Dertig jaar cel opgelegd in hoger beroep voor ‘brandmoord’ in Breda

Brandmoord Het gerechtshof in Den Bosch acht, net als de rechtbank eerder, bewezen dat Janie H. autohandelaar Ger van Zundert in brand heeft gestoken.
Na de moord op Ger van Zundert legden mensen in de Bredase wijk Tuinzigt bloemen voor zijn garagebox om hem te herdenken.
Na de moord op Ger van Zundert legden mensen in de Bredase wijk Tuinzigt bloemen voor zijn garagebox om hem te herdenken. Foto Erald van der Aa/Novum

Het gerechtshof in Den Bosch heeft Janie H. woensdag in hoger beroep tot een celstraf van 30 jaar veroordeeld voor het levend in brand steken van autohandelaar Ger van Zundert. Ook moet de 53-jarige man ruim 630.000 euro aan schadevergoeding betalen aan de vrouw en de zoon van Van Zundert. In december vorig jaar veroordeelde de rechter H. nog tot 20 jaar cel met tbs en dwangverpleging. Het OM eiste in het hoger beroep 25 jaar cel en dwangverpleging.

Het hof acht het nu niet bewezen dat er bij H. sprake was van een gebrekkige ontwikkeling of een psychische stoornis en noemt de moord „weerzinwekkend”. Daarom zou de maximale celstraf van 30 jaar noodzakelijk zijn, hoger dan de eis van het OM en dan de veroordeling in eerste aanleg. De maatschappij moet volgens het hof „zeer lang worden beschermd tegen deze man die in staat is zeer weloverwogen een levensdelict te begaan”. H. pleegde de moord in de proeftijd van een eerdere veroordeling voor verboden wapenbezit.

Zakelijk conflict

Volgens het hof overmeesterde H. Van Zundert in de avond van 8 april 2019 met twee medeverdachten naar aanleiding van een zakelijk conflict in zijn garagezaak. Nadat ze Van Zundert hadden vastgebonden, besprenkelde H. hem met wasbenzine en hield er een vlam bij. H. trok een blik bier open en rookte een shagje – daarop werd later zijn dna gevonden. Hij keek vervolgens toe hoe zijn voormalige zakenpartner in brand stond. Van Zundert kon ontkomen doordat de tie-wraps om zijn polsen door de hitte waren geknapt en probeerde de brand te blussen. Enkele uren later overleed hij in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Het slachtoffer verklaarde na de brand tegenover een politieagent dat H. hem in brand had gestoken.

De advocaat van H. betoogde dat één van beiden medeverdachten evenzeer de feitelijke dader had kunnen zijn. Het hof vindt het verhaal van H., die ontkent Van Zundert in brand te hebben gestoken, ongeloofwaardig. Tot datzelfde oordeel kwam de rechtbank in Breda eerder ook. De rechters hekelden bij de veroordeling in september vorig jaar H.’s „zelfmedelijden” en zijn „stellige overtuiging slachtoffer te zijn in deze zaak”.