denken centraal staat. Heidegger komt voorbij, Sartre.

Vooral hekelt Warndorff de manier van denken waarin de mens tegenover de wereld staat, en die haar uitsluitend opvat als een object dat gekend en gebruikt moet worden. Zo’n westerse, instrumentele houding leidt tot een uitbuitende manier van met de leefwereld omgaan, denkt hij, alsof die veroverd zou moeten worden. Wat Warndorff aan het traditionele fenomenologische verhaal toevoegt, of liever waar hij de nadruk op legt, is dat onze ervaring deel uitmaakt van een veel groter geheel. We are the world, zeg maar.

Penicilline en internet

Dit boek, dat eigenlijk eerder een pamflet is, is duidelijk geschreven vanuit een diepe betrokkenheid met het lot van de aarde. De urgentie van Warndorffs betoog spat ervan af als hij schrijft: ‘Ik meen dat de toekomst van de mensheid afhangt van de mate waarin wij opnieuw het mysterie van ons bestaan kunnen gaan erkennen, en de wonder en de pracht ervan steeds dieper gaan waarderen.’

Mooi gezegd, maar het wordt niet helemaal duidelijk hoe een hernieuwde waardering van het mysterie van het leven precies zal bijdragen aan het oplossen van de grote wereldproblemen. Misschien is het inderdaad zo dat een rationalistische, wetenschappelijke blik heeft geleid tot een meedogenloze verhouding tot onze leefwereld, maar ze heeft ons óók penicilline gegeven en internet. Om te zeggen: wetenschap is fout, persoonlijke ervaring is goed, heeft iets naïefs. Bovendien kun je je afvragen of een al te eenzijdige nadruk op de persoonlijke ervaring niet zal uitmonden in een vorm van navelstaarderij.

Ik ben de wereld is een monumentje voor het alledaags menselijke leven als een unieke realiteit op zich. Het is een pleidooi voor de herwaardering van het hier-en-nu, de beleving van de werkelijkheid als een stromende werkelijkheid, met steeds die nadruk op het feit dat individuele ervaring en de wereld-als-geheel niet los van elkaar te zien zijn. Daarmee is het boek een beetje taoïstisch, een beetje boeddhistisch, John Lennon komt nog even langs, maar het is vooral erg Jan Warndorff. Ik zie hem al zitten, als hij beschrijft hoe hij achter zijn computer zit te werken aan zijn manuscript. Ik stel me voor dat het al laat is, en dat hij de radio nog even wat zachter zet. Aan het eind van het boek vat hij het allemaal nog eens voor ons samen: ‘Wij beseffen nu hoe mens en wereld in feite voortdurend in elkaar draaien en elkaar doordringen en met elkaar vervloeien tot een dynamische twee-eenheid.’ Geen geheel nieuwe boodschap lijkt me, maar goed om nog eens bij stil te staan, zeker in de trein voordat je begint aan een lange werkdag.