Opinie

De verbeeldingskracht van Maxim Osipov

Michel Krielaars

Op het Crossing Border Festival in Den Haag sprak ik de Russische schrijver Maxim Osipov, die deze maand als Writer in Residence in de flat van Anne Frank aan het Amsterdamse Merwedeplein logeert. „De eerste nachten was ik er soms bang voor spoken”, zei hij met een glimlach over zijn tijdelijke onderkomen, want wat spoken betreft is hij in Rusland wel wat gewend.

In Nederland is Osipov inmiddels een bekende schrijver. Van zijn verhalenbundel De wereld is niet stuk te krijgen zijn ruim 10.000 exemplaren verkocht en dat zijn er meer dan in de Engelse vertaling. Die populariteit viel te merken op het festival, waar zo’n honderd enthousiaste fans naar hem waren komen luisteren.

Afgelopen april vertelde Osipov me dat hij in Rusland iedere dag bang was. In Den Haag vroeg ik hem opnieuw naar zijn gemoedstoestand, gezien de toenemende onderdrukking van het vrije woord in zijn land. „Natuurlijk ben ik nog bang”, antwoordde hij. „Al worden kritische schrijvers, anders dan journalisten, nog altijd met rust gelaten. Maar zodra ze je eenmaal in het vizier hebben, ben je verloren. De autoriteiten kunnen je dan alles afnemen. Het enige dat je in zo’n geval rest is zo snel mogelijk te emigreren.” Meteen moest ik aan Aleksandr Solzjenitsyn denken, die in 1974 de Sovjet-Unie werd uitgezet omdat hij over de Goelag schreef.

Osipov doet niet voor hem onder, ook al is hij een ander soort schrijver. Hij heeft het weliswaar niet over de strafkampen van de Sovjet-Unie, maar wel over het morele verval in het huidige Rusland, waar chaos, corruptie, gewetenloze zelfverrijking en misdaad de boventoon voeren. In zijn verhalen lijkt iedereen de weg in het leven kwijt te zijn. Maar hoe ontaard zijn personages ook zijn, hij schrijft bijna altijd met compassie over hen.

In Osipovs verhalen klinkt vaak klassieke muziek, zoals een strijkkwartet van Beethoven. Voorafgaand aan ons optreden in Den Haag gaf hij me daarom de nieuwe cd van het Eliot Quartett, waarin zijn dochter de eerste viool speelt. „Een verhaal bestaat voor mij uit verschillende delen, net zoals een muziekstuk”, zei hij even later, toen ik hem naar zijn manier van schrijven vroeg. „En het mooie aan zowel een verhaal als een muziekstuk is dat je ze steeds opnieuw kunt lezen of horen om er telkens weer iets anders in te ontdekken.”

Weer thuis in Amsterdam las ik een paar uur na onze ontmoeting het onlangs verschenen Navalny. Poetins aartsrivaal van Jan Matti Dollbaum, Morvan Lallouet en Ben Noble. Zij beschrijven het sombere Rusland dat je in Osipovs verhalen alom tegenkomt aan de hand van Navalny’s ontwikkeling van zakenman, die in het wilde Russische kapitalisme van de jaren negentig miljonair hoopte te worden, tot liberale politicus. Moeiteloos zou hij een Osipov-personage kunnen zijn.

Volgens de beroemde 19de-eeuwse Duitse historicus Johann Gustav Droysen volsta je bij het vastleggen van de waarheid over een tijdperk nooit met de kale feiten alleen, maar moet je ook je verbeelding laten spreken. Op een vergelijkbare manier heb je om Rusland te kunnen begrijpen soms meer aan een schrijver als Osipov dan aan een historicus of journalist. Ik kijk dan ook uit naar zijn nieuwe verhaal over een met hem bevriende hoogleraar klassieke talen in Moskou, die onlangs ontslagen is vanwege zijn politieke uitspraken.